Opinie

Werken aan vertrouwen moet nu de opdracht zijn van het kabinet

troonrede

Commentaar

Alhoewel het ‘pas’ om de tweede begroting en troonrede van het derde kabinet Rutte gaat, vertoont deze toch al trekken van een testament. Er wordt veel over de grens van de lopende kabinetsperiode heen gekeken. Zaken waartoe nu wordt besloten zullen pas in een volgende kabinetsperiode hun volledige uitwerking krijgen. Dat geldt bijvoorbeeld het veelbesproken klimaatbeleid en de maatregelen die uit het eerder dit jaar gesloten pensioenakkoord voortvloeien.

Tegelijk heet het komende begrotingsjaar – het laatste jaar voor de verkiezingen – traditiegetrouw het „oogstjaar” te zijn. Het in het regeerakkoord aangekondigde beleid moet zijn vruchten gaan afwerpen. Maar de resultaten worden niet uitgeschreeuwd. Als er al iets van een lijn in Miljoenennota en troonrede valt te ontdekken is dat er één van getemperde ambities. Hollandse nuchterheid overheerst.

Die bescheidenheid is terecht. Het was premier Mark Rutte (VVD) die eind 2017 bij het aantreden van zijn derde kabinet in de regeringsverklaring uitsprak dat de middengroepen moesten gaan merken dat de „offers” die zij de laatste jaren hadden gebracht niet voor niets waren geweest. „Zij verdienen het erop vooruit te gaan”, aldus Rutte. Dat is dus flink tegengevallen, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week op voor het kabinet pijnlijke wijze met cijfers onderbouwde.

Ook voor het komend jaar wordt er verbetering van de koopkracht beloofd maar in de troonrede sprak koning Willem-Alexander op gezag van het kabinet tevens een disclaimer uit. Individuele Nederlanders passen niet in „een mal” zei hij. Een dergelijk voorbehoud had voorgaande jaren niet misstaan. Het had een deel van het breed geventileerde publieke ongenoegen kunnen voorkomen.

Want het ‘chagrijn’ blijft de bestuurders in Den Haag achtervolgen. Natuurlijk is dit voor een deel eigen aan een breed samengestelde samenleving. Politici krijgen maar zelden applaus. Bovendien is er een verschil tussen de tegenstellingen die in het publieke debat, en in het bijzonder op de sociale media, geuit worden en de dagelijkse realiteit, zoals de koning terecht in zijn troonrede opmerkte.

Dit laat onverlet dat de geluiden serieus moeten worden genomen. Het kabinet had het vaste voornemen vertrouwen te winnen. Vertrouwen in de toekomst is niet voor niets de titel van het regeerakkoord dat VVD, CDA, D’66 en ChristenUnie twee jaar geleden met elkaar sloten.

Dat vertrouwen moet nog altijd gewonnen worden. Zo bezien is het kabinet nog lang niet klaar. Er zal nu toch echt moeten worden geleverd.