Rotterdam rekent op tenminste een tiende van het investeringsfonds

Miljoenennota Rotterdam bespreekt wat de miljoenennota betekent voor de stad. Er is ruimte voor salarissen, huizen en infrastructuur, vindt Aboutaleb.

Rotterdamse leraren, politie-agenten en verplegers moeten meer salaris krijgen. Nieuwkomers in deze vakgebieden zouden salarisschaal een en twee moeten overslaan en direct beginnen bij drie. Daarvoor pleitte de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb gisteren tijdens het Miljoenenontbijt Rotterdam. Traditiegetrouw organiseren werkgeversorganisatie VNO-NCW, ING en PWC de ochtend na Prinsjesdag een bijeenkomst waar wordt ingegaan op de gevolgen van de Miljoenennota voor Rotterdam.

„Er ontstaat een publieke verarming”, schetst Aboutaleb. „Agenten krijgen een startsalaris van 1.600-1.700 euro. Daarmee kunnen ze in Rotterdam niet leven en dat wordt wel van hen verwacht.” Het wordt tijd dat mensen die (semi) in dienst zijn van de overheid beter betaald krijgen, vindt hij. Aboutaleb waarschuwde dat in Rotterdam een „groot gebrek aan vakmensen” dreigt. Beter betalen is een belangrijke stap om te zorgen dat mensen voor deze beroepen kiezen, zegt hij.

Tegelijkertijd moeten er veel meer woningen in alle verschillende prijsklassen komen. „In Hoek van Holland bijvoorbeeld is een tekort aan 300 medewerkers in de horeca en de verzorging”, zei hij. „De reden dat er niet genoeg personeel is? Ze kunnen daar geen woning vinden.” Aboutaleb vindt het een „pijnlijke” ontwikkeling dat er nauwelijks nog betaalbare woningen zijn. „Zelfs appartementen die je een aantal jaar geleden niet verkocht kreeg, worden nu verkocht voor ruim 300.000 euro.” Dat door de stikstofuitspraak de bouw van woningen vertraging oploopt, is iets dat Rotterdam zich niet kan veroorloven.

Het is niet voor het eerst dat Aboutaleb pleit voor hogere salarissen. De roep om betaalbare woningen is ook niet nieuw. Nu heeft Aboutaleb echter financiering voor ogen; het investeringsfonds. Dit fonds werd deze week door het kabinet aangekondigd in de Miljoenennota. Het geld in dit fonds wordt beschikbaar gesteld voor baanbrekend onderzoek en werk dat de economische groei in Nederland ook in de toekomst veilig stelt. Aboutaleb: „Ik heb horen fluisteren dat het over een bedrag tussen de 40 en 50 miljard euro gaat.” Een tiende zou naar Rotterdam moeten gaan, of naar projecten waar Rotterdam van profiteert, vindt hij.

Naast salarissen en woningen moet er ook geld komen voor groene energie. Door de geografische ligging van Rotterdam ligt het voor de hand om te kiezen voor windmolens. „Als stad hebben we ongeveer 400 megawatt nodig. Met veertig molens zijn we gered”, zegt Aboutaleb. Dat is belangrijk voor het klimaat, maar ook om minder afhankelijk te worden van bijvoorbeeld olieproducerende landen.

Helemaal bovenaan het wensenlijstje van Aboutaleb staan investeringen in de infrastructuur. Een derde oeververbinding tussen De Esch en Feijenoord is een goed begin. „Daar zijn we dankbaar voor”, zegt Aboutaleb. „Maar we hebben ook een metro nodig die de universiteit verbindt met Zuid, het aan te leggen stadion en Zuidplein.” En een lightrail naar Leiden. „En het zou fantastisch zijn als het deel van de A20 dat Hillegersberg van Noord scheidt onder de grond wordt geduwd”, zegt hij. „Dat creëert een nieuw stuk grond met ruimte voor duizenden woningen.”

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD), ook aanwezig bij het ontbijt, benadrukte eveneens het belang van goede infrastructuur voor deze regio. De komende jaren wordt er daarom volop gebouwd en gerenoveerd, beloofde ze. „Maar de wegen worden almaar drukker.” Daarom pleit Van Nieuwenhuizen voor meer vervoer over water. „Simpelweg omdat daar nog capaciteit is. Bovendien is het duurzaam en concurrerend.”

Daarnaast worden buizen nog te weinig gebruikt om vloeibare bulkladingen te vervoeren. „Dat scheelt vrachtauto’s en treinen met gevaarlijke lading.” In de strijd tegen de files riep Van Nieuwenhuizen de aanwezige ondernemers op om flexibeler om te gaan met de werktijden. Nu gebeurt dat nog te weinig, vindt ze. „Als 10 tot 15 procent van de werknemers buiten de spits rijdt en nog eens 10 tot 15 procent vervoer over water gaat, lossen we de files op zonder ingewikkelde maatregelen.”