Opinie

Kabinet strooit zonder langetermijn- visie miljarden uit over burgers

Rijksbegroting

Commentaar

De burger wilde eindelijk wat terugzien van de relatieve voorspoed die de laatste jaren volgde op een lange tijd van bezuinigen en beknibbelen. In de begroting voor 2020 die dinsdag werd gepresenteerd, komt het kabinet-Rutte III die belofte eindelijk na. Er valt 4,4 miljard euro te verdelen onder Nederlandse huishoudens.

Het begrotingsoverschot loopt, mede daardoor, terug van 1,2 procent van het bruto binnenlands product naar 0,3 procent. En voor het eerst sinds 1994 (de ‘Zalmnorm’) laat het kabinet welbewust de eigen begrotingsregels los: zowel bij de uitgaven als bij de inkomsten worden de vastgestelde plafonds en kaders overschreden. Deels om het pensioen- en klimaatakkoord mee te bekostigen, maar ook om het miljardencadeau aan de burgers mee te financieren. Terecht plaatst de Raad van State hier kritische kanttekeningen bij.

De gevolgen van dit expansieve en procyclische beleid gericht op de portemonnee laten zich raden: de mediane koopkracht stijgt met 2,1 procent, en dat is het snelst sinds 2016. Garanties worden overigens niet gegeven. Het zou niet voor het eerst zijn dat de gerealiseerde koopkracht tegenvalt vergeleken met de projecties.

Het kabinet komt met deze versoepeling van de begroting eveneens tegemoet aan een steeds hardere roep in het buitenland om bij te dragen aan het management van de conjunctuur. Landen als Nederland en Duitsland, zo heet het, zouden hun uitgaven op kunnen schroeven. Daarmee nemen zij ook wat druk weg op de Europese Centrale Bank, die steeds extremer maatregelen denkt te moeten nemen om een economische vertraging af te wenden. Het overschot op de Nederlandse betalingsbalans, vorig jaar 11,2 procent, daalt naar 8,7 procent in 2020. Dat is overigens nog steeds schokkend hoog.

Op het eerste gezicht lijkt de begroting 2020 op een budget dat vlak voor verkiezingen wordt gepubliceerd. Dat is niet het geval: het kabinet heeft langer te gaan.

De vraag is welke visie er dan achter de begroting zit. Er was een goede kans om te tonen dat Rutte-III dieper heeft nagedacht over de toekomst van de Nederlandse economie. Maar het langverwachte investeringsfonds van tientallen miljarden euro’s dat dit perspectief had moeten belichamen, is er alleen nog maar op papier. Onenigheid binnen de coalitie is kennelijk een van de oorzaken achter deze vertraging. Maar ook de vraag waar al die miljarden dan naartoe moeten bleef tot nu toe onbeantwoord. Zo lijdt het fonds voor het goed en wel is opgericht aan dezelfde kwaal als het begrotingsbeleid: een gebrek aan verbeeldingskracht.