Porno moest de 17de-eeuwse orde ondermijnen

Literatuur Het pornografische proza in een vrij onbekend 17de-eeuws handschrift moest niet alleen lustopwekkend zijn.

‘Het Mengelmoes’ bevat een heleboel handgeschreven libertijnse liedjes, gedichten en verhalen. Dit is de pagina waarin een minnaar uitbarst in een reeks beschrijvingen van de vagina van zijn geliefde.
‘Het Mengelmoes’ bevat een heleboel handgeschreven libertijnse liedjes, gedichten en verhalen. Dit is de pagina waarin een minnaar uitbarst in een reeks beschrijvingen van de vagina van zijn geliefde.

De literatuur die in de zeventiende eeuw in de Zuidelijke Nederlanden (ongeveer het huidige België) gepubliceerd mocht worden, was erg braaf door de strenge katholieke censuur. Maar ook toen waren er mensen die stiekem uit de pas liepen. Hun teksten circuleerden niet in druk maar in handgeschreven versies.

Literatuurwetenschapper Sven Molenaar promoveerde vorige week in Antwerpen op Het Mengelmoes, een tot nu toe vrij onbekend handschrift uit het einde van de zeventiende eeuw, dat een heleboel handgeschreven libertijnse liedjes, gedichten en verhalen bevat.

Pittige teksten

„Voor de Zuidelijke Nederlanden is dit zeer sensationeel”, zegt Molenaar. „Het zijn pittige teksten, en ook verboden teksten.”

Het handschrift is 360 pagina’s dik. Er staan 179 liederen in, maar ook gedichten, recepten, een paar juridische teksten en pornografisch proza. Het is bijeengebracht door een zekere ‘Petrus’, die vermoedelijk in Antwerpen woonde en die duidelijk iemand was die zijn talen kende (Frans en Latijn) en op de hoogte was van de hogere cultuur.

Een deel van de liefdespoëzie in dit handschrift is voor die tijd zeer vrijmoedig. „Het zijn teksten die opvattingen over eer en reputatie verwerpen, wegwerpen of zelfs weglachen”, zegt Molenaar. „Een liedje waarin een minnaar vraagt om wedermin kan heel onschuldig zijn, maar als er dan volgt ‘want overspel zat al in jouw familie’, dan krijgt het een heel andere lading en had de censor waarschijnlijk niet toegestaan dat het in druk verscheen.”

Nu werkt dat op de lachspieren. Je moet er met 17de-eeuwse ogen naar kijken

Sven Molenaar

In een van de liedjes droomt de ‘ik’ over een heerlijke vrijpartij. Als hij wakker wordt, richt hij zich tot de vrouw over wie hij gedroomd heeft, hij vraagt haar „den droom hier naer trecken uijt het valsch int’ waar” (van de droom werkelijkheid te maken). In een ander liedje vraagt ‘Jan’ aan zijn buurvrouw waar hij „zijn molen” mag installeren. Doe maar tussen mijn benen, zegt de vrouw, want als je molen dan aan de voorkant geen water vindt, dan vangt hij aan de achterkant zeker wel wind. En er is een lang pornografisch verhaal waarin de minnaar bij het zien van de vagina van zijn geliefde uitbarst in een lange reeks beschrijvingen: „verheughende ende aengenaeme valleije”, „wreede rustplaetse, minnelijcke pijne”, „treckplaetse die de inkrimpinghe der mannelijcke deelen kan uijt trecken”, „soete reviere van doodt ende het leven alwaer men om glorie te behaelen schipbreucke in de haeve moet lijden”, etcetera, etcetera.

„Nu werkt dat op de lachspieren” , zegt Molenaar. „Je moet proberen om daar met zeventiende-eeuwse ogen naar te kijken. Pornografie had in die tijd twee doelen: het moest niet alleen lustopwekkend zijn, maar ook subversief, het moest de gangbare orde ondermijnen.”

Politieke gedichten

Twee keer valt in Het Mengelmoes het woord ‘libertijnen’: „Bacchus den godt willen wij dienen / en schuijlen onder sijne macht / om soo als rechte Libertinen / te debousjeren dagh ende nacht.” (Debousjeren = losbandig bezig zijn.) Elders is te lezen: „want wij sijn nogh Libertinen / wij en passen op gheen choor” (wij passen ons niet aan aan enig gezag). Kennelijk vonden de leden van de kring waarbinnen deze teksten circuleerden zichzelf libertijnen: vrijdenkers en vrijbuiters.

Het handschrift bevat ook politieke gedichten die voor die tijd te vrijmoedig waren. Ze gaan over de Negenjarige Oorlog (1688-1697), waarin de Zuidelijke Nederlanden in de Hollander Willem de Derde een bondgenoot vonden, en Lodewijk de Veertiende de verafschuwde vijand was. In sommige teksten van Het Mengelmoes wordt dat omgedraaid: Willem wordt verguisd, Lodewijk geprezen. Ook dat waren teksten die niet in het openbaar verspreid mochten worden.

Wie weet voelden de Vlaamse libertijnen zich meer aangetrokken tot Frankrijk dan tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden omdat veel libertijnse ideeën en teksten uit Frankrijk kwamen. Volgens Molenaar is het libertinisme een voorbode van de latere Verlichting.