Aangeraakt door een gesprek

Essay Sinds Sytske Frederika van Koeveringe de diagnose borstkanker kreeg, merkt ze dat aanrakingen intiemer en intenser voelen. „Jongens, waarom aaien jullie nu ineens allemaal over mijn hoofd?”

Foto Sanja Marusic

Dag 1: Zaterdag

Een harde beat dreunt uit de boxen; ik dans. Laat ik het voorzichtig huppen noemen. Ik sta aan de zijkant van een bomvolle dansvloer de bewegingsvrijheid van mijn lichaam te herontdekken. Ik ben bang (dat ik door mijn knieën zak, dat de spieren in mijn onderbenen scheuren of dat iemand tegen mij aanstoot en ik weer knock-out ga), tegelijkertijd voel ik me sterk: dat ik deze stap heb gezet, dat ik hier sta: Odessa. Oftewel de ecstatic dance-boot. Een plek waar je twee uren in stilte op muziek kan dansen (niet oordelen maar doen).

Ik was de hele dag alleen om al mijn krachten voor nu te sparen. Een jongen danst voor me, beweegt mijn kant op: voorzichtig, aftastend. Onze armen raken elkaar; een, twee, drie – als vanzelf reageren onze lijven op elkaar. Ik ben de tel kwijt, maar de aanrakingen die er plaatsvinden voelen aandachtig, geven hoop.

Thuis ben ik trots: Yes! Deze vrouw staat na haar zoveelste chemokuur toch maar weer mooi op de dansvloer!

Aantal aanrakingen: echt wel over de 50!

Zondag

Een washand over mijn kale schedel, vingertoppen lichtjes op mijn hoofdhuid: een vriendin scheert mijn schedel (wekelijks) glad kaal. Het maakt een raspend geluid. Ik ben de tel kwijt wat betreft de liefdevolle aanrakingen. Hoe dan ook meer dan 40. Plus de knuffel die ik kreeg bij aankomst en afscheid.

Voor het afgesproken restaurant roept een van mijn twee vriendinnen: „Ik heb het gevoel dat ik je vanaf nu moet doodknuffelen!” Ze geeft me een lange knuffel en ik denk: oh god, nu ziet iedereen het als een oproep?!

Eind juni schreef ik voor NRC een essay; ik hield een aanraaklogboek bij. Na het uitgaan van mijn lange relatie merkte ik dat aanraken niet vanzelfsprekend is. Ik onderzocht wat fysiek contact in het algemeen is, maar ook wat het voor mij betekende. Ook kwam ik erachter dat als ik lang niet word aangeraakt ik prikkelbaarder ben.

Een maand voor publicatie van het artikel kreeg ik (op 30-jarige leeftijd) de diagnose borstkanker. Nadat het was verschenen, kwamen er verschillende reacties binnen, het kon me weinig boeien: de meeste dagen bestaan voor mij uit overleven. Al bleef ik wel over dit onderwerp doordenken. Zit er verschil tussen de aanrakingen voor de diagnose en na?

Na het eten fietsen mijn vriendinnen een stuk samen, aan het einde van het park stoppen we, ik krijg twee knuffels en gaan we ieder naar huis.

Aantal aanrakingen: meer dan 46.

Maandag

Ik krijg een stevige knuffel van een vriendin voor we het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis binnenlopen. Een arts schud ik de hand en tijdens het gesprek over het borstkanker-gen-onderzoek meet ze mijn schedel op. De arts: „Mensen met een grotere schedel hebben meer kans op een kankersoort.”

Bij het weggaan geven we elkaar een hand en ik krijg een stevige knuffel van mijn vriendin die naar haar werk gaat. Vier aanrakingen deze ochtend.

Qua aanrakingen heb ik 3 groepen gemaakt: 1. Professioneel. 2. Vriendschappelijk. 3. Intiem.

Al doet nummer 3 nu al moeilijk: in de middag heb ik een afspraak bij mijn haptotherapeut. We hebben de sessies op mijn ziekte aangepast: ze masseert en aait mijn lijf: professioneel, aandachtig en intiem (vanwege de gesprekken die we voeren). Professioneel kan dus ook intiem zijn?

Het is wederom moeilijk om het aantal aanrakingen te tellen (60?) en hoezo kan ik intimiteit niet tellen? Wat maakt het ook uit: door deze sessies raak ik mezelf niet kwijt en leer ik dat mijn lijf mij draagt in plaats van andersom.

Door naar de huisarts: twee keer schudden we elkaar de hand, dat is dan ook het enige contact dat we hebben. Het doet me denken aan een uitspraak van mijn buurmeisje: „Nederlandse artsen mogen iets meer contact met hun patiënt maken. Vergeleken met andere landen doen ze dat hier te weinig.”

Aantal aanrakingen: 66

Intieme aanrakingen: 1?

Dinsdag

Op ‘goede dagen’ waarin er geen afspraken staan gepland wil ik alleen zijn: om alles, voor zover dat mogelijk is, te kunnen verwerken, om niet bang te worden voor het alleen zijn en om geen interactie te hoeven hebben.

Ik wil een blokje om, als ik op straat per ongeluk oogcontact heb met een jongen huil ik. Dit is vaker gebeurd sinds ik aan de chemo zit. Mensen zeggen: ‘Je bent kwetsbaarder.’ Wellicht, al vind ik dat woord te simpel en kort voor wat er erop zo’n moment door mij heen gaat. Het is eerder alsof ik aan een vriendin (met oogcontact) al mijn pijnen moet benoemen. Praten over pijn doet pijn.

Fysiek ben ik vandaag niet een keer aangeraakt, geestelijk dus één keer. Vergeleken met mijn vorige artikel telt dit niet. Ik ontdekte dat ik zachter werd door een aanraking. Ik was op zoek naar een onderbreking, een pauze. Nu staat mijn hele leven op pauze. Hoe kan oogcontact aanvoelen als een aanraking? Is dat echt omdat ik ‘kwetsbaarder’ ben? Was ik niet altijd al overgevoelig?

Wat valt er van mijn houding voorheen te zeggen, deed ik alsof oogcontact me anders nooit raakte? Of onderdrukte ik alle prikkels? Waar komt een houding eigenlijk vandaan, is dat echt omdat we niet gekwetst willen worden? Hoezo bang zijn om gekwetst te worden? Waar zijn we in godsnaam allemaal mee bezig?

Aantal aanrakingen: 0

Intieme aanrakingen: 1

Woensdag

Voor het OLVG-West geeft een vriendin een knuffel. We stappen het grote gebouw binnen: bloedprikken. Dit is een vaste afspraak vóór iedere chemo. De ‘bloedprikvrouw’ geeft geen hand, ik neem plaats, stroop als een robot mijn mouw op en zij trekt een band om mijn bovenarm, haar vingers raken mijn arm: „Maak van je hand een vuist.” Ik doe wat me gezegd wordt, tik, tik, tik, haar vinger op mijn arm. Ik voel een prikje, luister naar hoe ze de buisjes vult, hoe ze het formulier afwerkt. In een beweging haalt ze de band van mijn arm: „Fijne dag.”

Vijf aanrakingen, als ze iets meer haar best deed zou ze me niet hoeven aanraken, dan zouden alleen de hulpmiddelen ons verbinden.

Een uur erna zitten mijn vriendin en ik een verdieping hoger, hier wordt mijn bloed opgemeten door een verpleegkundige, geen idee wie die vrouw is, ook geen hand, wel haar handen voor een seconde op mijn bovenarm.

Pas als we de oncoloog spreken krijg ik weer een hand, die net zo afstandelijk is als ons gesprek over mijn bijwerkingen. Alsof ik het over een machine heb die het niet doet en waar ik een klacht over indien. Wanneer ik mijn opengescheurde rechtertepel laat zien, drukt ze lichtjes op mijn borst; zakelijk, secuur maar afstandelijk. Hoe kan het dat zodra een aanraking professioneel wordt er ook meteen een afstand ontstaat tussen mijn eigen lichaam en geest?

In de avond kookt (weer een andere) vriendin voor me. Bij binnenkomst (uiteraard) een knuffel, als dit achter de rug is zullen de knuffels dan nog zo innig blijven?

Wanneer we ons toetje voor de tweede keer opscheppen vraag ik of ze óók bang is. We huilen, erna moeten we lachen: ‘Wie had gedacht om het rond je dertigste over letterlijke doodsangst te hebben?’ Ze komt bij me zitten en streelt mijn been. Nee, ze houdt hem beet. Alsof mijn lijf boven een ravijn bungelt en zij me met man en macht boven die diepte vandaan probeert te trekken.

Aantal aanrakingen: 12

Intieme aanrakingen: 1

Donderdag

Ik word geaaid over mijn been door een vriendin (bij aankomst een knuffel). We zijn in het ziekenhuis voor een chemokuur. De arts heeft mijn bloed opgemeten (bij aankomst een hand), komt naast me zitten, stelt vragen, luistert, vraagt door. Sommige artsen maken wel contact, vind ik. Niet fysiek maar ze nemen de tijd, geven ruimte aan al die emoties die in een rotvaart voorbij denderen. Artsen zijn gewoon mensen, soms heb je een klik, soms niet. Stap voor stap vertelt ze wat ze gaat doen. Wanneer ik rustiger ben legt ze het infuus aan. Mijn vriendin aait me letterlijk kalm en ik doezel weg.

Als ik thuis ben geeft die vriendin nog een aai over mijn hoofd. In de avond wordt ze afgewisseld door twee anderen. Bij aankomst krijg ik een kus op mijn hoofd en geven ze er een aai over: jongens, waarom aaien jullie nu ineens allemaal over mijn hoofd?

Misschien is mijn gezicht wel mijn intiemste deel: wanneer een geliefde voor het eerst zijn of haar hand in mijn hals of op mijn wang legt huil ik. Wanneer iemand die ik niet leuk vind te dichtbij komt wend ik mijn gezicht af, als ik in een dans terechtkom en de ander wil mijn gezicht aanraken, deins ik naar achter.

Is dit iets algemeens of zijn er ook mensen bij wie hun bovenbeen, elleboog of buik hun intiemste lichaamsdeel is?

Voor mijn vriendinnen mijn huis verlaten strelen ze nog eventjes over mijn hoofd (!?) en geven er een kus op.

Aantal aanrakingen: 40

Intieme aanrakingen: 1 heel de dag door.

Vrijdag

Een vriendin komt binnengevlogen met zeven pakken vezelrijke crackers: „Ik ben in vijf supermarkten geweest! Heel Amsterdam aan de vezelrijke crackers?! Nu heb ik ze, kan je er ff op vooruit!”

Ik heb een klein huis en vijf pakken rijstwafels, drie pakken beschuit, twee bakken Griekse yoghurt, twee ‘lekkere soorten yoghurt’, onnoemelijk veel fruit, flessen spa rood: ik zou een buurtsupermarkt kunnen beginnen.

Ze geeft me een kus en legt een hand op mijn been en babbelt, tikt daarna tegen mijn schouder tijdens het lachen. Als ze weggaat een knuffel en een kus.

Het woordenboek zegt dat intimiteit onder andere staat voor: huiselijkheid, innigheid, vertrouwde sfeer, een vorm van verbondenheid en persoonlijk.

Dat een professionele aanraking ook als intiem kan worden ervaren staat er niet in, dat vriendschappelijke aanrakingen voor intiem kunnen doorgaan evenmin. Dat intiem verandert gedurende je gemoedstoestanden, levensfases idem dito. Maar dat intimiteit ook in een gesprek kan zitten zonder aangeraakt te hoeven worden, is voor mij een (hele mooie) openbaring.

Aantal aanrakingen: 5

Intieme aanrakingen: 0

Zaterdag

De prikvrouw komt langs, althans zo noem ik haar: 24 uur na de chemo krijg je thuis een injectie toegediend. „Waar je een beetje een grieperig gevoel van kan krijgen” (oftewel doodziek). Ze geeft een hand, strijkt over mijn blote been en tsjak: prik erin, ze wenst me sterkte en weg is ze. Twee vrienden komen langs met flessen spa rood en een citroendrankje. We geven elkaar een knuffel bij aankomst en wanneer ze weer weggaan.

Aanrakingen: 6

Intieme aanrakingen: 0

Totaal aanrakingen deze week: 225

Totaal intieme aanrakingen: 4, maar dan lange hè.

Dan ben ik alleen én kapot. Niet alleen van de chemo, injectie of de pijn maar óók om al die mensen, die interactie.

Dus conclusie(s): Hoogsensitieve mensen kunnen beter geen tumoren krijgen (al wens je dit natuurlijk niemand toe). Ben je bang voor te weinig aandacht en liefde? Zorg voor een tumor! Ha, geintje (tumorhumor). De aanrakingen zijn na mijn diagnose niet alleen meer in aantal maar voelen ook veel intenser en intiemer. En de belangrijkste: intimiteit staat niet gelijk aan een aanraking.

Ik lig suf voor me uit te staren en denk aan Odessa. Ondanks dat ik op dit moment niets kan, heb ik alweer zin om te dansen (huppen), om me te omringen met bewegende mensen, goede muziek en me voor even bevrijd te voelen. Met een beetje geluk kan dit over 7 nachtjes. Voor ik indut, neem ik mezelf voor om tijdens de gehele behandeling die me nog te wachten staat – aanraken of niet, intimiteit of niet – te blijven dansen.