Opinie

Populisten hebben wind tegen – in ieder geval tijdelijk

Duce-democraten leden deze zomer een nederlaag. Maar we zijn niet van ze af, denkt Hubert Smeets.

Hubert Smeets

Duce-democraten hebben de wind ineens niet meer mee. De populistische leider – de hedendaagse Duce die pretendeert namens het eigen volk te spreken en claimt dat hij zodoende in zijn eentje de meerderheid belichaamt – stuit sinds deze zomer op klassiek democratische volkspartijen of nieuwerwetse oppositiegroepen.

Afgelopen dinsdag kreeg premier Netanyahu in Israël een tikkie. Hij won de verkiezingen niet, ondanks zijn grensoverschrijdende en expansionistische campagne. In het Verenigd Koninkrijk beet collega Johnson in het zand. Zijn poging om het Lagerhuis uit te schakelen, strandde nota bene op partijgenoten. President Poetin incasseerde een zeperd bij lokale verkiezingen in Rusland. Regeringskandidaten sloegen een modderfiguur, vooral in Moskou.

Pijnlijk decorumverlies, aangezien de autoriteiten er met massa-arrestaties en draconische celstraffen alles aan hadden gedaan om de oppositie te intimideren. In Italië verslikte Salvini zich. Via tussentijdse verkiezingen wilde hij de macht grijpen. De ambitieuze duce zag over het hoofd dat zijn populistische coalitiepartner zich niet voor hem wenste op te offeren.

Deze reeks is goed nieuws voor pluriforme democraten. Semantisch terzijde maar niet onbelangrijk. Ik geef de voorkeur aan de term ‘pluriforme democratie’ boven het gebruikelijke ‘liberale democratie’, omdat dit laatste begrip een ideologische verbintenis met het liberalisme suggereert en de christen- en sociaaldemocratie uitsluit. De tegenstelling ‘liberalen contra illiberalen’ is bovendien koren op de molen van de laatsten, die al hun democratische tegenstanders graag op één elitaire hoop gooien.

Of de kleinere en grotere nederlagen van Netanyahu, Johnson, Poetin en Salvini ook navenante overwinningen voor de pluriforme democraten zijn, valt echter te bezien.

De succesjes zijn vooral het resultaat van defensieve strategieën, van gelegenheidscoalities. In Israël is de tactiek er op gericht Netanyahu met politiek pensioen te sturen. In Engeland heeft het parlement zelf geen eigen idee over de Brexit. In Italië verkeren veel Vijf Sterren-parlementariërs zo in doodsnood over hun posities op het pluche, dat ze collaboratie met oud-democratisch links prefereren boven riskante verkiezingen. In Moskou stemden oppositionelen in arren moede op communisten, louter om het Kremlin te pesten: een variant op het tomaatpopulisme ‘stem tegen, stem SP’ in Nederland.

Trefwoorden in veel coalities tegen de duce-democraten zijn ‘middenklasse’ en ‘rechtstaat’. Er wordt heel wat lippendienst bewezen aan de modale belastingbetaler, die de schatkist spekt én de samenleving draaiend houdt, alsmede aan de rechtstatelijkheid, die veiligheid én vrijheid biedt.

Die woorden doen er toe. Maar als pluriforme democraten niet in staat zijn om die te funderen op een hernieuwd sociaal contract met de middenklassen, dan kunnen kiezers net zo snel weer deserteren.

Dat sociale contract draait niet alleen om materiële voorzieningen, maar ook om maatschappelijke rust. Die combinatie is cruciaal maar niet simpel. Het vinden van zo’n mix van nivellering (herverdeling ten koste van de meest vermogenden), collectieve orde (repressie) en individuele vrijheid (burgerrechten) is een complexere zoektocht dan de opbouw van de verzorgingsstaat na de Tweede Wereldoorlog

Eén voorbeeld ter illustratie. Wat er deze week in Amsterdam is gebeurd, was een kwart eeuw terug schering en inslag in Moskou. Zelfs notarissen waren in Rusland hun leven niet zeker. Op een golf van reële angst en ressentiment kwam Poetin in 1999/2000 aan de macht. Dezelfde Poetin, onder wiens regime de rijken alleen maar rijker werden, is nu de peetvader van veel duce-democraten in het Westen.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.