Op ‘Abbey Road’ vlamden The Beatles nog één keertje

50ste verjaardag Nooit klonken The Beatles beter dan op het album Abbey Road dat op 26 september 1969 verscheen. Ook de hoes daarvan is legendarisch. Blote voeten? Paul is dood!

Niet meer dan twintig minuten had Paul McCartney nodig voor zijn schets van ‘Come and Get It’. In die korte tijd nam hij piano, bas, zang, drums en percussie op, als demo voor de hitsingle die hij later met de groep Badfinger produceerde. McCartney wist wat hij wilde en hield de leden van Badfinger voor dat ze zijn arrangement tot in detail moesten volgen: „Doe het exact zo, want dit is de hitsound.” Later kreeg hij spijt dat hij het nummer had weggegeven. Met The Beatles was het minstens zo’n groot succes geworden.

Hoe kan het dat ‘Come and Get It’ het album Abbey Road niet haalde, en John Lennons ‘Come Together’ en George Harrisons ‘Something’ wel? Het tekent de productiviteit die in de zomer van 1969 bezit nam van de Fab Four, nadat ze de moeizame filmopnamen hadden afgerond voor het album Get Back dat pas veel later onder de nieuwe naam Let It Be werd uitgebracht. De sessies voor Abbey Road zouden de laatste worden van The Beatles als groep. Achter de schermen speelden zakelijke conflicten, onderlinge irritaties en de wetenschap dat het succes hun boven het hoofd was gegroeid.

Nog één keer vlamden ze. In de studio konden The Beatles alle bijzaken opzij zetten. Daar werkten ze aan muziek die volgens velen hun meest doorwrochte, best klinkende album opleverde. Producer George Martin en technicus Geoff Emerick keerden terug in het Beatleskamp, nadat ze bij de frustrerende opnamen voor het uit egotrips en solo-aspiraties geboren White Album (1968) waren afgehaakt. ‘Mister Martin’, zoals hij netjes wordt aangesproken op de outtakes die bij het 50-jarig bestaan van Abbey Road naar buiten komen, kwam alleen terug op de voorwaarde dat álle vier Beatles tegelijk in de studio aanwezig zouden zijn.

Aambeeld

Was het een aambeeld waar Ringo Starr op mepte voor de metalige percussieklanken in het nummer ‘Maxwell’s Silver Hammer’? Of was het niet Ringo maar roadmanager Mal Evans? Hoe het precies zat met de klank van de zilveren hamer in het lied kunnen we beter vragen aan Bart van Poppel, de muzikant die als lid van de Nederlandse band The Analogues Abbey Road tot in detail heeft geanalyseerd. „The Analogues spelen het werk van The Beatles alsof het klassieke muziek is”, zegt Van Poppel in zijn Haarlemse repetitiestudio die vol staat met oude Vox-versterkers en andere Beatles-gerelateerde apparatuur. „Zelf hebben ze deze muziek nooit live gespeeld, omdat ze het toeren in 1966 zat waren. Voordat wij er het podium mee op gaan wil ik van elk geluidje precies weten hoe ze het gemaakt hebben, en hoe het klinkt in het totaal.”

Van Poppel kocht een aambeeld. „Het ding weegt 75 kilo en als je er op slaat hoor je alleen maar een zielig tikje. Helemaal niet die mooie klank van de Beatlesplaat. Die kregen we wel toen we met een drumstick op een holle metalen pijp sloegen. Dat soort dingen, zoals het orgel dat plotseling in ‘Something’ opduikt, hoor je pas als je er heel intensief naar gaat luisteren. Al die details moesten we op een rijtje hebben voordat we ons aan Abbey Road konden wagen. George Harrison pionierde met de Moog-synthesizer, lang voordat Kraftwerk het deed. Zo’n instabiele modulaire synthesizer zou je live nooit kunnen gebruiken, omdat voor elk geluidje een andere instelling nodig is. Wij smokkelen een beetje met een moderne Moog die geprogrammeerd kan worden.”

The Analogues namen eerder dit jaar hun versie van het complete album op in de Abbey Road-studio, live voor publiek. Heilige Grond, hoewel The Beatles voor het origineel ook de Londense Trident- en Olympiastudio’s gebruikten. „Naspelen”, noemt Van Poppel het eerbiedig. „Zonder gekke jasjes of Beatlehaar. Met de stemmen proberen we zo dicht mogelijk in de buurt van John, Paul, George en Ringo te komen. We meten ons geen overdreven Liverpools accent aan. Soms is er een gastzanger bij nodig, zoals in het ruige stuk van ‘Oh Darling’. McCartney heeft er zelf ook lang op moeten oefenen voordat hij die soul erin kon leggen.”

Controversieel

Bij Apple, sinds 1968 het label van The Beatles, weten ze hoe een jubileum gevierd moet worden. Na Sgt. Pepper en The White Album is ook Abbey Road onderhanden genomen voor een 50th Anniversary Mix, onder auspiciën van producer Giles Martin. Als zoon van Sir George Martin (overleden in 2016) staat hij dicht bij het vuur. Te meer omdat hij zijn vader (ook wel ‘de vijfde Beatle’ genoemd) in diens latere jaren assisteerde bij Beatles-gerelateerde projecten als het album Love bij de gelijknamige theatershow van Cirque de Soleil en het videospel The Beatles: Rock Band.

Bij Beatles-label Apple weten ze hoe je een jubileum moet vieren

Giles Martins contemporaine mixen van Beatlesalbums zijn controversieel, omdat hij partijen naar boven haalt die eerder niet te horen waren. Hij voegt er flink wat bas en compressie aan toe. Producer Glyn Johns, die als technicus in de Tridentstudio bij de Abbey Road-sessies betrokken was, vindt dat er niet aan de oude mix gerommeld had mogen worden. „Met zo’n remaster ruïneer je het origineel”, zegt hij in het muziekblad Mojo. „Het is een belediging voor de oorspronkelijke makers.”

Abbey Road was van meet af aan het best klinkende Beatles-album. Voor het eerst hadden ze de beschikking over een achtsporenrecorder, zodat minder of geen gebruik gemaakt hoefde te worden van sound-on-sound techniek, met al het kwaliteitsverlies van dien. Technicus Geoff Emerick putte zich uit bij meerstemmige zang om de microfoons zo te plaatsen dat de dynamiek tussen de verschillende zangers optimaal was. En met compressie, klaagde Emerick bij eerdere remasters, doe je al die moeite teniet.

Het zebrapad van Abbey Road bij de Abbey Road Studios in London. Foto Daniel Kalker/ AP

Mythe

Intussen kunnen jonge en oude Beatlesfans niet wachten op de 50th Anniversary Edition, met 23 outtakes. Een ervan is McCartneys demo van het nooit door The Beatles opgenomen ‘Goodbye’ dat een hit werd in de versie van Mary Hopkin. ‘The Ballad of John and Yoko’, met passage over hun verblijf in het Amsterdamse Hiltonhotel, kwam evenmin als ‘Come and Get It’ op Abbey Road terecht. Een proefopname van het ruige gitaarnummer ‘I Want You (She’s So Heavy)’ wordt vooraf gegaan door George Martins voorzichtige verzoek om de volgende take nu eens wat zachter te spelen. „We proberen het nog één keer heel hard”, antwoordt Lennon resoluut.

Die gesprekken tussendoor – een kijkje in de keuken bij het ontstaansproces – zijn voor muzikant en Beatleskenner Bertolf (Lentink) een belangrijk argument om naar de jubileumeditie uit te kijken. „Het is fascinerend om te horen hoe de definitieve versies tot stand kwamen. Ik krijg nooit genoeg van zo’n work in progress.” Over de remixen is Bertolf minder zeker. „Ze klinken transparanter en dikker, maar soms is er iets aan de verhouding tussen de partijen veranderd. Terwijl de oude mix in mijn oren perfect was.”

Recentelijk bracht Beatles-biograaf Mark Lewisohn het nieuws naar buiten dat vooral John Lennon na Abbey Road nog graag een Beatlesalbum had willen maken. Er bestaat een tape uit september 1969 waarop Lennon met McCartney en Harrison (Ringo was ziek) bespreekt dat op een volgende plaat vier composities van elk van hen zouden moeten komen. „En twee van Ringo, als hij wil.” John snakte naar een einde aan wat hij de ‘Lennon and McCartney-mythe’ noemde. Alle songs werden aan het duo toegeschreven terwijl ze bijna nooit meer samen componeerden. Later, na de dood van John Lennon in 1980, verklaarde Paul dat ‘McCartney and Lennon’ in veel gevallen een betere volgorde zou zijn geweest. Ze kregen de kans niet meer om het samen uit te vechten. In april 1970 viel definitief het doek voor The Beatles.

Fans op het zebrapad.

Foto EPA/ANDY RAIN

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.