Hardere hand fiscus treft tabaksconcern BAT

Belastingclaim Tabaksconcern British American Tobacco boekt miljardenwinsten. Fiscale constructies die via Nederland lopen, blijken hier al jaren bij te helpen. Nu eist de fiscus 1 miljard euro terug van BAT.

British American Tobacco is fabrikant van sigarettenmerken als Lucky Strike, Camel en Pall Mall. De Belastingdienst heeft ernstige bezwaren tegen fiscale routes die het bedrijf optuigde via Amstelveen.
British American Tobacco is fabrikant van sigarettenmerken als Lucky Strike, Camel en Pall Mall. De Belastingdienst heeft ernstige bezwaren tegen fiscale routes die het bedrijf optuigde via Amstelveen. Foto Luke MacGregor

Het Handelsplein in Amstelveen is een plein zoals je dat in elke middelgrote stad kunt tegenkomen. Er zit een kantoor van de Rabobank, een Japans restaurant, er is een vijvertje met lelies. De meeste mensen die het plein passeren, zijn op weg naar het winkelcentrum om de hoek, of ze komen er net vandaan.

Weinigen zullen weten dat dit een cruciale plek is voor een van de grootste tabaksproducenten ter wereld. In de groene toren aan het plein, van de vijfde tot de negende verdieping, huist de Nederlandse afdeling van British American Tobacco (BAT). Dat is de fabrikant van sigarettenmerken als Lucky Strike, Camel en Pall Mall, waarvan het hoofdkantoor in Londen staat. Naar eigen zeggen is BAT actief in meer dan tweehonderd landen, in vijftig daarvan is het marktleider.

De ongeveer tachtig medewerkers in Amstelveen houden zich volgens BAT met name bezig met de distributie van tabaksproducten in Nederland. Een klein aantal houdt zich ook bezig met iets anders: fiscale constructies. Op papier zijn in Amstelveen meer dan dertig vennootschappen uit het BAT-concern gevestigd.

In de belangrijkste ervan, British American Tobacco International Holdings BV, stond eind 2017 een bedrijfsvermogen van ruim 10 miljard euro geparkeerd. In 2017 stroomde via deze holding bijna 1,6 miljard pond (1,8 miljard euro) naar het moederbedrijf in het Verenigd Koninkrijk, genaamd Weston Investments Ltd. Over deze inkomsten betaalde Weston Investments nauwelijks belasting, zo blijkt uit het eigen jaarverslag. De 1,6 miljard pond leverden een belastingaanslag op van 1,6 miljoen pond; een belastingdruk van 0,1 procent.

Schatkist benadeeld

De Belastingdienst heeft ernstige bezwaren tegen de fiscale routes die BAT via Amstelveen heeft opgetuigd, zo blijkt uit onderzoek van journalistiek platform De Onderzoeksredactie (DOR). In 2015 kreeg de tabaksgigant voor het eerst een naheffing opgelegd van 31 miljoen euro, wegens vermeende belastingontwijking in drie voorgaande jaren. BAT weigerde die claim te betalen. In de afgelopen jaren liep de vordering op tot 902 miljoen pond, inclusief boetes – omgerekend ruim 1 miljard euro.

Voor zover bekend legde de Nederlandse Belastingdienst niet eerder een claim op die daarbij ook maar in de buurt kwam. Koffieketen Starbucks kreeg in 2016 een naheffing van 25 miljoen euro. Bij BAT besloot de Belastingdienst met terugwerkende kracht alle belastingaangiftes tot aan 2003 onder de loep te nemen. Conclusie: door de belastingroutes van BAT werd de Nederlandse schatkist jarenlang ernstig benadeeld.

BAT is het hier nadrukkelijk mee oneens. Het heeft „tegen de volledige claim beroep aangetekend”, stelt een woordvoerder van het bedrijf. De Nederlandse fiscus beschouwt „verschillende interne transacties” uit de periode tussen 2003 en 2016 als onrechtmatig. Volgens BAT is dat niet terecht. „British American Tobacco voldoet volledig aan alle toepasselijke wet- en regelgeving in alle tweehonderd markten waarin we actief zijn.”

De multinational zegt het conflict zo nodig via de Nederlandse rechter te willen uitvechten. Volgens de woordvoerder kan zo’n juridische strijd drie tot vijf jaar duren. De ervaren fiscaal advocaat Renée van der Maat van Loyens & Loeff werd volgens haar eigen LinkedIn-pagina in 2018 als tax manager bij BAT gedetacheerd.

Doorvoerhaven

Wereldwijd schuiven met dividenden, rentebetalingen en royalty’s tussen aan elkaar gelieerde vennootschappen – zogeheten transfer pricing – is voor veel multinationals al jaren gebruikelijk. Bedrijven als Apple, Starbucks, Fiat, Ikea en Nike doen het. Nederland speelt als doorvoerhaven van winsten vaak een sleutelrol. Deze maand publiceerden het IMF en de universiteit van Kopenhagen nog onderzoek waaruit bleek dat een groot deel van de ‘buitenlandse investeringen’ in Nederland in werkelijkheid geld is waarmee belasting wordt ontweken. In 2017 ging het om meer dan 3 biljoen dollar. Het Europees Parlement bestempelde Nederland afgelopen maart als „belastingparadijs”.

Die vrijheid van multinationals om legaal belastingen te ontwijken wordt langzaam ingeperkt. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) lanceerde in 2013 het programma base erosion and profit shifting (Beps): een reeks richtlijnen waar multinationals zich aan moeten houden. De kern ervan: in elk land waar een bedrijf actief is, dient het een fatsoenlijk percentage winstbelasting af te dragen. De richtlijnen zijn in 2015 aangescherpt.

De multinational wil het conflict zo nodig via de Nederlandse rechter uitvechten

Volgens Arjan Lejour, hoogleraar Taxation & Public Finance aan Tilburg University, hebben veel landen de Beps-richtlijnen overgenomen. Belastingdiensten kijken nu kritischer naar de fiscale activiteiten van multinationals. Lejour: „In zijn algemeenheid hebben landen de laatste jaren veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen. We weten dat er internationaal meer aandacht is voor transfer pricing en ook dat landen en belastingdiensten hierover internationaal overleggen.”

Nu blijkt voor het eerst dat dit ook voor Nederland geldt. In november 2013 ondertekende toenmalig staatssecretaris Frans Weekers (VVD) een decreet dat onder fiscalisten bekendstaat als ‘het verrekenbesluit’. Hierin werd een aantal regels vastgelegd waaraan bedrijven zich bij schuiven met winsten via Nederland moeten houden. Het was de praktische uitwerking van de nieuwe richtlijnen die de OESO voorschreef. „Het ging om een verduidelijking voor de praktijk: de ondernemingen en hun adviseurs”, verklaart een woordvoerder van de Belastingdienst. „Het besluit geeft aan dat er situaties kunnen bestaan waarin sprake is van een onzakelijke verschuiving van winst die bestreden moet worden.”

Verschillende bedrijven hebben inmiddels kennisgemaakt met de hardere hand van de Nederlandse fiscus. „Op dit moment lopen bij meerdere multinationals verrekenprijsdiscussies over bedragen van [telkens] meer dan 100 miljoen euro”, aldus de woordvoerder. „De aandacht die de Belastingdienst heeft voor de door hen gehanteerde verrekenprijzen, leidt ertoe dat er jaarlijks meerdere geschillen en discussies op dit specifieke vakgebied bestaan.” Het lijkt een radicale breuk met het verleden, waarin internationale bedrijven via tax rulings volop gunstige afspraken met de Belastingdienst konden maken.

Lees ook: Hoe Ikea al jarenlang belastingen ontwijkt

Winsten verplaatsen

Hoe lopen de omstreden geldstromen van BAT precies? Tax Justice Network (TJN), een internationale groep voorvechters van eerlijke belastingheffing, rapporteerde in april dat het bedrijf al jaren op grote schaal gebruik maakt van fiscale structuren die de belastingdruk verlagen. Door winsten naar elders te verplaatsen, zou het alleen al in acht ontwikkelingslanden – Brazilië, Indonesië, Kenia, Zambia, Oeganda, Bangladesh, Guyana en Trinidad & Tobago – jaarlijks 58 miljoen dollar aan belastingen omzeilen.

Zo stroomde jarenlang een groot deel van de winst die BAT in Brazilië maakte naar Nederland. Het dochterbedrijf in Rio de Janeiro, Souza Cruz, heeft in eigen land een marktaandeel van 78 procent en noteert jaarlijks enkele honderden miljoenen dollars aan winst. Die sluisde het bedrijf jarenlang deels in de richting van Nederland. Tussen 2007 en 2014 ontving Souza Cruz leningen vanuit de vennootschap Yolanda Netherlands BV, gevestigd in Amstelveen. Over deze leningen betaalde Souza Cruz in totaal 255 miljoen dollar aan rente.

Dit drukte de winst van Souza Cruz flink. In plaats van de Braziliaanse winstbelasting van 34 procent betaalde BAT over de rentebedragen die naar Nederland stroomden slechts 15 procent bronbelasting; dat percentage is vastgelegd in het belastingverdrag tussen Nederland en Brazilië. De onderzoekers van TJN concludeerden dat de Braziliaanse schatkist hierdoor jaarlijks 6 miljoen dollar aan belastinginkomsten misliep.

Verschillende bedrijven hebben inmiddels kennisgemaakt met de hardere hand van de fiscus

Ook de Braziliaanse overheid heeft inmiddels aan de bel getrokken over de belastingconstructies, zo blijkt uit het jaarverslag van BAT over 2018. Het land eist 330 miljoen dollar van de tabaksfabrikant. Ook in Brazilië bestrijdt BAT de claim. De zaak ligt nu bij de Braziliaanse rechter.

Het rapport van Tax Justice Network legde ook een fiscale route vanuit Indonesië bloot. Het Indonesische dochterbedrijf van BAT, Bentoel Internasional, ontving in 2013 en 2015 twee leningen van de vennootschap Rothmans Far East BV uit Amstelveen. In totaal leende Bentoel 983 miljoen dollar. Rothmans Far East ontving het geld weer van een andere BAT-vennootschap: Pathway 4 Ltd., gevestigd op het eiland Jersey. Uit jaarverslagen blijkt dat Bentoel over deze leningen rentes van 9 en 11,75 procent betaalde. Door deze betalingen maakte Bentoel op papier geen winst meer en betaalde het dus ook nauwelijks meer winstbelasting. Tax Justice Network berekende dat zo in vier jaar tijd 164 miljoen dollar aan inkomsten vanuit Indonesië naar Nederland stroomde.

Deze constructie was profijtelijk dankzij het belastingverdrag tussen Nederland en Indonesië uit 2002. Hierin is vastgelegd dat rentelasten die naar Nederland stromen, niet eerst in Indonesië worden belast. Doordat het geld in feite belastingvrij in Nederland terechtkwam, bespaarde BAT jaarlijks 11 miljoen dollar aan belastingen, berekende Tax Justice Network. In 2016 werd de constructie plotseling opgeheven.

Irreële percentages

BAT stelt desgevraagd dat de geldstroom uit Indonesië geen onderdeel is van het conflict met de Nederlandse fiscus (uit welke landen de betwiste geldstromen wel komen, wilde BAT niet zeggen). Het dispuut draait wel om vergelijkbare interne leningen, waarbij BAT zelf in feite het rentepercentage kon vaststellen. Volgens de Belastingdienst gebeurde dat tegen irreëel hoge percentages van 9 procent of meer. Bij banken kon BAT op hetzelfde moment geld lenen tegen minder dan 4 procent rente, blijkt uit jaarverslagen. De hoge interne rentelasten drukten de winst in het buitenland. Door de rente-inkomsten meteen weer uit te betalen aan een moedervennootschap in het buitenland, als vergoeding voor ‘garantstelling’ bij de leningen, werden de inkomsten ook in Nederland nauwelijks belast. Over de inkomsten uit Brazilië betaalde Yolanda Netherlands BV bijvoorbeeld maar 2,3 procent belasting.

Behalve rente-inkomsten stroomde ook een deel van de wereldwijde winsten naar Nederland in de vorm van dividend. Zo maken de dochters in Kenia, Sri Lanka en Jamaica jaarlijks het grootste deel van hun nettowinst over naar Amstelveen. Mogelijk gebeurt dit in meer landen, want ook de landenholdings van Venezuela, Maleisië, Australië, Zuid-Afrika, Duitsland en Vietnam zijn in Nederland gevestigd – maar met betrekking tot die landen maakt BAT geen cijfers bekend.

„Dit is een heel bekende fiscale structuur”, zegt Lejour. De hoogleraar benadrukt dat het, ook met de huidige regelgeving, doorgaans een legale constructie is. „Veel multinationals maken hier gebruik van. Het dochterbedrijf in bijvoorbeeld Kenia maakt winst, en wordt in beginsel daar belast. Dankzij de vele internationale belastingverdragen met Nederland heft een groot aantal landen geen bronbelasting over dividenduitkeringen richting ons land. Hier wordt het dividend niet meer belast vanwege de deelnemingsvrijstelling.”

BAT geeft zich in de strijd met de Nederlandse fiscus voorlopig niet gewonnen. Volgens de woordvoerder heeft het bedrijf op geen enkele manier de wet overtreden. Met name het feit dat de Belastingdienst na het aanscherpen van de regels met terugwerkende kracht tot 2003 naheffingen heeft opgelegd, wekt wrevel. „De Nederlandse belastingautoriteit vindt dat ze recht heeft ons aan te slaan voor periodes uit het verleden, aan de hand van het verrekenprijzenbesluit uit 2013. Met deze zienswijze is BAT het niet eens.”

Dit is een productie van het onafhankelijke journalistieke onderzoeksplatform De Onderzoeksredactie (DOR). Aangesloten journalisten doen onderzoek gericht op tabak, defensie, farma, voeding, alcohol en energie.