Recensie

Recensie Uit eten

Liefdeloze toeristenzaak met volledig doorbakken eten

Foto Rien Zilvold

Terwijl de toeristen langzaam maar zeker de stad verlaten – het toeristenseizoen duurt zeker tot eind oktober – liepen wij over het Amsterdamse Rokin dat de laatste jaren flink op de schop ging. Het leek er rustig, nauwelijks verkeer en schone stoepen, ondernemers die passanten hun terrassen op en hun zaken in probeerden te lokken, metroreizigers die met de roltrap bijkans op de terrassen werden uitgespuwd. Een stukje niemandsland, onpersoonlijk en inwisselbaar, als we niet beter wisten kon het in elke grote stad zijn.

Het Groene Paleis op het Rokin, vernoemd naar een luxe bordeel van anderhalve eeuw geleden op die plek, is een all day restaurant dat er sinds 2017 zit, nadat het NRC restaurant-café (de redactie van de krant zit erboven) er jammerlijk faalde. Eigenaar van het pand is Egeria, twee jaar lang werd het gerund door andere ondernemers, afgelopen voorjaar is het van management en chefkok gewisseld.

We worden vriendelijk onthaald, maar de kaart stemt niet vrolijk. Het is een fantasieloze lijst van dijenkletsers, die menig toerist vast tevreden houdt, maar ons niet prikkelt. Er is wel een kleine, prima wijnkaart met een goede selectie van bekende namen; we nemen een Mip Classic rosé (6,50), dé hit van de Provence, en een mocktail, een alcoholvrije cocktail met gemberbier, veel ijsblokjes en munt (4,-).

De paleisburger met whiskysaus staat op de lijst van ‘specialiteiten van het huis’, verder is het saté, maaltijdsalade en pasta wat de klok slaat, alles voor stevige binnenstadprijzen.

Uiteindelijk valt de keuze op een boerderijkippetje met bonne femme (22,50) en zalm op Japanse wijze met gegrilde asperges en limoen (18,-), als bijgerecht nemen we verse friet togarashi (5,50). Omdat er qua voorgerechten alleen twee soepen op de kaart staan, delen we een flammkuchen met spek, gruyère en ui (12,50), wel krokant, maar pittig geprijsd en laf van smaak. Het boerderijkippetje, we doen navraag, is niet een kip van het merk ‘boerderijkip’ (het bestaat!), maar een poussin ofwel piepkeuken uit Frankrijk, „zonder hormonen en zo” zegt de bediening. De kip is te lang geroosterd en dus droog, de bijgeleverde bonne femme bestaat uit gele en paarse wortel en meiknol, maar ontbeert spek en jus – wat bonne femme nu juist zo aantrekkelijk maakt.

De sla heeft bruine randjes en de rode kool is te zout, het fermentatieproces om er iets spannends van te maken, namelijk pickles, is vroegtijdig afgebroken. De zalm ‘op Japanse wijze’ is gewoon (te lang) gebakken zalmmoot en er is in de verste verte geen Japans tintje aan te ontdekken. Het komt zonder saus of soja of wat dan ook en is dus ook droog. Volledig doorbakken eten is veilig, Pieter van Vollenhoven zou er blij mee zijn, maar de smaak is eruit.

Het lekkerste zijn nog de uitstekend gegrilde groene asperges met druppeltjes limoen. De ‘verse friet’ komt uit de diepvries en is een aanfluiting, want de togarashi, een scherp Japans kruidenmengsel van zeven kruiden, is gewoon droog over de friet gestrooid en de beloofde sinaasappelmayonaise is huishoudmayonaise uit een pot, geserveerd in een kartonnen bakje.

Het dessert valt uiteindelijk nog het meest in de smaak: Eton mess (8,-) met meringue (niet zelfgemaakt), verse aardbeien, zwarte bessen, ongezoete room en (avontuur!) basilicum en balsamicostroop, maar helaas krijgen we te horen dat juist dit dessert van de kaart gaat. Een kaartwissel waarbij de saté van ossenhaas saté van kip wordt. Tsja.

Zo’n royale zaak in het hart van de stad waar je van ’s ochtends tot ’s avonds kunt ontbijten, lunchen en dineren had een levendige brasserie à la Dauphine of restaurant Amsterdam kunnen zijn, maar laveert liefdeloos tussen toeristenzaak en Van der Valk.

Een toiletbezoek brengt ons ten slotte nog meer in mineur: overal liggen lege toiletrollen en natte slierten papier op de vloer, het water loopt van wastafels af. Blijkbaar voelt niemand zich verantwoordelijk voor dit onderdeel en kun je er als gast op rekenen dat je aan het eind van de lange dag het haasje bent.

En dat is ook de indruk die het restaurant over de hele linie maakt: niemand voelt zich verantwoordelijk, het is er onpersoonlijk, inwisselbaar, een plek voor passanten, net als het Rokin zelf.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.