Opinie

De Rotterdamse raad functioneert formidabel

Hij is de enige die niets mag zeggen tijdens de vergaderingen van de Rotterdamse gemeenteraad. Nu griffier Han van Midden afscheid neemt, mag hij zelf het woord voeren. Het wapengekletter ten spijt; de raad werkt voorbeeldig, vindt hij. En de felle retoriek is een gevolg van de ontzuiling en de emancipatiestrijd die daarop is gevolgd.

Illustratie Rik van Schagen

In de Rotterdamse gemeenteraad zijn 45+10+2 (oftewel 57) officiële politieke junkies aanwezig met als doel besluiten te nemen door het debat met elkaar te voeren, dan wel te faciliteren, en van die 57 personen mag er een, ja slechts eentje, niets zeggen.

Zijn lot is het luisteren en schrijven, instrueren, influisteren, ruzies sussen, de regels uitleggen, voorbereiden, nog een keer de regels uitleggen, broodjes hummus regelen, de temperatuur van de zaal koel of warm houden, nog een keer broodjes hummus regelen, kroketten bestellen, kranten van vandaag leveren, met ambtenaren in de clinch liggen – maar het woord voeren, ho maar. Zelfs als hij wordt aangesproken door een van de andere 56 officiële deelnemers aan dit bijzondere schouwspel. Dat is de griffier. De griffier die nooit in het openbaar mag spreken. Maar vandaag kan ik dat allemaal goed maken.

Als adviseur van de raad bereid je besluiten voor. Daarbij kunt u ervan uitgaan dat de griffier en zijn mensen dat doen met ziel, zaligheid en vooral neutraliteit. Dat is wat ik al die jaren heb gedaan, naast het verzorgen van broodjes hummus, het najagen van raadsleden, het bestellen van kranten en andere gekkigheid: gewaakt over de voorbereiding en kwaliteit van de besluitvorming. Nooit over de besluitvorming zelf, dat is aan de raad en zijn voorzitter.

Geur van wilde beesten

Ik ben gek op u allemaal, echt, hoewel een enkeling erg zijn of haar best heeft gedaan om dat te veranderen. En ik ben gek op dat mooie rauwe geluid en bijbehorende geur van wilde beesten die nog een paar dagen later in deze zaal te ruiken is. Maar wat kunt u er een potje van maken met zijn allen. En dat zag ik dan met lede ogen aan. En al het politieke wapengekletter ten spijt, besluitvorming in deze raad eindigt meestal in het midden. Overigens, partijen die pretenderen het midden te vertegenwoordigen: u kunt wellicht kracht putten uit mijn woorden, maar het spijt me, u bent alleen het midden omdat u rechts en links naast u hebt.

Toen ik hier vier en een half jaar geleden binnenkwam, constateerde ik al dat de sfeer en onderlinge verhoudingen onder zware spanning stonden. Ik volgde daarom de volgende strategie: hard in de raad, zacht als u weer de zaal uit gaat (of op straat). Ik organiseerde vele borrels, feestjes en gezelligheid rond de raad, om de sfeer buiten de raad maar goed te houden - wat redelijk lukte.

Ik wil graag doorgaan waar onze nestor dit jaar in zijn nieuwjaarstoespraak begon. Hij stipte aan wat het gevolg was voor de politiek van de ontzuiling die ons land in de afgelopen drie decennia heeft doorgemaakt. Hij betoogde dat doordat zuilen zekerheden waren voor groepen mensen, ontzuiling tot minder groepsgedrag en daarmee tot onzekerheid en meer aandacht voor het individu leidde. Voor veel mensen onzekerheid dus. En daar kwam langzaam maar zeker een politieke werkelijkheid omheen die wel moest inspelen op de zoektocht naar zekerheid. Meer onrust, meer doelgroeppartijen, meer op de man spelen, grote woorden en additionele effecten gebruiken om maar in de media duidelijk te maken waar je als partij voor staat of beter gezegd, waar je je vanaf zet.

Emancipatie

Hoe logisch. Hoe terecht. Hoe vaak heb ik stomverbaasde ambtenaren of buitenstaanders proberen uit te leggen dat deze raad formidabel functioneert. Heel eenvoudig; ons bestel is gebouwd in- en op een tijdperk dat leunde op zuilen. En die zijn grotendeels vervaagd. Dus de drie klassieke taken van een raadslid (kaderstellen, controleren, en volksvertegenwoordiging), zijn niet langer toereikend. Er mist een vierde taak die aanvullend is op de vertegenwoordigingstaak en die in de verzuilde samenleving niet of nauwelijks mogelijk was, namelijk het emanciperen van de achterban. Sommigen zullen hier ‘identiteitspolitiek’ in zien, maar dat is niet wat ik bedoel. Identiteitspolitiek gaat over wat mensen van elkaar onderscheidt. Emanciperen gaat over het streven, dan wel het vechten voor gelijke rechten van de achterban, de doelgroep, op onderwerp, thema of andersoortige overeenkomst. U doet dat allemaal. Of het nu Leefbaar Rotterdam is die opkomt voor het verbeteren van de positie van de hardwerkende Rotterdammer of 50PLUS voor de positie van ouderen. En gelijke rechten, daar praat je niet rustig over, daar vecht je voor. Met het woord. En dat doet u, elke donderdag weer.

Wat kon ik genieten van een potje Rotterdamse politiek. Niet dat ik het ook wel eens anders wilde. Natuurlijk wel, als er te veel op de man werd gespeeld of zaken te veel werden uitvergroot. Deze raad representeert zijn tijdgeest en doet wat democratie hem oplegt. Punt. Deze raad is bloedlink om voor te werken en bij tijd en wijlen theater waar ze bij de hogere toneelschool met jaloezie naar kijken.

voormalig raadsgriffier in Rotterdam.
Dit stuk is een bewerkte versie van de afscheidsrede die Han van Midden donderdag in de raad hield.