Galerie viert halve eeuw outsider-kunst met ‘Cubaanse Van Genk’

Nico van der Endt Galerie Hamer, een van de weinige Europese galeries in outsider art, bestaat 50 jaar. Nico van der Endt (78) viert zijn jubileum met twee exposities.

De jubileumtentoonstelling van Galerie Hamer is gewijd aan de Cubaanse kunstenaar Damian Valdes Dilla (1970).
De jubileumtentoonstelling van Galerie Hamer is gewijd aan de Cubaanse kunstenaar Damian Valdes Dilla (1970). Foto Galerie Hamer

Het dedain voor zijn kunstenaars heeft hem altijd gemotiveerd, zegt Nico van der Endt (1941). De Amsterdamse kunsthandelaar viert deze maand het 50-jarig bestaan van Galerie Hamer, gespecialiseerd in outsider art. Dat is de kunst van buitenbeentjes: niet-professionele kunstenaars, vaak met een psychiatrische aandoening, die vanuit een zeker isolement een eigen vormtaal en thematiek ontwikkelen.

De galeriehouder heeft dikwijls voor zijn kunstenaars moeten opkomen. Zoals in 1981, toen Van der Endt op het belastingkantoor in de Wibautstraat werd ontboden. Een inspecteur had de wet erop nageslagen: alleen kunst van gediplomeerden kwam volgens hem in aanmerking voor het lage BTW-tarief.

Discriminatie, vond Van der Endt. „Leeft u soms nog in de zeventiende eeuw?”, vroeg hij aan de ambtenaar.

Na een telefoontje met een bevriende journalist verscheen kort daarna in het opinietijdschrift Elsevier een groot artikel met de kop: ‘De belastingdienst weet alles van kunst’. Na die geruchtmakende publicatie vernam Van der Endt niks meer over het verhogen van de BTW-tarieven.

Mede dankzij Van der Endt heeft outsider art de afgelopen decennia internationaal aan status gewonnen. Neem de aandacht voor Willem van Genk (1927-2005), de kunstenaar wiens naam onlosmakelijk aan Galerie Hamer is verbonden. Toen Van der Endt de complexe stadsgezichten van Van Genk in 1976 voor het eerst toonde, was hij nauwelijks bekend. Maar tien jaar later, na een reeks van exposities bij Hamer, begon hij naam te maken. En nu is Willem van Genk wereldberoemd. De laatste jaren verschenen zeker vijf boeken over hem en is zijn werk tot in Parijs en New York getoond. De spaarzame schilderijen die op de markt komen doen tonnen, een ets 15.000 euro.

Lees ook De briljante chaos in het hoofd van Willem van Genk

In het Outsider Art Museum, sinds 2016 gevestigd in de Hermitage in Amsterdam, opent donderdag 19 september wéér een Van Genk-retrospectief. Een expositie die daarna zal doorreizen naar onder meer de Hermitage in Sint-Petersburg. In Rusland komt Van Genk tijdelijk onder één dak te hangen met Leonardo da Vinci, Rembrandt en Vincent van Gogh.

Van der Endt had zich jaren terug al voorgenomen om zijn jubileum als galeriehouder te vieren met een Van Genk-tentoonstelling. Hij is blij dat het Outsider Art Museum dat nu voor hem doet, zegt hij met een lach. Met plezier heeft hij het museum geholpen met het verkrijgen van een aantal belangrijke bruiklenen.

De jubileumexpositie in zijn galerie is een presentatie van „een Cubaanse Van Genk”. Het gaat om Damian Valdes Dilla, een 49-jarige man die sinds zijn zeventiende onder psychiatrische behandeling staat en in Havana nog bij zijn moeder woont.

Ook Dilla tekent graag stadsgezichten vol dreiging en grote machines. Het verschil tussen de twee is dat Van Genk volgens Van der Endt buitencategorie was: „Wereldklasse, top vijf, top drie, en misschien wel de allerbeste.”

Zijn overmaat aan informatie, die kon het publiek toen niet verwerken

Nico van der Endt, kunsthandelaar

Van der Endt werd bij toeval galeriehouder. Vanaf zijn 23ste leidde hij ’s zomers tien jaar lang Amerikaanse toeristen rond door Europa. In de winter van 1968 hielp hij zijn beste vriend, de kunstenaar Vincent Groot, met Atelier d’Art, een galerie die Groot op de Leliegracht samen met zijn vriendin was begonnen om hun beider eigen kunst te verkopen. Van der Endt: „Die galerie mislukte grandioos. Toen Groot er een jaar later mee ophield, heb ik op dezelfde plek Galerie Hamer geopend.”

Eerst richtte hij zich op eigentijdse moderne kunst. Maar vanaf 1970 concentreerde Van der Endt zich op naïeve kunst. Aandoenlijke schilderijtjes van zondagskunstenaars, hij vond het een „verfrissing voor de geest”. Van der Endt: „Ik had niks met de moderne conceptuele kunst van destijds. Die liet me volstrekt koud.”

Het boek waarin de Britse kunsthistoricus Roger Cardinal in 1972 het begrip ‘outsider art’ muntte, opende Van der Endt de ogen voor een nieuwe kunststroming. „Naïeve kunst ontroerde me. De kunst van psychopaten en andere getourmenteerde zielen greep me aan. Het had een extra dimensie die me niet losliet en me nachtmerries kon bezorgen.”

De eerste jaren dat hij de duistere universums van Van Genk exposeerde, hadden veel bezoekers het moeilijk met zijn werk. „Zijn overmaat aan informatie, die kon het publiek toen niet verwerken.”

Vanaf de jaren tachtig veranderde dat geleidelijk, merkte Van der Endt. De populariteit van een outsiderachtige kunstenaar als Jean-Michel Basquiat heeft daar volgens hem aan bijgedragen. „Het is een gewenningsproces. De ogenschijnlijke chaos bij Van Genk wordt nu beter herkend als een verbeelding van de werkelijkheid.”