Opinie

Igone smacht niet, ze bruist

Joyce Roodnat Alexandra Radius, Rachel Beaujean, Sabine Kupferberg – allemaal danseressen die Joyce Roodnat nog steeds mist. En daar komt nu Igone de Jongh bij, die eind september haar laatste voorstelling danst bij Het Nationale Ballet.

Joyce Roodnat

Niet dat Igone de Jongh ophoudt met dansen, maar ze stopt wel bij Het Nationale Ballet. Ze is bijna 40, ze moet voort. Ze gaat vast bijzondere dingen doen, en die ga ik gretig volgen. Want ze is een krankjorum goeie ballerina, technisch (met hoogstandjes waar balletto-manen flauw van vallen) maar ook als podiumpersoonlijkheid (wat mij dan weer de adem beneemt). Met haar erbij voel je dat er in het etherische Giselle toch echt een dubbele moord wordt gepleegd.

Zo’n zeldzame danseres was Alexandra Radius, na haar Rachel Beaujean, en bij het Nederlands Dans Theater hadden ze Sabine Kupferberg. Allemaal weg. En toen was er Igone de Jongh, maar die verdwijnt nu dus ook uit de repertoire-dans.

Ik mis ze allemaal nog altijd, en nu komt er weer eentje bij.

Afscheid neemt De Jongh als Julia in Romeo en Julia van Rudi van Dantzig. Snap ik, die rol is evident schitteren geblazen. Zo evident zelfs dat ik stiekem denk: nou én? En trouwens, dat stuk gaat over Romeo.

Igone de Jongh danst op Gershwins ‘The Man I Love’ in Who Cares van George Balanchine.

Dus ik zeg Igone de Jongh gedag in Best of Balanchine III, het programma dat Het Nationale Ballet dezer dagen danst. Ze duikt pas laat op, halverwege het derde stuk. Who Cares noemde Balanchine dat: Nou én? – geen vitrine voor de eeuwigheid van de dans, maar een ballet uit 1970 op de Broadway-songs van Gershwin, die de show claimt voor de klassieke dans. Het zijn allemaal songs met een geschiedenis, allemaal overbekend, dus ga er maar aan staan.

Igone de Jongh ‘doet’ er twee. Eerst ‘The Man I Love’. Billie Holiday zette de toon, zij zong het onvergetelijk, sinds haar versie wordt dit lied standaard uitgevoerd als de jammerende klacht van een verlaten vrouw over de gedroomde minnaar – die ze nooit zal krijgen, want zo ideaal bestaan ze niet. Daar moet De Jongh overheen en dat doet ze. Niet door mee te smachten, maar door te bruisen, ze knalt de dans (Balanchines meesterlijke lange, slepende lijnen) eruit: „Some day he’ll come along!” O ja! Dat is zeker!

Even verderop is ze er weer. Ik hoor ‘Fascinating Rhythm’ en krijg de zenuwen. Eerst Billie Holiday, nu Fred Astaire. Die zong dit, dus dan denk je al: tap. En Judy Garland en Ella Fitzgerald zongen het ook. Trouwens, Eleanor Powell danste het, gekleed in top hat and tails, los uit de heupen tappend, met onvergetelijk wapperende polsen. Hoe kan dit ooit anders?

Het kan, het lijkt zelfs makkelijk. Met Balanchine in haar lijf verdrijft Igone de Jongh met haar spitzen het aura van de tapschoenen. Ze eigent zich de muziek toe, tastend belandt ze bij de bravoure die deze song van haar verlangt.

Ze danst het briljant – en ze suggereert dat dat bijzaak is. Blijf in de buurt, Igone, alsjeblieft.