Opinie

Neoliberale torens in de Sluisbuurt

Het viel stil toen de tientallen aanwezigen in het propvolle zaaltje van SPUI25 de vraag kregen voorgelegd of ze één mooie recente toren in Amsterdam konden noemen. Pas na een seconde of tien zei een man voorzichtig: „Een vriendin van mij vindt de Rembrandttoren mooi, geloof ik.” Daar bleef het bij.

Hoogbouw was het onderwerp van de eerste aflevering van Déjà Vu, een reeks gesprekken met deskundigen over stedelijke kwesties. Al gauw ging het vooral over de Sluisbuurt, de nieuw te bouwen woonbuurt op het Zeeburgereiland. Het gemeentelijke plan, met 17 torens tussen de 40 en 125 meter, werd broederlijk getoond naast het alternatief van de aanwezige architect Sjoerd Soeters. Het plan van Soeters voorziet in de bouw van even veel woningen (5.500), maar dan ondergebracht in woningblokken tussen de 30 en 45 meter, die op z’n Amsterdams langs grachten staan.

Over het gemeentelijke plan en Soeters’ alternatief werden in 2017 felle debatten gevoerd, maar die leidden alleen tot een geringe verlaging van de torens. Eind 2018 ging de gemeenteraad akkoord met het hoogbouwplan. Maar hiermee was het pleit nog niet beslecht. Er loopt nu een procedure bij de Raad van State tegen de bouw van de Sluisbuurt wegens onder meer de opdringerige zichtbaarheid van de torens vanuit de binnenstad en het landelijke Waterland.

De Sluisbuurtplanners lijden aan tunnelvisie en zijn blind en doof voor alle waarschuwingen tegen hun rampzalige plannen

De debatten in 2017 waren verbijsterend. Soeters kon praten als Brugman, maar op zijn vele argumenten vóór een echt Amsterdamse wijk en tégen de geglobaliseerde niksigheid werd niet ingegaan. Ook zijn weerlegging van de stokoude mythe dat hoogbouw de enige manier is om een hoge dichtheid woningen te halen, werd genegeerd. Hiermee doen de planners van de Sluisbuurt denken aan het beruchte ‘Bijlmerteam’, dat in de jaren zestig de Bijlmermeer ontwierp, de grootste mislukking in de Nederlandse stedenbouw. Net als het Bijlmerteam lijden de Sluisbuurtplanners aan tunnelvisie en zijn ze blind en doof voor alle waarschuwingen tegen hun rampzalige plannen.

Eigenlijk het enige argument dat de voorstanders van het hoogbouwplan telkens weer gebruiken is dat het „eigentijds” is en past bij megalomane ambities van de losgeslagen stadsadviseur Zef Hemel om van Amsterdam de enige miljoenenmetropool van Nederland te maken.

‘Eigentijds’ zijn de hoogbouwplannen voor de Sluisbuurt inderdaad – nog net. Ze passen bij het neoliberale tijdperk dat gezien bijvoorbeeld de kabinetsplannen voor grootschalig staatsingrijpen nu zijn einde nadert. Niet toevallig werden de eerste echt hoge torens in Amsterdam gebouwd in de jaren negentig, toen ook in Nederland het neoliberalisme doorbrak. Overal waar de vrije markt in de (steden)bouw heerst, verschijnen torens. Dit komt doordat wolkenkrabbers ‘machines that make the land pay’ zijn, zoals Amerikanen al een eeuw geleden ontdekten: een bouwer die een dure kavel koopt en niet wordt gehinderd door bouwregels, bouwt zo hoog mogelijk om zijn winst te maximaliseren.

Maar wouden van torens vormen geen prettige steden, zoals niet alleen is te ervaren in steden als Dubai maar ook op de desolate Zuidas. Ironisch genoeg wilden de planners de Zuidas juist „gezellig” maken. Maar het neoliberalisme won het op de Zuidas: bouwers hadden lak aan alle gezelligheidsregeltjes en gaven hun torens weer de aloude, goedkope glasplinten. Je kunt er vergif op innemen dat dit in de Sluisbuurt opnieuw gaat gebeuren.

Redacteur Bernard Hulsman vervangt op deze plek tot half oktober Auke Kok, die de laatste hand legt aan zijn boek over Johan Cruijff.
Lees ook: Laagbouw is net zo eigentijds als hoogbouw

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.