Een opmerkelijke ruk naar het dramaloze midden

Oppositie De oppositie maakte het Rutte III niet moeilijk, bleek tijdens de eerste dag van de Politieke Beschouwingen. Van polarisatie was weinig meer te merken.

Oppositieleiders Asscher, Marijnissen en Klaver dachten constructief met het kabinet mee.
Oppositieleiders Asscher, Marijnissen en Klaver dachten constructief met het kabinet mee. Foto David van Dam

GroenLinks-leider Jesse Klaver had afgelopen zomer een kind gekregen, was verhuisd en had veel in huis geklust. Hij had afstand genomen tot politiek, zegt hij tijdens een schorsing van de Algemene Politieke Beschouwingen. Die afstand voelde hij in de zomer ook tijdens de ‘Bosdagen’, waarin zijn fractie aan de hand van stellingen praatte over de koers voor het komend jaar. Eén van die stellingen was: Je moet altijd de eerste zijn om een debat aan te vragen. Klaver: „Vroeger zou ik hebben gezegd: natuurlijk ben ik de eerste! Nu denk ik: wat is dat voor waanzin? Is politiek niet verworden tot een gezelschapsspel, waarin het alleen maar over winnen en verliezen draait? Moeten we het niet anders doen?”

Het leek tijdens de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen alsof vrijwel de gehele oppositie in de Tweede Kamer met Jesse Klaver op retraîte was geweest. De coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie moest vorig jaar nog een zwaar debat voeren over de plannen voor het komende begrotingsjaar. Deze keer heerste er een sfeer van welwillendheid en compromisbereidheid tussen coalitie en oppositie. „Je merkt het in de Kamerbanken. Het is ontspannen. We kunnen weer samen naar oplossingen zoeken”, zegt SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij.

Thierry Baudet, fractievoorzitter van Forum voor Democratie, zegt: „Er wordt meer naar de oppositie geluisterd, ook naar mij. Ik hoorde dingen die me aanstaan. Heel leuk.”

Baudet prijst Klaver

Vorig jaar weigerde Baudet mee te doen aan het jaarlijkse debat over de Rijksbegroting, omdat het „beneden mijn waardigheid” is. Het kabinet wilde toch niet luisteren. Dit jaar deed Baudet wel mee. Hij prees Jesse Klaver zelfs, omdat die openlijk durfde te twijfelen aan de cultuur van de Tweede Kamer.

Jesse Klaver ging het verst in zijn pogingen het de coalitie niet al te moeilijk te maken. Natúúrlijk had hij kritiek op Rutte III, zei hij in het debat, maar welke kiezer heeft er wat aan als hij de Rijksbegroting demonstratief afkeurt? „Dat wil ik doorbreken. Wij hebben naar de begroting gekeken en gedacht: als we nou ergens tegen stemmen, bijvoorbeeld het Belastingplan, wordt het dan beter voor Nederlanders of wordt het dan slechter?” Klaver wil zijn punten op een andere manier binnenhalen, zegt hij tijdens de schorsing. Hij wil meer geld voor het onderwijs, de jeugdzorg en de politie. „Maar daarvoor hoeft het niet hard tegen hard te gaan.”

Het is een opmerkelijke ruk naar het dramaloze politieke midden, na een periode waarin het in Den Haag vooral over de flanken ging. De coalitie verloor eerder dit jaar de meerderheid in de Eerste Kamer, waardoor de oppositie een stuk machtiger is. Op papier kan de oppositie daar nu ieder wetsvoorstel van de coalitie blokkeren. Forum voor Democratie werd de grootste partij bij de Provinciale Statenverkiezingen. Tijden van onbestuurbaarheid en polarisatie waren aangebroken, hoorde je in Den Haag.

Lees ook hoe het de coalitie verging tijdens de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen

Dat is nu anders. Ten dele komt dat omdat de houding van de coalitie is veranderd. Een jaar geleden verdedigden de vier partijen nog de afschaffing van de dividendbelasting, omdat grote bedrijven dan in Nederland zouden blijven. Nu namen Klaas Dijkhoff (VVD) en Pieter Heerma (CDA) allebei afstand van doorgeslagen marktdenken. Dijkhoff wil „het kapitalisme bijsturen” en de middenklasse beschermen, in plaats van bedrijven. Heerma zag „de kilte van de markt en bureaucratie van de overheid, individualisering en neoliberaal denken” als bedreigingen voor diezelfde middenklasse.

Iedereen voor dezelfde middenklasse

Dat ontnam de linkse oppositie een wapen om de coalitie mee aan te vallen. Er was geen vergelijkbaar onderwerp dat het debat kon domineren en waarbij de oppositie één vuist kon maken. Bovendien: de middenklasse, daar komen zij óók voor op.

GroenLinks, SP en PvdA, samen goed voor 37 zetels, hadden net als vorig jaar een gezamenlijke tegenbegroting ingediend, om te laten zien dat er ook „andere keuzes mogelijk zijn”, zoals SP-leider Lilian Marijnissen zei. Zo willen de partijen de belastingen met 6,3 miljard euro verlagen. Maar héél fundamenteel zijn die keuzes niet: wat hogere uitkeringen, een wat lagere btw.

Het nut van een tegenbegroting is vooral: laten zien dat je niet alleen wat roept, maar óók nadenkt over oplossingen. „Kwaliteitsoppositie”, noemde GroenLinks-leider Paul Rosenmöller dat in de jaren negentig. Vorig jaar dienden de drie linkse partijen voor het eerst een gezamenlijke tegenbegroting in. Het verenigde het versnipperde linkerveld in de Kamer. Maar het had ook een nadeel: het is voor de indieners lastiger een eigen verhaal te vertellen.

Krachten bundelen

Denk (drie zetels) deed niet mee aan de tegenbegroting. Fractievoorzitter Tunahan Kuzu is daar ook niet voor gevraagd, zegt hij: „Een gemiste kans.” De oppositie zou nóg sterker één front moeten vormen, vertelt hij. Hij is voor „een brede samenwerking van de linkse oppositie mét 50-Plus, de PVV en de Partij voor de Dieren. We moeten onze krachten bundelen.” Kuzu verzet zich tegen het „Haagse feestje”, dat de beschouwingen volgens hem zijn geworden. „De honderden miljoenen euro’s aan beloften vliegen je om de oren, maar de ervaring leert dat er gedurende het jaar niet geleverd wordt. Vanaf januari zien mensen hun zorgpremie en energierekening omhoog gaan terwijl ze het hier over extra geld hebben.”

Jesse Klaver stelde tijdens het debat vast: „Het kabinet beweegt naar links.” Maar de coalitiepartijen speelden het spel handig. Niet alleen Klaver zag de coalitie zijn richting opkomen. Thierry Baudet zag hetzélfde gebeuren. CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma was hem tijdens zijn eerste grote debat goed bevallen, zegt Baudet tijdens een schorsing. Heerma had gepleit voor „gezonde vaderlandsliefde”. „Trots zijn op Nederland, op onze geschiedenis, op onze westerse waarden en tradities.” Dat was nu net wat Baudet ook wilde benadrukken. Hij had aangekondigd dat FVD een documentaireserie gaat maken over mensen uit de vaderlandse geschiedenis. Van Klaas Dijkhoff had hij gehoord dat die „urgentie” voelde als het om migratie gaat. Baudet: „Het was voor het eerst dat ik op dat thema een opening naar ons standpunt hoorde.”

De coalitie doet eenvoudiger zaken met GroenLinks en de PvdA in de Eerste Kamer dan met bijvoorbeeld FVD, of de van FVD afgesplitste senatoren rondom Henk Otten. Ook PvdA-leider Lodewijk Asscher ziet mogelijkheden om samen te werken. Het verhaal van Pieter Heerma, die het weer had over „volkshuisvesting” in plaats van „woningmarkt”, vond hij „positief”. En hij ziet kansen in het omstreden wijkenplan dat Klaas Dijkhoff vorig jaar lanceerde. Asscher wil dat plan nieuw leven inblazen.

Maar de toon van Asscher was opvallend assertief. Hij dreigde de begroting af te keuren als er geen extra geld komt om het lerarentekort te bestrijden. „U zoekt draagvlak, neem ik aan, want u bent de meerderheid kwijt. Hier ligt het.” Het waren woorden die normaal nauwelijks zouden opvallen, maar nu des te meer.