Zo’n moord zag Nederland nog niet

Liquidatie advocaat De moord op Derk Wiersum toont niet alleen de verharding van de criminaliteit, maar ook de kwetsbaarheid van de rechtsstaat.

Afzettingen van de politie in de omgeving van de plaats delict.Foto Olivier Middendorp
Afzettingen van de politie in de omgeving van de plaats delict.Foto Olivier Middendorp

Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) valt een seconde stil en zegt dan, met een stem die lijkt te breken: „Dit is een aanslag op onze rechtsstaat.” Het is tegen twee uur ’s middags, zo’n zes uur nadat de Amsterdamse advocaat Derk Wiersum in zijn eigen straat is doodgeschoten. En zo’n drie uur nadat het belangrijkste politieke debat van het jaar is begonnen, de Algemene Politieke Beschouwingen, in de grote zaal een paar meter verderop.

Maar dat debat wordt woensdag overvleugeld door de brute moord op Wiersum, de advocaat van kroongetuige Nabil B. in het proces tegen de voortvluchtige drugscrimineel Ridouan Taghi. Kamerbreed spreken partijen en politici hun ontzetting uit over de moord. CDA’er Chris van Dam kreeg „rillingen over mijn rug” van het nieuws. PvdA’er Attje Kuiken was „woest” en „ontdaan”. PVV-leider Geert Wilders, die als fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij als eerste het woord mocht voeren, opende zijn bijdrage met een condoleance aan Wiersums nabestaanden.

In vak K, waar het kabinet het debat volgt, is dan nog één stoel leeg: die van Grapperhaus. Hij wordt ’s ochtends door Openbaar Ministerie (OM) en politie bijgepraat over de moord. Hij besluit de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) op de zaak te zetten. Die dienst staat bekend om haar terreurbestrijding, maar wordt ook ingezet bij ‘crisisbeheersing’ en het voorkomen van „maatschappelijke ontwrichting”.

Hoewel er nog veel onbekend is over de toedracht van de moord, gaan opsporingsdiensten uit van een verband met de zaak-Taghi. In Den Haag legde woensdag iedereen al het verband met het geweld van drugscriminelen. Een team van de NCTV gaat zich richten op speciale beveiliging van personen in de zaak-Taghi, kondigt Grapperhaus ’s middags aan. „Dit team heeft de bevoegdheden om de beveiliging en bewaking te activeren respectievelijk te intensiveren op een wijze die bescherming biedt tegen deze dreiging”, schrijft Grapperhaus aan de Kamer. Dat hij de NCTV inzet, toont hoe zwaar hij de moord inschat: als maatschappij-ontwrichtend.

De Kamer wil gauw duidelijkheid van Grapperhaus of Wiersum bedreigd werd en of overwogen is hem te beveiligen. En daarna daarover met Grapperhaus in debat.

De moord laat zien hoe serieus bedreigingen van advocaten, aanklagers, rechters, journalisten en politici genomen moeten worden. En dat beveiliging noodzakelijk kan zijn. Vorig jaar bleek al dat kopstukken uit de Nederlandse cocaïnemaffia de mogelijkheid hadden besproken om officier van justitie Koos Plooij te vermoorden. Plooij, een van ’s lands bekendste officieren, was betrokken bij het onderzoek naar en de vervolging van een groep Utrechtse drugscriminelen verbonden aan Taghi.

Afgelopen voorjaar drong de Kamer nog aan op extra beveiliging van allerlei groepen, zoals journalisten, kroongetuigen, aanklagers – advocaten werden in het debat niet genoemd.

Vorige week debatteerde de Tweede Kamer urenlang over de „drugsproblematiek in Nederland”. Dat was mede naar aanleiding van een spraakmakend rapport waarin gewaarschuwd werd dat drugscriminelen in Amsterdam vrij spel zouden hebben. Alle partijen deelden de noodzaak van de aanpak van ‘ondermijnende criminaliteit’, waarbij boven- en onderwereld vermengd raken.

Lang leek zulke criminaliteit uiteindelijk meer een dreigend toekomstbeeld dan dagelijkse realiteit. Het bestuur zou ondermijnd kúnnen worden. De strijd ertegen zou verloren kúnnen gaan. De fundamenten van de rechtsstaat zouden aangetast kúnnen worden.

Lees ook: Moord op advocaat legt risico’s bloot die strafpleiters lopen

Als de moord inderdaad verband heeft met drugscriminelen, toont dat niet alleen hun verharding. Die was al zichtbaar toen in 2018 een 17-jarige jongen werd doodgeschoten in een Amsterdams buurthuis. Een zogeheten ‘vergismoord’, bleek achteraf – maar alleen het slachtoffer was een vergissing, niet het geweld. Die verharding bleek eveneens toen begin vorig jaar de broer van kroongetuige Nabil B. werd doodgeschoten, in zijn eigen kantoor in Amsterdam-Noord.

De moord op advocaat Wiersum toont óók de fragiliteit van de rechtsstaat. Terwijl in de Kamer fractievoorzitters debatteerden, overheerste woensdagmiddag bij veel Kamerleden het gevoel dat met de moord van woensdag opnieuw een grens is overschreden. VVD’er Dilan Yesilgöz-Zegerius dacht aan „Italiaanse maffiapraktijken”. Aan geweld, kortom, waarmee rechtsstatelijke fundamenten worden aangetast op een manier die Nederland nog amper kende.