Compromisloos ontwerper veranderde zijn vak blijvend

Wim Crouwel (1928-2019) Heel Nederland leek in de jaren zeventig wel volgens zijn normen vormgegeven. Van de opsmukloze cijferpostzegels tot het hoofdletterloze telefoonboek. De experimentele ontwerper Wim Crouwel werd er wereldberoemd mee.

Wim Crouwel overleed op 90-jarige leeftijd.
Wim Crouwel overleed op 90-jarige leeftijd. Guus Dubbelman

In zijn broek zat altijd een kaarsrechte vouw en als grafisch ontwerper had hij ruim vijftig jaar lang genoeg aan dezelfde vier schreefloze lettertypes om zijn drukwerk vorm te geven. Maar de anekdote die Wim Crouwels voorliefde voor ordening en systematiek het duidelijkst onderstreept, is de wijze waarop de straminoloog zijn boterhammen belegde: met plakjes kaas die hij nauwgezet in vierkanten sneed. Het was Crouwels levenshouding: als iets scheef lag, zei hij vaak, moest hij het recht leggen.

De donderdag op 90-jarige leeftijd overleden ontwerper werd met zijn functionalistische aanpak wereldberoemd. Musea in binnen- en buitenland eerden hem de afgelopen jaren met overzichtstentoonstellingen. Het Design Museum in Londen deed dat in 2014 en prees hem toen uitbundig: „Crouwel omarmde in zijn typografische ontwerpen een nieuwe moderniteit die de essentie van de jaren zestig met de computer en ruimtevaart vastlegde.”

Mr. Gridnik

Het Stedelijk Museum Amsterdam eert hem dit najaar met de expositie Wim Crouwel: Mr. Gridnik. De Gridnik is de letter die Crouwel in 1974 voor de elektrische typemachines van Olivetti ontwierp. Een letter ontworpen op een geometrisch stramien, een grid, met schuine afhoekingen, in plaats van rondingen. „Ik zit in elkaar als de Gridnik. Dat ben ik zelf”, zei hij drie jaar geleden in een vraaggesprek met de Volkskrant.

Cijferpostzegel door Wim Crouwel uit 1976. Het lettertype is de Gridnik.

Duizenden affiches en boeken heeft Crouwel vormgegeven. Met het mede door hem opgerichte ontwerpbureau Total Design wist hij in de jaren zeventig zelfs de indruk te wekken dat heel Nederland volgens zijn normen was vormgegeven. Op brieven en kaarten plakten we zijn opsmukloze cijferpostzegels. Bij de telefoon lag zijn hoofdletterloze telefoonboek. En voor tal van grote bedrijven ontwierp Crouwel logo’s en huisstijlen.

In een in 1997 verschenen monografie schreef essayist Hugues Boekraad: „Na Piet Zwart is Crouwel de eerste ontwerper die een coherente visie op het vak heeft ontwikkeld. Daardoor heeft hij de praktijk van het vak volwassen gemaakt en is het ontwerpen substantieel veranderd.”

Schilder

Wim Crouwel, zoon van een lithograaf, wilde schilder worden. Hij volgde een opleiding beeldende kunst aan de Academie Minerva in Groningen. Later heeft hij gezegd dat het academiegebouw – een modernistisch betoncomplex van de architecten Van der Vlugt en Wiebenga – voor hem leerzamer was dan het daar genoten onderwijs.

In 1953 stopte Crouwel met schilderen en ging hij werken bij een tentoonstellingsbouwbedrijf. Door een opdracht kwam hij in contact met Zwitserse vormgevers, een ontmoeting die zijn interesse voor typografie aanwakkerde, en dan vooral de schreefloze Zwitserse drukletters. Hij besloot terug te gaan naar school, ditmaal voor een grafische opleiding.

‘Substance’ is een album uit 1988 van de Britse band Joy Division met Crouwels letter New Alphabet. De vormgever vergiste zich in de slecht leesbare letter: er staat niet Substance maar Substamce. Crouwel zette in zijn New Alphabet het derde pootje niet naast de n, zoals gebruikelijk, maar eronder.

Eind jaren vijftig werkte Crouwel voor diverse meubelbedrijven – zijn „opkomstjaren”. De jaren zestig noemde hij later „de jaren van het experiment”. Uit die periode stamt het lettertype New Alphabet, zijn bekendste ontwerp. Crouwel baseerde deze letter op de beperkingen van de eerste computergestuurde zetmachines. Omdat die moeite hadden met ronde vormen tekende hij de letters van New Alphabet met alleen horizontalen en verticalen.

Helder en rigide

Bij Crouwels experimentele ontwerpen kwam de leesbaarheid wel eens in het geding. Niet geheel ten onrechte kenschetste de meer traditioneel ingestelde ontwerper Piet Schreuders New Alphabet als „de enige letter die ondertiteling nodig heeft”.

Maar voor Crouwel opende New Alphabet vele deuren. Uit de hele wereld ontving hij uitnodigingen voor lezingen en tot in het Museum of Modern Art in New York is de letter tentoongesteld. In een vraaggesprek sprak Crouwel later van een overgangsletter, een aanzet tot discussie. „Experimenten roepen altijd weerstand op. Het moest gewoon even gebeuren.”

Zijn compromisloze aanpak leidde wel vaker tot controverses. Het Algemeen Handelsblad probeerde in 1969 het abonneeverlies te stoppen met een nieuwe, door Crouwel ontworpen lay-out. Zijn keuze voor een schreefloze letter en strakke, in blokken opgemaakte pagina’s, leidde echter tot nog meer opzeggingen. ‘Vieze, zwarte troep’, oordeelden de verbolgen abonnees.

In 1969 maakte Crouwel een nieuw ontwerp voor het Algemeen Handelsblad.

‘Avond van de lelijkheid’

In 1978 kwam Crouwel écht onder vuur te liggen. Vrij Nederland-columniste Renate Rubinstein noemde hem een exponent van de ‘nieuwe lelijkheid’, de functionalistische vormgeving en architectuur die zo breed ingang had gevonden. Op een ‘Avond van de lelijkheid’ in Paradiso in Amsterdam verdedigde Crouwel de hoogbouw in Amsterdam Zuidoost, en viel hij de laatnegentiende-eeuwse neogotiek en neobarok aan waarmee Rubinstein dweepte. Historische vormen in modern werk toepassen, Crouwel noemde het „een lafhartig gebrek aan creativiteit”.

Het mocht niet baten; de tijdgeest taalde steeds minder naar zijn ontwerpen op basis van een vast stramien. Crouwel werd in 1985 directeur van Museum Boijmans Van Beuningen. Hij leidde het museum punctueel en gaf zijn staf alle ruimte. Het directoraat combineerde hij met een bijzonder hoogleraarschap kunst- en cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit. Eerder was hij al twintig jaar verbonden geweest aan de TU Delft.

Toen Crouwel in 1993 wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd bij Boijmans vertrok, ging hij weer boeken vormgeven en exposities inrichten. Hij nam zich soms wel voor om te stoppen, maar hij kon slecht ‘nee’ zeggen.

Tegen zijn tachtigste werd de ‘systeemgeneraal’ naar eigen zeggen „iets milder”. Niet dat de vouwen in zijn broek minder recht werden, maar als grafisch vormgever permitteerde hij zich iets meer vrijheid. Soms gebruikte hij nu de Bembo, een klassieke letter mét schreven.

Het Stedelijk Museum heeft een in memoriam website geopend: crouwel.stedelijk.nl

Correctie 30 sept: in een eerdere versie van dit artikel werd het logo van Albert Heijn in een reeks beelden toegeschreven aan Wim Crouwel. Dit is niet correct, Crouwel werkte wel voor AH, maar ontwierp niet het logo. Dit is aangepast.