‘Geef een reëler beeld van vijftigplusser’

Interview | Martine van Selm Het imago van oudere werknemers is niet geweldig: ze zouden duur zijn, en digibeet. Hoogleraar communicatiewetenschap Martine van Selm wil dat veranderen.

Wie heeft er in een collegezaal eerder door hoe de beamer werkt: de student die college komt volgen, óf de hoogleraar van middelbare leeftijd die het college geeft?

De student, toch? „Nou, ik kan er prima mee omgaan”, zegt Martine van Selm (51), die deze vrijdag haar oratie uitspreekt en vanaf dat moment officieel hoogleraar communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam is.

Van Selm is gespecialiseerd in beeldvorming binnen organisaties, en haar oratie gaat over de beeldvorming rond oudere werknemers.

Over die werknemers bestaan nogal wat vooroordelen, vertelt Van Selm in haar werkkamer op de zevende verdieping van een Amsterdams universiteitsgebouw. Werknemers vanaf ongeveer vijftig jaar zouden enerzijds loyaal zijn, maar ook inflexibel. Ze zijn ervaren, maar weer onhandig met digitale techniek.

Hoe zit het met dat stereotype?

Van Selm: „Het beeld dat wij voorgeschoteld krijgen van oudere werknemers is dat ze betrouwbaar zijn: betrokken, sociaal en vriendelijk. Maar ze worden ook afgeschilderd als werknemers die minder goed scoren op de zogenoemde hard skills. Op mentale en fysieke capaciteiten bijvoorbeeld, op productiviteit en op het vermogen en de bereidheid om nieuwe dingen te leren. Het is een ambivalent stereotype, met een positieve en negatieve kant.”

Waar ziet u dat in terug?

„In mijn onderzoek keek ik naar nieuwsmedia, maar ook naar de communicatie binnen bedrijven, zoals bedrijfsmagazines. Ik kwam bijvoorbeeld een verhaal tegen waarin benadrukt werd dat de oudere medewerkers de meest loyale van het bedrijf zijn. Dat bevestigt het stereotype. Zeker als het dan bij verhalen over een nieuw project, of een innovatieve oplossing, nooit gaat over oudere, maar wel over jongere werknemers.

„Je ziet het ook terugkomen in wat ik ‘ontzie-maatregelen’ noem. Denk aan oudere werknemers die geen nachtdiensten meer hoeven draaien. Of die extra vrije dagen krijgen. Dat is een vrij normale en goede maatregel, maar het bevestigt óók het idee dat ouderen dit nodig hebben. Het straalt uit: ze kunnen die dingen niet meer. Terwijl oudere werknemers onderling net zo veel verschillen als dat ze verschillen van jongere werknemers.”

We hebben daarom meer realistische beelden van ouderen nodig, vindt Van Selm. Vijftigplussers tellen wel degelijk mee, ook al wil de beeldvorming anders. „Oudere werknemers zijn vaak onzichtbaar.”

Dat is volgens haar onterecht en niet handig. En niet alleen omdat werknemers door de verhoging van de AOW-leeftijd steeds langer moeten doorwerken. Op de huidige, krappe arbeidsmarkt vinden werkgevers maar moeilijk geschikt personeel. Toch blijken de kansen voor ouderen beperkt. Het aandeel 45-plussers onder langdurig werklozen is relatief hoog. Ruim 60 procent van de mensen die meer dan twee jaar in de bijstand zitten, is 45 jaar of ouder.

Van Selm: „Meer realistische beelden van oudere werknemers in allerlei beroepen en sectoren kunnen ertoe leiden dat werkgevers inzien dat dit een capabele groep is, waarin ze ook personeel kunnen zoeken.”

Nu gebeurt nog vaak het tegenovergestelde, zo blijkt uit onderzoek naar leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt dat het College voor de Rechten van de Mens vorig jaar publiceerde. Van de 1,8 miljoen vacatures die het College bestudeerde, waren er „tienduizenden” waarin een leeftijdseis werd gesteld. In zulke vacatures werd bijvoorbeeld gevraagd naar iemand die ‘maximaal 35 jaar oud’ is. Zo’n leeftijdseis is bij wet verboden.

Leidt de beeldvorming rond ouder personeel tot leeftijdsdiscriminatie?

„Dat directe verband hebben wij niet onderzocht, maar de stereotiepe weergave van oudere werknemers zou daarin zeker een rol kunnen spelen. Hoe minder je in contact staat met een groep, hoe belangrijker de berichtgeving over die groep voor je beeldvorming wordt. En als oudere werknemers vrijwel onzichtbaar zijn... dan kán het zijn dat werkgevers denken: die heb ik liever niet voor mijn vacature. Dat heeft met onwetendheid te maken.”

Hoge salariskosten worden ook vaak opgevoerd om geen oudere werknemers aan te nemen. Terecht?

„Dat is een vaak gehoord argument, maar het is niet helemaal terecht. Als je een 25-jarige vergelijkt met een 50-jarige, dan is de 50-jarige inderdaad duurder. Maar als je een 40-jarige vergelijkt met een 50-jarige, valt het in veel gevallen wel mee. De opbouw in salaris loopt namelijk niet zo lang door. Het beeld dat een salaris met de leeftijd mee blijft stijgen, klopt niet.”

Hoe is dat beeld van oudere werknemers te kantelen?

„Organisaties moeten nadenken over hoe ze beter kunnen uitdragen dat ze mensen van alle leeftijden in dienst hebben: in hun folders, op websites, in jaarverslagen. Probeer het hele palet aan werknemers realistisch neer te zetten. Plaats bijvoorbeeld bij een aankondiging van een bedrijfstraining een foto van zowel oudere als jongere cursisten.

„Dit betekent overigens niet dat je moet negeren dat mensen biologisch ouder zijn: het beeld moet wel realistisch zijn. Dan zullen oudere werknemers zich op hun gemak blijven voelen in de organisatie. Ook voor de jongere generatie is het goed om te zien dat dit een leeftijd is waarop je nog volop zinvol bezig kunt zijn.”