Foto's Annabel Oosteweeghel

Horror in het collectieve trauma dat we beleven

Interview | Nana Kwame Adjei-Brenyah In zijn verhalenbundel Friday Black schrijft de Amerikaanse auteur over hedendaags racisme door het uit te vergroten tot horror. ‘Er is een oververzadiging van de 12 Years a Slave-stijl van praten over zwart lijden.’

Je kunt beginnen met het lezen van dit boek en denken: wat is deze jongen aan het doen? Nana Kwame Adjei-Brenyah, de 28-jarige schrijver uit de Bronx in New York zegt het zelf. Hij schreef de thrillerachtige verhalenbundel Friday Black, vol bloederige halzen, met kettingzaag bewerkte kinderhoofden, pratende foetussen, geoptimaliseerde mensen en personages als Ama de Messenkoningin. Hoe gek het ook klinkt, die twaalf surrealistische verhalen gaan wel echt ergens over. „Ze gaan over mij”, zegt hij.

Zijn boek is een enorm succes in de Verenigde Staten, waar hij begin dit jaar de PEN Book of the Year Award, een van de grootste Amerikaanse literaire prijzen, won. Nu is Friday Black, met alle korte, bijtende zinnen die erin staan, vertaald en is de schrijver in Amsterdam. Hij draagt zwart op zwart op zwart, ringetje door zijn linkeroor. „Trouwens”, vraagt hij tijdens de fotosessie langs een gracht, „komen er veel sporters naar deze stad? De mensen die ik spreek vragen of ik hier voor een wedstrijd ben.”

Er zijn twee Nana’s. Er is Nana Kwame Adjei-Brenyah de intellectueel: de jonge schrijfdocent die je vaak even moet terugroepen omdat hij in zijn hoofd een paar stappen verder is. En Nana Kwame Adjei-Brenyah de fantast: die zijn ogen sluit, absurde voorstellingen maakt en daarna zijn tanden bloot giechelt. Zijn debuut gaat onder meer over zombieachtige koopjesjagers en Zimmerland, een park waar op zwarte kinderen wordt geschoten. Dat verwijst naar George Zimmerman, die in 2012 de Amerikaanse tiener Trayvon Martin doodschoot.

Racisme, armoede, de uitwassen van de consumptiemaatschappij – problemen die we zien maar soms nog niet scherp genoeg, worden door hem opgeblazen en in de toekomst geplaatst. De verhalen bevinden zich op het kruispunt van horror en fantasie. Ze doen denken aan Black Mirror-afleveringen, een serie die hij pas na het schrijven van zijn boek heeft bekeken. Je levenservaring bepaalt hoe echt of nep de verhalen overkomen.

„Ik ben blij wanneer mensen het boek op die manier zien”, zegt Adjei-Brenyah. „Je stapt in en uit de realiteit. Onze ervaringen verschillen van elkaar. Als we het over het magisch realisme hebben, is het interessant te bedenken wat er wel en niet onder valt. Wie bepaalt wanneer iets realistisch is? Voor mij gaan deze verhalen over mijn leven.”

Waarom niet gewoon opschrijven wat er in uw leven is gebeurd?

„Ik kan alleen doen wat ik kan doen – het zou op een andere manier nooit goed worden. Sommige mensen wijzen science fiction of fantasy meteen af, die zal ik nooit bereiken. Er zijn ook mensen die het niet leuk vinden, maar het wel willen proberen.”

Was het schrijven van ‘Friday Black’ net zo onprettig als het lezen van het boek?

„Het schrijven is denk ik onprettiger. Ik bedoel: ik loop al héél lang met die personages rond. Ik heb de verhalen duizend keer opnieuw gelezen. Maar ergens is het voor mij ook minder vervelend omdat ik weet welk doel het dient. Het is geen geweld om het geweld, maar om het bespreekbaar maken van problemen als racisme. De lezer heeft die garantie niet.”

Ik zeg nooit: ik ga over racisme schrijven. Het begint met een situatie

Wanneer je doorkrijgt wat het doel is wordt het pas echt eng.

„Ja, maar dan weet je ook: nu gaan we het ergens over hebben. Geweld zonder doel is pas echt eng.”

Adjei-Brenyah hoorde van kinds af aan al van zijn moeder wat het motto van dit boek werd: ‘Hoe kun je je nou vervelen? Hoeveel boeken heb je geschreven?’ „Haar idee was niet om van mij een schrijver te maken, ze is Ghanees, schrijven ziet ze niet als een echte baan. Ze bedoelde dat ik iets nuttigs moest doen.”

Foto Annabel Oosteweeghel

In veel verhalen is hij zelf een personage – en dan niet de grote held die het goed voor elkaar heeft. „Er zijn zoveel fases, ruimtes, verschillende mentale seizoenen die je als mens doorleeft. Die van mij komen erin terug.” Hij weet vooraf niet wat het onderwerp van het verhaal wordt. „Ik zeg nooit: ik ga over racisme schrijven.” Het begint met een situatie. „Vaak is dat een levendige vorm van een thema.” Dan heeft hij een stem nodig en een bepaalde veronderstelling. „Stel: een op de acht kinderen kan vliegen. Oké, cool, maar wat dan? Nou, één kind dat wel kan vliegen wil dat eigenlijk niet. Op haar nieuwe school heeft ze er niemand over verteld.” Zo begint het, zegt hij. „Hmm, ik noem dit voorbeeld al voor de tweede keer. Misschien zit hier wel echt een verhaal in.”

Regisseur Jordan Peele maakte de films ‘Get Out’ en ‘Us’, ook horrorverhalen over de ervaringen van zwarte mensen, voor de een realistischer dan voor de ander.

„Zijn werk komt overeen met wat ik doe. Je neemt een zwarte ervaring en wil er iets mee laten zien. Er is een oververzadiging van de 12 Years a Slave-stijl van praten over zwarte levens of zwart lijden. Veel mensen in de kunstwereld willen dit onderwerp op een andere manier tonen.”

Vertelt u hetzelfde verhaal op een nieuwe manier, of een nieuw verhaal?

„We zijn ons er op een andere manier van bewust. Er is een nieuwe horror in het collectieve trauma dat we beleven. We kijken nu samen toe hoe zwarte mensen worden doodgeschoten, zonder straf voor de daders. Er zitten steeds weer nieuwe elementen aan.”

U schrijft over de ‘zwartheidsratio’. Een van uw personages verlaagt zijn ‘zwartheid’ in de openbare ruimte: zijn kledingstijl, hij vergroot zijn glimlach. Doet u dit ook wel eens?

„Absoluut. Hoe je omgaat met je zwartheid bepaalt de uitkomst van de mogelijkheden die je hebt om je door de wereld te bewegen, soms zelfs je veiligheid. Je hoeft niet zwart te zijn om je aan te moeten passen. Maar bij zwarte mensen is je succes er veel meer van afhankelijk.”

Lees ook het interview met Paul Beatty naar aanleiding van De verrader

Welke ratio geeft u zichzelf nu?

„Nu ben ik, denk ik, een tien of een nul, dus helemaal mijzelf. De schaal is niet afhankelijk van hoe ik mij gedraag maar hoe de ander mij ziet. Ik doe mijn best mij niet aan te passen, maar misschien doe ik het toch, onbewust. Ik bedoel: ik ben in Nederland, ik zit in een interview, dus er zal vast een mate van terughoudendheid zijn. Ik denk dat het steeds minder hoeft omdat ik nu iets van succes heb bereikt. Toen ik begon als docent op de universiteit kwam ik netjes gekleed in pak. Nu trek ik aan wat ik wil, ook naar vergaderingen van de faculteit.

„Ik ben in zwarte omgevingen opgegroeid tot ik ging studeren. Voor mijn ouders was dat nóg anders, zij kwamen als migranten uit Ghana. Mijn vader is kort geleden overleden, hij was advocaat. Hij heeft altijd gedacht dat de witte rechter een zwaardere straf zou geven aan een zwarte dader.”

Even is niets anders te horen dan het tikken van het lepeltje, terwijl hij honing door zijn thee roert. „Het is nog heel recent. Eind juni”, zegt hij. „Kanker…”

Ik extrapoleer gebeurtenissen naar het logische extreme

„Wat is dat met die koekjes, krijg je die altijd bij een kop thee?” Hij buigt naar de recorder. „Hoor je dat Amerika? Hier krijg je bij iedere kop thee een koekje.” Hij gniffelt. „En wij maar denken dat we in alles de beste zijn.”

Om ons heen is overal geluid, zegt Adjei-Brenyah. Dat leidt af, maakt het lastig om goed te schrijven. Met zijn studenten creative writing mediteert hij daarom in de les. „Sluit je ogen en doe alsof je op het strand ligt”, hij verjongt zijn stem, „de zon straalt”, hij rekt zijn woorden uit, „de golven kussen de kust, je voeten in het zand, je voelt je kalm en vanaf dat strand denk je aan een plek waar je je helemaal gelukkig voelt. Wat doen je handen? Wat ruik je? Zo begin je een verhaal.”

Hij praat met zijn studenten over het belang van ‘slim en genereus’ lezen. „Je moet je best doen om iemand te begrijpen, je moet er helemaal bij zijn.”

Kan de lezer u beter begrijpen wanneer u de gevaren die u bespreekt in de toekomst plaatst?

„Honderd procent. Ik extrapoleer gebeurtenissen naar het logische extreme. Voor mij is de toekomst een coole manier van praten over wat er nu misgaat in de VS. Soms wil je een probleem aankaarten en worden mensen meteen defensief, dan zeg ik: oké, we hebben het niet over nu, maar over racisme dat in 2400 plaatsvindt – dan luisteren ze ineens wel. Eigenlijk gaat het wél over nu. Als iemand jou op je onwetendheid wijst kun je er ook gewoon naar luisteren.”

Nana Kwame Adjei-Brenyah in Late Night n.a.v. het verschijnen van Black Friday

Bent u zelf ook wel eens die ‘onwetende’ Amerikaan?

„Ik ben het kind van Ghanese migranten. Mijn moeder heeft vaak tegen mij gezegd: ‘Jij denkt dat ik dom ben omdat je hier bent geboren.’ Ik zag vorige week het journaal in Zuid-Afrika en was verrast over hoeveel slimmer het was. Niet alleen van die snelle, flitsende citaten en domme opmerkingen zonder context. Ik dacht eerst: oh, dat is verrassend, en daarna: waarom eigenlijk? Ik weet toch dat ons nieuws om sensatie draait? Sommige dingen weet je, maar moet je nog weten.”

Is dat een pijnlijk besef?

„Ik zie het als een kans. Er zijn zóveel dingen die ik moet leren en ontleren. Tijdens mijn studie nam een collega-schrijver mij apart en zei dat ik tijdens de les door haar heen had gepraat. ‘Je was het met mij eens, maar je nam mijn woord over terwijl ik aan het spreken was’, zei ze. Toen dacht ik eerst: shit, ik ben echt een eikel. ‘Nee’, zei ze, ‘je bent geen eikel, je hebt er iets van geleerd.’ Ik vind het aardig dat ze mij dit vertelde. Eerst voelde het niet goed, maar daarna wel. Mijn werk is bedoeld voor mensen van wie ik hoop dat ze beter luisteren. Dan moet ik het zelf ook doen.”