Opinie

Grapperhaus’ antiterrorismewet bedreigt noodhulp

Hulpverlening Een vergunning vragen om humanitaire hulp te verlenen in oorlogsgebied? De Senaat moet dat wetsvoorstel dringend herzien, schrijven .

Rohingya-vluchtelingen uit Birma krijgen noodhulp in een opvangkamp in buurland Bangladesh, september 2017
Rohingya-vluchtelingen uit Birma krijgen noodhulp in een opvangkamp in buurland Bangladesh, september 2017 Foto Danish Siddiqui/Reuters

De Tweede Kamer heeft deze maand ingestemd met een wetsvoorstel van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) om verblijf in terroristisch gebied, zonder toestemming vooraf, strafbaar te stellen. Deze wet vormt een bedreiging voor onafhankelijke hulpverlening in conflictgebieden.

Hulpverleners verplichten vooraf toestemming te vragen vertraagt noodhulp, ondermijnt de onafhankelijke status van humanitaire organisaties, en vergroot de risico’s voor hulpverleners. Daarom vroegen wij de minister een uitzondering te maken voor humanitaire hulpverleners. Het is verbijsterend dat zowel de minister als de Tweede Kamer doof zijn gebleven voor onze oproep.

We begrijpen heel goed dat de overheid maatregelen wil nemen tegen uitreizigers die gewelddadige bedoelingen hebben, en dat zij dreigingen in onze samenleving wil wegnemen – hoewel de Raad van State de noodzaak van de wet betwist. Maar het kabinet en de Tweede Kamer hebben geen oog gehad voor de negatieve bijeffecten.

Levensreddend werk

Humanitaire hulpverleners hebben als doel om slachtoffers van geweld en natuurrampen te redden. Het humanitair oorlogsrecht verplicht staten, dus ook Nederland, om humanitaire organisaties toe te laten tot crisisgebieden en hen te faciliteren bij hun levensreddende werk. Het vooraf vragen van toestemming om te mogen afreizen naar een crisisgebied staat daar haaks op. Erger nog, de Nederlandse overheid reserveert via dit wetsvoorstel het recht om te bepalen of en welke humanitaire organisaties naar een bepaald gebied mogen reizen. Onduidelijk is op welke grond toestemming zal worden gegeven of onthouden. Daarmee komt de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van hulporganisaties in het geding. En daarmee worden niet alleen abstracte principes geschaad, maar ook de veiligheid van hulpverleners.

Of hulpverleners in conflictgebieden toegang krijgen tot mensen in nood, wordt veelal bepaald door de mate waarin humanitaire organisaties zich houden aan deze grondbeginselen, en het vertrouwen dat dat geeft aan alle strijdende partijen. Het vertrouwen wordt ondermijnd als strijdende partijen weten dat de Nederlandse overheid Nederlandse hulpverleners expliciet toestemming heeft gegeven om in ‘hun’ gebied te mogen werken.

Wachten op toestemming botst ook met het humanitaire principe om te allen tijde, overal snel hulp te geven aan alle slachtoffers.

Lees ook: Ministeriële inmenging met journalistiek is dictatoriaal

Onpartijdigheid

Minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66), schreef in maart van dit jaar nog aan de Kamer: „Hulp aan mensen in nood dient te worden geleverd op basis van de principes van onpartijdigheid, onafhankelijkheid en neutraliteit en moet los staan van politieke, economische en militaire doelen. In de praktijk zijn besluiten over het geven van humanitaire hulp en het toelaten van hulp en hulpverleners vaak onderdeel van politieke processen en wordt hulp soms onderdeel van een politieke agenda en misbruikt. Nederland streeft ernaar politisering van noodhulp tegen te gaan”.

Wij zouden het niet beter kunnen verwoorden, maar blijkbaar is dit standpunt van een lid van het kabinet geen reden voor datzelfde kabinet, en voor de Kamer, om de enige logische conclusie te trekken: een uitzondering in de wet opnemen voor hulpverleners, zoals die wel is opgenomen voor diplomaten, de VN, de EU en medewerkers van het Rode Kruis.

Logische oplossing

Het is onbegrijpelijk dat niet tot onze politici is doorgedrongen dat humanitaire hulp kwetsbaar is en beschermd moet worden. De onwil om tot een logische oplossing te komen is verontrustend en miskent de decennialange ervaringen van humanitaire organisaties in de meest gewelddadige crises in de wereld.

De wet wordt dinsdag 24 september behandeld in de Eerste Kamer. Wij hopen dat onze senatoren tot een wijze afweging komen van deze wet. Een categorische uitzondering voor hulpverleners is nog altijd mogelijk en wat ons betreft noodzakelijk. Voorbeelden van zo’n regeling zien we onder andere in een vergelijkbare wet in Australië, en in de Europese richtlijn inzake terrorismebestrijding. We rekenen op de Senaat om deze wet voor verbetering terug te sturen naar de tekentafel. Zodat Nederland zijn verplichtingen volgens humanitair oorlogsrecht nakomt, en niet met de ene hand tegenwerkt wat het met de andere belijdt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.