Recensie

Recensie Media

Documentaire over de aankoop van Marten en Oopjen: drama in een mijnenveld

Rembrandt Oeke Hoogendijk maakte een fascinerende documentaire over de poging van het Rijksmuseum om Rembrandts portretten van Marten en Oopjen beide te kopen.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima bekijken in museum Het Louvre Rembrandts huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634.
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima bekijken in museum Het Louvre Rembrandts huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634. Beeld uit de documentaire

Bijna binnen een minuut zijn we al in de Parijse slaapkamer van baron Éric de Rothschild, in de documentaire Marten & Oopjen – Portret van een huwelijk die de NTR op 23 september uitzendt. In die slaapkamer hingen namelijk de manshoge huwelijksportretten die Rembrandt in 1634 maakte van Marten en Oopjen, links en rechts van de adellijke huwelijkssponde. De baron vertelt dat als hij in bed stapte, hij altijd graag naar de jonggehuwden keek – met name naar de vrouw, Oopjen. Om „de afschuwelijke belastingen” te voldoen deed hij ze in de verkoop.

Filmmaakster Oeke Hoogendijk maakte een fascinerende documentaire over hoe het Rijksmuseum aanvankelijk beide belangrijke doeken van Rembrandt voor samen 160 miljoen euro wilde kopen. En hoe dat toenmalig directeur Wim Pijbes bijna gelukt was. En hoe het uiteindelijk door bemoeienis van de Franse en Nederlandse politiek volgens hem mislukte. Of beter gezegd: maar half gelukte. Want in 2016, een jaar nadat ze op de markt waren gekomen, kochten Nederland en Frankrijk samen de twee doeken. Marten (het gesigneerde doek) is officieel van Nederland, Oopjen van Frankrijk. Maar de landen hebben afgesproken dat het paar altijd samen in afwisselend het Rijksmuseum en het Louvre te zien zal zijn – een unieke, nooit eerder vertoonde samenwerking op kunstgebied tussen de twee landen. De documentaire is zo vooral een portret geworden van het moeizame huwelijk dat tussen Frankrijk en Nederland tot stand is gekomen om de geschilderde pasgehuwden niet te scheiden – een voorwaarde van de baron.

Lees ook De Grote Marten en Oopjen Kijkgids

Hoogendijk, die eerder een documentaire maakte over de tumultueus verlopen, tien jaar durende verbouwing van het Rijksmuseum (Het Nieuwe Rijksmuseum, 2014), heeft oog voor detail en de grote dramatische lijn. Ze laat het verhaal vertellen door een aantal hoofdrolspelers, zoals Pijbes en zijn tegenspeler van het Louvre, en de nieuwe Rijksdirecteur Taco Dibbits en de verkoper. Het zit vol sprekende, intieme details, zoals het hondje dat steeds door het huis van baron Rothschild drentelt („Zit, Suzy, zit!”) en uiteindelijk bij hem op schoot springt midden in een interview. Er zijn veel liefdevol gefilmde details van beide hoofdrolspelers, de schilderijen, sinds 1877 in bezit van de Rothschilds.

Beeld uit de documentaire
De schilderijen in het Rijksmuseum.
Beeld uit de documentaire

Verbrande turf

Pijbes moet zijn ergernis bedwingen – hij gaat even een glaasje water halen – als hij vertelt hoe dicht hij bij de koop van beide doeken was. En hoe hij pootje is gelicht door wat hij als gebrek aan durf van de Nederlandse overheid ziet om de Fransen gewoon voor het blok te zetten. Want die hadden er aanvankelijk geen geld voor over en een exportvergunning afgegeven. Maar door stukken in de pers kwam de Franse eer in het geding, aldus Pijbes en Dibbits. Door onder meer een brief van cultuurminister Jet Bussemaker aan haar Franse collega om ieder een doek te kopen („Doe het niet, Jet”, herhaalt Pijbes), laait het vuurtje op. En door een uitspraak op de radio van Pijbes dat het Rijks beide doeken wil kopen. Zo werd een onderhandeling over een kunstaankoop ineens een diplomatiek steekspel. De troeven die Pijbes in handen leek te hebben, zoals een speciale fiscale regeling om particulieren mee te laten betalen, een toezegging van alle belangrijke Nederlandse Kamerfractievoorzitters om het hele bedrag van 160 miljoen op tafel te leggen, verdampten.

Lees ook Plots was er 67,5 mln tekort voor Rembrandts

Pijbes probeert diplomatiek te blijven, maar zijn gram over de mislukking van wat de kroon op zijn Rijksmuseum-directeurschap had kunnen worden, is mooi in beeld gebracht. „Nederland heeft veel te veel gemarchandeerd met de Fransen.”

In hoeverre Pijbes blufte over het geld is onduidelijk, maar het was gelukt als…, zegt hij. „Maar as is verbrande turf, zoals we in Groningen zeggen”, concludeert de uit die streken afkomstige Pijbes. De oud-directeur praat niet met meel in de mond, en dat is verfrissend. Met name over de rol van het ministerie van Financiën is hij bitter.

Hoe Pijbes zich ondanks zijn gedeeltelijk echec toch zuinig tevreden verzoent met de deal, die met veel fanfare door de Franse en Nederlandse ministers van Cultuur wordt gepresenteerd, is te zien in Marten & Oopjen – Portret van een huwelijk.

De Parijse slaapkamer van baron Éric de Rothschild (6).
Beeld uit de documentaire
De Parijse slaapkamer van baron Éric de Rothschild.
Beeld uit de documentaire

Cultuurschok

Het ongemak aan de Franse zijde over de Nederlandse koopmansgeest en voortvarendheid van het Rijksmuseum, blijkt uit interviewfragmenten met de directeur schilderijen van het Louvre, Sébastien Allard. Hij vertelt over de cultuurschok die na de gezamenlijke aankoop ontstaat. De gemeenschappelijke restauratie van de beide doeken, waar tientallen jaren flink tegenaan gerookt is, komt dan aan de orde. De doeken zijn snel schoongeboend, maar daarna komt de discussie over hoeveel vergeelde vernis bij de restauratie eraf gehaald moet worden. Fransen zijn daarin veel voorzichtiger: voor hen horen ook oudere vernislagen bij het schilderij. Nederlanders zijn druistiger in hun schoonmaakpraktijken. En omdat Marten en Oopjen in het uiterst moderne restauratielaboratorium van het Rijksmuseum opgeknapt worden, leidt dat tot allerlei discussies tussen de Franse en Nederlandse experts. De poldercultuur, waarbij in overleg een consensus gezocht wordt, is voor de Fransen, die hiërarchischer zijn dan de Nederlanders, een openbaring. En even wennen.

Het is jammer dat we over dat aspect tussen de Franse en Nederlandse verstandshuwelijkspartners, getrouwd in gemeenschap van Rembrandtgoederen, niet wat meer te zien krijgen – maar je voelt dat dat misschien te explosief zou zijn, en dat er veel met de mantel der liefde is bedekt. Onder de aankoop van Marten en Oopjen ligt een diplomatiek mijnenveld, waarvan we hier een glimp zien.

Maar alles wat goed afloopt, is goed, zo horen we een verzoende Pijbes ook tegen het eind van de ruim 50 minuten durende documentaire zeggen. De oplossing het echtpaar om beurten in het Louvre en Rijks te tonen, is „goed voor Rembrandt, en wat goed is voor Rembrandt, is goed voor het Rijksmuseum”.