Opinie

Déjà vu: nu ontginnen de techreuzen Afrika

Kiza Magendane

Om het welzijn van een gemeenschap te begrijpen hoef je niet alleen maar de Miljoenennota te bestuderen, je moet ook kijken naar haar verhouding met zwarte spiegels. Black Mirror is een Netflix-serie over de ‘zwarte spiegels’ op onze smartphones, -watches en -tv’s. De serie toont ons een dystopische toekomst waarin digitale technologie niet alleen een vriend, maar ook een vijand wordt.

Toch kun je ook zonder populaire science-fiction de schaduwzijde van digitale innovatie zien. Digitale technologie leidt niet vanzelfsprekend tot gelijkheid, zoals ooit werd gedacht. Wie ongelijkheid tussen landen wil begrijpen, dient niet alleen naar inkomen te kijken. Je moet je ook afvragen: wie heeft de controle over de digitale technologie?

Sinds 2016 worden drones in Rwanda ingezet om levensreddende pakketjes te bezorgen, een innovatie die nog kleinschalig is maar veel potentie heeft. Ghana was dit jaar het tweede land in Afrika dat ermee begon te experimenteren. Het is een simpele formule: een arts op het platteland laat via WhatsApp of sms weten aan welk vaccin of bloedproducten behoefte is. Een half uurtje later bezorgt de drone ze op de aangegeven locatie. „Ghana loopt voorop met deze nieuwe technologie”, aldus een woordvoerder van Zipline, het Amerikaanse bedrijf dat de bezorgdrones runt.

Door zulke ‘digitale disruptie’ ontstaan op het Afrikaanse continent nieuwe markten en worden oplossingen gevonden voor grote maatschappelijke vraagstukken. Mobiel bankieren en verzekeren, e-commerce en transport – digitale innovatie biedt arme landen ongekende mogelijkheden om hun economie een impuls te geven. Soms valt de term leap frogging, het idee dat arme landen met een kikkersprong zo in een keer hun achterstand inhalen.

Wel is het een probleem dat de meeste digitale innovaties in buitenlandse handen zijn. Dat heeft financiële consequenties. De Ghanese drones worden gelanceerd door Ghanezen die er een opleiding voor hebben gekregen, maar voor elke vlucht betaalt Ghana vijftien euro aan Zipline. Dit sluit aan bij de bevindingen van het Digital Economy Report 2019, dat deze maand is gepubliceerd door UNCTAD, de VN-conferentie voor handel en ontwikkeling. Het signaleert dat digitale technologie met name welvaart creëert in de VS en China. De rest van de wereld, met name Latijns-Amerika en Afrikaanse landen, blijven ver achter. Daarnaast signaleert het de overdominantie van ‘superplatforms’ als Microsoft, Apple, Amazon, Google, Tencent en Alibaba. Zoals bekend bieden de techreuzen diensten aan in ruil voor persoonlijke data van de gebruiker, die vervolgens gebruikt worden om nieuwe diensten te verkopen. Zo consolideren ze hun macht, en wordt digitale innovatie niet gebruikt om het verschil tussen landen te verkleinen, maar juist te vergroten.

Je kunt het beestje ook bij de naam noemen door te spreken over ‘digitaal kolonialisme’ (dat woord komt voor in het VN-rapport). De overeenkomsten met het Europese koloniale project in Afrika (eind negentiende eeuw) zijn treffend. Europeanen kwamen met technologische kennis, slokten grondstoffen op en maakten daar vervolgens hoogwaardige eindproducten van die de gekoloniseerden dan weer voor veel geld konden kopen. De nieuwe kolonisators heten Alibaba en Facebook. Zij komen met digitale kennis, slokken uw persoonlijke data op en daarna kun je hun diensten kopen. Het geld dat het Afrikaanse continent verlaat, gaat naar de hoofdstad van de kolonisator. Dit is geen science-fiction, maar herhaling van de geschiedenis.

Kiza Magendane, politicoloog, werkt bij The Broker, een denktank voor duurzame ontwikkeling. Hij vervangt deze week Luuk van Middelaar.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.