Rechter Japan: leidinggevenden Fukushima niet nalatig

Acht jaar na de ernstige kernramp in Japan zijn drie oud-leidinggevenden van de kerncentrale door een rechter vrijgesproken van nalatigheid.

De uitspraak in het enige strafrechtelijke proces rond de kernramp uit 2011 trok veel aandacht.
De uitspraak in het enige strafrechtelijke proces rond de kernramp uit 2011 trok veel aandacht. Foto Kyodo/Reuters

De kernramp bij de Japanse kerncentrale Fukushima Dai’ichi in 2011 is niet het gevolg geweest van nalatigheid van drie topmannen van het Japanse energiebedrijf Tepco. Volgens een rechter in Tokio waren de genomen beveiligingsmaatregelen adequaat en kan het drietal niet gestraft worden voor de ergste kernramp in de afgelopen dertig jaar.

In 2011 werd de kerncentrale Fukushima Dai’ichi, op 220 kilometer ten noordoosten van Tokio aan de Japanse kust, verrast door een metershoge tsunami. Hierdoor traden meltdowns op in drie reactorkernen, waardoor de omgeving ernstig radioactief vervuild raakte.

De topfunctionarissen van Tepco hadden kunnen weten dat een tsunami van meer dan vijftien meter hoogte een nucleaire crisis zou kunnen veroorzaken, stelden de aanklager die celstraffen tot vijf jaar eisen. Ze hadden daarom meer beschermingsmaatregelen moeten nemen. De rechter oordeelde echter dat zelfs als het drietal op de hoogte was van de mogelijke gevolgen van een vloedgolf, de drie topmannen daar niet tijdig naar hadden kunnen handelen.

Lees ook: Opruimen kernrampplek is ‘mikado in ’t groot’

Evacuaties

Hoewel het aantal directe slachtoffers van de meltdowns beperkt bleef, overleden meer dan veertig patiënten van ziekenhuizen die in allerijl geëvacueerd moesten worden. 160.000 mensen moesten als gevolg van de kernramp het besmette gebied verlaten. De totale kosten voor de reinigingsoperatie worden geschat op omgerekend ongeveer 180 miljard euro. De zeebeving, tsunami en kernramp kostten aan ongeveer 18.500 mensen het leven.

Het Japanse openbaar ministerie wilde de strafzaak aanvankelijk niet oppakken omdat er onvoldoende bewijs zou zijn voor een veroordeling. Een panel van burgers oordeelde echter tweemaal dat de leidinggevenden toch aangeklaagd moesten worden. De aanklagers gaan waarschijnlijk tegen de uitspraak in beroep, meldt persbureau Reuters.