Opinie

Nu begint het tijdperk van taboevrije politiek

Tom-Jan Meeus

Het voornaamste politieke debat van het jaar, de Algemene Politieke Beschouwingen, levert zelden nog materiaal op voor de geschiedenisboeken. Al een paar decennia, globaal sinds de opkomst van het populisme, zijn trivia beeldbepalend geworden: een vroege motie van wantrouwen, een procedureel trucje, een scheldpartij. „Doe normaal man” (2011). „Ga zelf terug naar je eigen land” (2018). Dat werk.

Woensdag beleefden we een breuk met het recente verleden, en ik geef toe: dit zag ik niet aankomen. Een bijna dramavrij debat. Inhoudelijk, opbouwend en schappelijk. Zelfs bekende dissonanten als Wilders en Baudet stelden zich relatief kalm op.

Wat was hier aan de hand?

Oppervlakkig gezien twee dingen. Om te beginnen is er het geld. Wie nu politicus is krijgt begrotingsstukken voorgelegd waarin de financiële overschotten op bijna elke bladzijde passeren. Niet dat elk maatschappelijk tekort nu verdwenen is, zeker niet, maar die overschotten beperken wel de ruimte voor politieke verontwaardiging. Er komt bij dat voor veel fractieleiders, vaak dertiger en recent aangetreden, het einde van de ideologieën geen herinnering meer is: het is een vanzelfsprekendheid. Traditioneel links verklaarde zichzelf al in de jaren negentig dood. Het traditionele liberalisme zit sinds de doorbraak van het rechts-nationalisme, begin deze eeuw, met grote vragen en accepteert sinds 2016 – Brexit en Trump – de noodzaak van kapitalismekritiek.

En nu Wilders en Baudet beiden verzwakt zijn, is het effect op het Haagse speelveld fascinerend. Een nieuw taboeloos tijdperk. Marijnissen (SP) wilde van Dijkhoff (VVD) weten wat hij van winstdeling vindt. Ooit keerde VVD-leider Wiegel zich woedend tegen het plan voor een vermogensaanwasdeling – een soort winstdeling – van het kabinet-Den Uyl (’73-’77). Nu zei Dijkhoff: in winstdeling moet ik me even verdiepen. Jetten (D66) wilde van coalitiegenoot en mede-liberaal (!) Dijkhoff weten of ook hij ontevreden is over de loonsverhoging in de marktsector. Dat was hij. Heerma (CDA) stelde tevreden vast dat premier Rutte, ook VVD, eerder de vakbeweging links passeerde bij het stellen van looneisen. Klaver (GroenLinks) keerde zich tegen het idee van een dagelijkse jacht op politieke winstpuntjes, ‘scorebordpolitiek’. Kritiek op een aanpak die hij jaren zelf toepaste. Daarna toepte hij Dijkhoff over door gebruik van venture capital door de overheid te bepleiten.

Zo ging dit de hele dag door. Open politici die de eigen beginselen en gedragingen ter discussie durven stellen. Je kon er alleen maar aangenaam verrast door zijn, al dacht je soms ook: maar hoe moet dit aflopen?

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.