Politiek worstelt na moord op Wiersum met aanpak drugscriminaliteit

Het belangrijkste debat van het jaar werd donderdag opnieuw overschaduwd door de moord op advocaat Derk Wiersum. Een snelle oplossing voor de drugscriminaliteit is er niet, zo bleek.

PvdA-leider Lodewijk Asscher (tweede van rechts) riep premier Rutte op het aantal agenten in de steden te vergroten in de strijd tegen drugs.
PvdA-leider Lodewijk Asscher (tweede van rechts) riep premier Rutte op het aantal agenten in de steden te vergroten in de strijd tegen drugs. Foto David van Dam

Na een wat lacherige eerste dag debatteerden de fractievoorzitters tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer donderdag opnieuw over drugscriminaliteit. Het debat was deze keer serieus, maar liet ook politieke onmacht zien. De moord op advocaat Derk Wiersum in Amsterdam van een dag eerder overschaduwde het belangrijkste debat van het politieke seizoen. Maar de ideeën over de aanpak van zware drugscriminaliteit lagen ver uit elkaar.

Bovendien lieten fractievoorzitters én premier Mark Rutte (VVD) blijken dat het probleem zo complex is ook zij geen snelle oplossing hebben. Rutte verwoordde het gevoel van onmacht rondom de moord, die „raakt aan het fundament van onze rechtsstaat”. „Ja, wij zijn het gezag. Maar het wordt ons niet makkelijk gemaakt. De strijd die wij leveren is uiterst complex.”

Nieuwe antidrugseenheid

Het kabinet kwam donderdag met één concreet plan. Rutte en minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) voelen wel wat voor een voorstel van CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma om een speciale antidrugseenheid op te richten. Zo’n eenheid, vergelijkbaar met de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA), zou de productie en verspreiding van drugs moeten aanpakken, en de politie werk uit handen kunnen nemen.

Maar de oppositiepartijen in de Tweede Kamer vinden deze oplossing niet afdoende. Ze zijn ontevreden over de prioriteit die het kabinet geeft aan grootschalige drugscriminaliteit en ondermijning van de rechtsstaat. Linkse partijen willen vooral dat het kabinet extra geld uittrekt voor politieagenten. PvdA-leider Lodewijk Asscher riep Rutte op het aantal agenten in de steden te vergroten. Zijn collega Jesse Klaver (GroenLinks), zei: „Wij, als politiek, hebben het de politieagenten en officieren van justitie moeilijker gemaakt. Er is daar stevig bezuinigd.”

Een recent rapport van hoogleraar Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp over ondermijning had de zorgen in de Kamer over drugscriminaliteit in de zomer al vergroot. De auteurs schreven dat Amsterdam het centrum is van internationale cocaïnehandel. De gemeente Amsterdam erkende daarop dat ze geen bestuurlijke greep heeft op deze vorm van criminaliteit.

Lees ook: Onbekommerd drugsgebruik in Nederland is normaal geworden.

De moord op Wiersum is hier een nieuwe illustratie van. De Kamer liet het onderwerp de tweede dag van de politieke beschouwingen domineren, maar dit debat was vooral een uiting van frustratie. Geert Wilders (PVV) vroeg Rutte: „Bent u nog wel de baas? Die verschrikkelijke Marokkaanse maffia, dat vergif van de Nederlandse samenleving, bestuurt de boel vanuit Dubai, Zuid-Amerika of Spanje.”

Maar tijdens de beschouwingen kreeg de oppositie geen concrete toezeggingen van Rutte. Hij weigerde extra geld voor agenten te beloven. Het kabinet werkt bovendien al aan verruiming van de bevoegdheden van politie en justitie.

Praten over eigen drugsgebruik

Wel kwam Rutte terug op een merkwaardige discussie in de Kamer over drugsgebruik, een dag eerder. Toen hadden Kamerleden op lichte toon gepraat over elkaars drugsgebruik. Jesse Klaver noemde zichzelf „een totale loser” in zijn partij, omdat hij geen ervaring heeft met drugs. Gert-Jan Segers (ChristenUnie) riep op „in dat vak” – waar de linkse partijen zitten – een drugstest te verrichten, „om te bepalen of iedereen een beetje helemaal clean is en zo”. Tunahan Kuzu (Denk) zei: „Klaver houdt een heel raar filosofisch verhaal, en dat naar eigen zeggen zonder drugsgebruik. Dan vraag ik me af hoe een verhaal zou klinken wanneer hij een pilletje heeft geslikt.”

Zonder de Kamerleden te noemen, riep Rutte op niet lichtzinnig over drugs te praten. „Mensen die zeggen: ‘Ach, dat mag toch allemaal’, moeten zich blijven realiseren dat ze ook bijdragen aan de ondermijning die in de samenleving bezig is.”