‘Publieke omroep kan nog miljoenen bezuinigen’

Omroepfinanciën De omroepen kunnen nog fors besparen op hun organisatiekosten, staat in een tot voor kort zelfs voor de minister geheim advies.

Het NPO-logo op het Mediapark in Hilversum.
Het NPO-logo op het Mediapark in Hilversum. Foto Nils van Houts/ANP

De publieke omroep zou tot 13 miljoen euro kunnen bezuinigen op de organisatiekosten – het geld dat niet aan radio- en televisieprogramma’s wordt besteed. Van de 870 miljoen euro die de publieke omroep in 2017 uitgaf, ging 235 miljoen (27 procent) niet naar programma’s, maar naar de organisatie.

Dat staat in een rapport van adviesbureau BCG, dat de publieke omroep veertien maanden lang geheim heeft gehouden, maar dat vorig week in de Tweede Kamer terloops boven kwam.

Lees ook: NPO worstelt met tegenstrijdigheid Slob (NRC, 2 september 2019)

BCG maakte het rapport vorig jaar in opdracht van de publieke omroep, om te kijken waar nog op bezuinigd kon worden. De NPO publiceerde in september 2018 alleen een eigen conclusie: de organisatiekosten van de losse omroepen waren binnen de norm (15 procent) en bezuinigen was moeilijk. Er zat „geen vet meer op de botten”.

Zelfs minister Arie Slob (Media, CU), die jaarlijks 780 miljoen subsidie aan de publieke omroep overmaakt, mocht het rapport niet lezen, ook niet na herhaaldelijk aandringen. De NPO wilde niet dat de gepubliceerde kosten „tot speelbal van de politiek” zouden worden. Dit alles tot ergernis van de Tweede Kamer, die streeft naar meer transparantie in Hilversum. Tijdens het Kamerdebat over de omroep woensdag, kwam aan het licht dat Kamerleden die ochtend het rapport plots in de mail hadden gevonden – onder geheimhouding. Nadat Kamerlid Bosma (PVV) dreigde het op Twitter te zetten, werd het alsnog openbaar.

Aspirantomroepen WNL en Powned blijken het duurst te wonen Graphic Studio NRC

BCG concludeert dat in Hilversum geen „laaghangende fruit” (snelle, effectieve besparingen) meer te plukken is. De omroepen zouden nog wel kunnen snijden in de grote communicatie- en computerafdelingen (ICT). Minder bestuurders, minder secretaresses, en minder ingehuurde krachten zou ook helpen. Meer samenwerken in de communicatie is het devies: afdelingen samenvoegen, minder ‘dubbelen’ in reclame maken. Ook adviseert BCG om wel reclame te maken voor programma’s, maar niet voor koepelorganisatie NPO, de dertien zenders en de elf omroepen.

Het rapport geeft bovenal een boeiend inkijkje in de financiën van de tamelijk gesloten omroep; vooral in de onderlinge verschillen. Wanneer je de organisatiekosten naast de programmakosten legt, zitten de meeste omroepen keurig onder de norm. Human (10,2 procent) en AVROTROS (11 procent) zijn dan de goedkoopste. PowNed is de duurste met 30,6 procent overhead. Deze kleine omroep scoort op bijna alle deelgebieden het slechtst. Het percentage overhead wordt overigens beïnvloed door het wisselend succes waarmee omroepen programma-opdrachten binnenhalen bij de NPO. Hierdoor kunnen de programmakosten hoger of lager zijn ten opzichte van de overhead. PowNed doet dat binnenhalen slecht, AVROTROS heel goed.

De omroepen geven minder uit aan huisvesting en ICT dan het vaste bedrag dat ze daarvoor krijgen. Wat ervan overschiet, stoppen ze vooral in de afdelingen marketing en communicatie.

Leegstand

AVROTROS geeft gemiddeld meer uit aan huisvesting. Dat komt volgens het rapport doordat de AVRO bij de fusie van 2014 in het oude gebouw van de Wereldomroep is gaan zitten, en de eigen verdieping in het AKN-gebouw leeg achterliet. Verder drukt het Amsterdamse filiaal in het Vondelpark (VondelCS) op de begroting. Volgens AVROTROS is de leegstaande verdieping inmiddels weer verhuurd. Ook de NPO had ten tijde van het rapport 1.700 vierkante meter kantoorruimte leeg staan. Dit is inmiddels opgevuld met radiostudio’s.

Als je de huisvestingskosten afzet tegen het aantal werknemers, blijken WNL en PowNed het duurste te wonen – tegen de tienduizend euro per arbeidsplaats. BCG adviseert trouwens om niet iedereen evenveel organisatiekosten te geven, maar deze te laten afhangen van de grootte van de omroep. PowNed heeft elf arbeidsplaatsen, WNL zevenenveertig, NOS heeft er 691.

De kosten van de NPO zijn flink gestegen – van 126 miljoen euro in 2013 naar 139 miljoen in 2017 – volgens het rapport doordat de organisatie er meer taken bij kreeg. De 13 miljoen extra gingen vooral op aan verbouwen en ingehuurde krachten als adviseurs.

BCG adviseert ook om, ter bezuiniging, minder nieuwe tv-programma’s te maken, en bestaande langer te laten doorlopen. Ook zou het helpen als omroepen weer vast uren op tv kregen, die ze zelf zouden mogen invullen. Het adviesbureau zegt wel te begrijpen dat dit advies geheel tegen de trend ingaat.