Vier jaar cel voor beveiliger die Jip Jurg doodtrapte na feest in Rotterdam

Rechtszaak Jurg kreeg het met de beveiliger aan de stok omdat hij met een bierglas naar buiten liep.

Na de dood van Jip Jurg werd er in Rotterdam passantenonderzoek gedaan.
Na de dood van Jip Jurg werd er in Rotterdam passantenonderzoek gedaan. Fot Frank de Roo

De beveiliger die een 32-jarige Rotterdammer tijdens een filmfestivalfeest in januari vorig jaar een dodelijke trap gaf, moet vier jaar de cel in. De straf is conform de eis van het Openbaar Ministerie. De rechter acht bewezen dat Jip Jurg overleed als gevolg van zware mishandeling door John H., een beveiliger op het festival.

De beveiliger was mishandeling met de dood tot gevolg ten laste gelegd, het Openbaar Ministerie achtte het bewijs voor doodslag ontoereikend.

De 32-jarige Jurg kreeg in de nacht van 26 op 27 januari vorig jaar op het feest in Rotterdam ruzie met H., omdat hij met een bierglas naar buiten liep. Het was verboden om glaswerk het gebouw uit te nemen. Jurg werd aangesproken door een collega van H. die er later bij kwam. Een handgemeen tussen H. en Jurg leidde tot een trap van H. in de buik van Jurg. Die trap werd de Rotterdammer fataal. Zo bleek uit de sectie dat Jurg overleed aan inwendig bloedverlies dat het gevolg was van een hard trap of klap op een klein oppervlak. Ruim dertig uur later vond de vader van Jurg zijn zoon dood in zijn woning, nadat vrienden hem niet konden bereiken en alarm sloegen.

Lees ook dit achtergrondverhaal over de dood van Jip Jurg: Jip was een kind van de moderne multicultistad

Opzettelijk getrapt of niet

De advocate van H. zei dat het niet mogelijk is om met zekerheid te stellen dat de trap tot het overlijden heeft geleid. Ook zijn de getuigenverklaringen over de precieze toedracht eenvoudigweg te verschillend, vond ze.

H. zei eerder dat hij niet trapte, hooguit per ongeluk op de buik van de op de grond liggende Jurg was gestapt. Tijdens de zitting twee weken geleden werden (vage) beelden vertoond van de vechtpartij. Daarnaast waren er beelden van H. die later op diezelfde avond aan anderen voordeed wat er zich had voorgevallen. H. maakte daarbij een trappende beweging. Tijdens de zitting herhaalde H. dat hij zich een opzettelijke trap niet kon herinneren.