Verpleegkundigen ziek van werkdruk

Stakend zorgpersoneel Het personeel van het Ommelander Ziekenhuis in Scheemda voert actie. ‘Hebben jullie genoeg personeel?’ ‘Nee!’

Medewerkers van het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda trappen de acties af voor hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden.
Medewerkers van het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda trappen de acties af voor hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden. Foto Kees van de Veen

„Cao in coma, wie zörgt dameet veur oma?” Spandoeken met leuzen, deze in Gronings dialect, hangen in ramen. Voor de ingang van het Ommelander Ziekenhuis in Scheemda verzamelt zich woensdagochtend rond de vijftig man aan ziekenhuispersoneel.

„Wie heeft er pauze in z’n nachtdienst?”, roept Elise Merlijn van vakbond FNV hen toe vanaf een podium. Het publiek blijft stil.

„Hebben jullie genoeg collega’s?”, vervolgt Merlijn.

„Nee!”

„Vinden jullie na een nachtdienst zes uur slapen ook te weinig?”, wil Merlijn dan weten.

Gejoel.

Het is woensdagochtend en de eerste van een serie grote stakingen in de komende vier weken is begonnen. Verpleegkundigen draaien in zeventien ziekenhuizen 24 uur een zogenoemde ‘zondagsdienst’, waarin ze doordeweeks een weekenddag nabootsen. Alle spoed gaat door, maar geplande opnames, afspraken of behandelingen zijn afgebeld. Zo’n vierhonderd patiënten zijn de dupe, alleen al bij dit ziekenhuis.

In juni strandden na drie maanden de onderhandelingen voor een nieuwe cao, die betrekking heeft op personeel in 30 revalidatiecentra en 83 niet-academische ziekenhuizen. Zo’n tweehonderdduizend werknemers in totaal.

Hennie Sanders, bestuursvoorzitter van het Ommelander, geeft op het podium de stakers gelijk. Maar ze zegt ook, bezorgd: „Ik hoop toch dat dit de laatste staking is.” Wat haar betreft gaan de partijen gewoon weer aan tafel.

Sanders doet zoals andere ziekenhuisdirecteuren en hun brancheorganisatie, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Ze verwijzen naar het hoofdlijnenakkoord: ze kúnnen simpelweg salarissen niet substantieel verhogen, zonder in de knel te komen met die afspraken. Vorige zomer sloten belangenorganisaties - waaronder die van ziekenhuizen - akkoorden met het ministerie van Volksgezondheid om de stijgende zorgkosten te remmen.

Ziekenhuizen mogen nauwelijks nog groeien in uitgaven, nu 0,8 procent, geen groei in 2022

Ziekenhuizen mogen ondanks de vergrijzing nauwelijks groeien in uitgaven: dit jaar nog 0,8 procent, tot geen groei in 2022. Hogere salarissen betekenen daarom wachtlijsten, of ergens anders op bezuinigen, is het standpunt van de NVZ. En nog meer werkdruk kan het verplegend personeel niet aan.

Dinsdag, Prinsjesdag, bleek er vijfhonderd miljoen beschikbaar voor de stijging van prijzen en lonen bij ziekenhuizen. Maar prijsindexatie (het aanpassen van lonen aan inflatie) was al een toezegging bij het hoofdlijnenakkoord. De vakbonden willen meer, te beginnen met een loonstijging voor dit jaar van 5 procent. Ad Melkert, voorzitter van de NVZ, heeft het ministerie tevergeefs gevraagd om tweehonderd miljoen extra om een cao te kunnen sluiten.

Sanders: „Tweehonderd miljoen vind ik, afgezet op de hele sector, heel redelijk. Het hoofdlijnenakkoord moet worden opengebroken. Anders is er ook niet genoeg ruimte om te investeren in de toekomst, zoals e-health en ict-projecten.”

Het is eigenlijk niet het loon dat verpleegkundigen in het Ommelander zo bezighoudt. Vooral de werkdruk, oftewel het personeelstekort. Ze zijn er ziek van - letterlijk.

„Wij hebben in ons team ruim een half jaar lang rond de 30 procent ziekteverzuim gehad”, zegt Renate Huizing (34), verpleegkundige. Door het personeelstekort moesten op haar afdeling ‘bedden sluiten’. Eerst vijf, toen zeven tegelijk. „Op een gegeven moment hebben we uit protest alle namen van zieken op een bord geschreven. Twintig mensen!”

Foto Kees van de Veen

Geen tijd voor pauze

Aan de balie van haar afdeling klinische chirurgie hangt deze dag een tekening van een koe met de tekst ‘We worden uitgemolken’. Huizing werkt als ‘eerste verantwoordelijke’, leidt achttien studenten op als praktijkbegeleider en heeft dertien jaar ervaring. Het is niet haar lage salaris maar de werkdruk die steekt. „’s Nachts is er vaak geen tijd voor pauze, overdag geen tijd om met de lunch naar de kantine te gaan”, zegt ze. „Studenten zien dat ook. Er zijn net nog een paar weggegaan. Ze zoeken liever hun geluk in de buurtzorg.”

Operatiekamerverpleegkundigen Ellen Bos (33) en Henk Ploeger (55) hebben op hun afdeling spuiten uiteengestald, met de tekst ‘We prikken het niet langer’. Eenvoudige operaties als liesbreuk- en ooroperaties zijn afgebeld. Spoed- en kankerpatiënten worden wel geopereerd. „Waardeloos”. zegt Ploeger, „zijn de bereikbaarheidsdiensten. Als ik in een weekend 24 uur oproepbaar ben, mag ik maar twee uur compenseren. Terwijl ik dan twee keer twaalf uur binnen twintig minuten op de afdeling moet kunnen staan. Sporten? Kan niet. Douchen? Heel kort dan. Naar de hockeywedstrijd van mijn dochter kijken? Te ver weg.”

„Wie op meer dan 20 minuten afstand woont”, vult Bos aan, „moet met zo’n dienst op de afdeling slapen. Geloof me, dat slaapt niet lekker in die drukte.”

Een van de eisen in de cao-onderhandelingen is dat verpleegkundigen na nachtelijke bereikbaarheidsdiensten meer dan de huidige zes uur aan minimale ‘rusttijd’ krijgen. „Je moet ook nog naar huis reizen en slaapt niet direct; als je mazzel hebt haal je vier uur”, zegt Bos. „Laatst had ik na 24 uur wakker blijven maar recht op zes rusturen”, zegt Ploeger. „Met het team hebben we toen afgesproken om meer rusttijd te nemen.”

Foto Kees van de Veen

Eén op vijftien bedden

Verpleegkundige Berta van de Velden (61) zag haar werk op de cardiologie- en longafdeling veranderen. „Mensen komen zieker binnen, vooral de ouderen.” Van de Velden overziet overdag tijdens haar dienst zes patiënten. „Ze zijn vaak ingewikkeld. Soms is iemand incontinent, en obees, dan hebben we al twee verpleegkundigen nodig voor het wassen.”

Het Ommelander bedient vooral Noord-en Oost-Groningen. De demografie maakt de patiëntengroep zwaar, zegt Gerhard Tebbenhof, normaal intensivecareverpleegkundige, vandaag actieleider. „Veel mensen hebben vroeger simpele, fysieke beroepen gehad. Nu geven vaak meerdere organen tegelijk problemen.”

Door het tekort aan personeel moesten er ‘bedden sluiten’. Eerst vijf, toen zeven tegelijk

Van de Velden loopt met stagiair Wouter Wieske (18) langs de patiëntenkamers die ondanks de staking bezet zijn. Zoals die van Trudy (65), gisteren met spoed opgenomen. „Het infuus is niet pijnlijk?”, vraagt Van de Velden.

„Nee gaat prima”, zegt Trudy, „en ik ben het helemaal met jullie eens hoor. Ik wist het al van die werkdruk. Van toen m’n schoonvader z’n heup had gebroken. Er waren twee mensen op die hele afdeling.”

„’s Avonds zijn we met één op negen bedden”, zegt Van de Velden. „Bij een nachtdienst één op vijftien.”

„Dat is toch schandalig”, zegt Trudy.

„Je komt gewoon tijd tekort”, zegt Van de Velden.

„Soms zijn er vijf opnames in het eerste uur van mijn dienst”, zegt stagiair Wieske. „Dan is er niet eens tijd om je te oriënteren. Niet eens tijd om kennis te maken met de patiënt.”