Deze mummie was geen kweekkrokodil

Archeologie De Egyptenaren kweekten krokodillen om te offeren. Maar ze vingen ze ook in het wild, blijkt na analyse van de maaginhoud van een mummie.

De onderzochte krokodillenmummie uit het Musée des Confluences in Lyon, dat 2.500 dierenmummies in de collectie heeft.
De onderzochte krokodillenmummie uit het Musée des Confluences in Lyon, dat 2.500 dierenmummies in de collectie heeft. Foto Stéphanie M. Porcier et al.

In het oude Egypte zijn miljoenen dieren gemummificeerd. Om aan de grote vraag te kunnen voldoen, werden bepaalde diersoorten speciaal gefokt voor mummificatie, waaronder krokodillen, die bedoeld waren als offer voor de watergod Sobek. Historische bronnen bevestigen deze krokodillenkweek, terwijl de jacht op wilde krokodillen ten behoeve van mummificatie onbekend was.

Een team Franse archeologen is er nu echter voor het eerst in geslaagd een mummie te identificeren van een in het wild gevangen krokodil. Ze publiceerden er vorige week over in het Journal of Archaeological Science. Onderzoek aan andere mummies zal moeten uitwijzen of dit een uitzondering was, of dat ons beeld van de krokodillenmummieproductie moet worden bijgesteld.

Nauwkeurige scantechniek

De krokodil in kwestie ligt in het Musée des Confluences in Lyon, dat met 2.500 dierenmummies de grootse collectie buiten Egypte bezit. Het gaat om een mannetje van 112 centimeter lang, dat rond het begin van onze jaartelling leefde, toen de Romeinen de scepter zwaaiden in Egypte.

In de maag zaten eieren, waterinsecten, visresten, vogelveren en een muis

De onderzoekers gebruikten een zeer nauwkeurige scantechniek: synchrotron microtomografie. Hierbij wordt met behulp van de bijzonder krachtige straling die geproduceerd wordt in een synchrotron (deeltjesversneller) een driedimensionaal beeld van een voorwerp gemaakt (microtomografie). Hiermee kon het Franse team voxels (driedimensionale pixels) construeren van tussen de 90,6 en 3 micrometer (duizendste deel van een millimeter).

De mummie uit Lyon is gedood door een klap op zijn hoofd met een houten stok van ongeveer twee centimeter dik. Het gat in de schedel is daarna gevuld met hars, om zo het dier in ‘gave staat’ te kunnen mummificeren. De onderzoekers kwamen erachter dat hun exemplaar een wilde krokodil was toen ze de inhoud van zijn maag in kaart brachten. Daar bleken restanten van reptieleneieren in te zitten, naast waterinsecten, visresten, vogelveren en een nauwelijks verteerd knaagdier. Analyse van diens gebit met behulp van de nauwkeurigste voxels van 3 micrometer toonde aan dat het hier ging om een huismuis.

Dagelijks hetzelfde voedsel

Dit bijzonder gevarieerde dieet duidt erop, aldus de onderzoekers, dat dit dier leefde in het wild – of in semi-gevangenschap in zijn natuurlijke omgeving – en niet in een fokkerij waar dagelijks hetzelfde voedsel op het menu stond. De klassieke auteurs Herodotus en Strabo vermelden dat kweekkrokodillen geen allegaartje kregen voorgezet, maar juist de beste stukken vlees van koe en kip. Dit is onlangs bevestigd door de analyse van de maaginhoud van een mummie uit het British Museum die stamt uit dezelfde tijd en op dezelfde plek gevonden is als het Franse exemplaar. De Britse krokodil had ossenbout en andere stukken lekker vlees gegeten, bleek uit de botresten in zijn maag.

Bewegende 3D-weergaven van een deel van de maaginhoud van de mummie.

De Franse onderzoekers durven nog geen vergaande conclusies te verbinden aan hun vondst. Het zou kunnen dat bij bepaalde rituelen voor Sobek – de watergod met een krokodillenkop – een wild dier als mummie moest worden geofferd, maar het is ook mogelijk dat het vangen van wilde krokodillen een goedkopere – zij het ook gevaarlijker – manier was om aan krokodillen te komen in een periode dat de vraag ernaar sterk steeg. Als onderzoek aan andere mummies aantoont dat meer wilde krokodillen tot offergave zijn gemaakt, dan verandert dat het beeld dat tot nu toe bestaat over de productie van dit soort religieuze artefacten en de rituelen die ermee gepaard gingen.