Wordt een gevangene straks president?

Verkiezingen in Tunesië Nabil Karoui en Kais Saied strijden volgende maand om het presidentschap. De anti-establishmentpolitici willen de werkloosheid in Tunesië aanpakken.

Aanhangers van Karoui, die vastzit op verdenking van witwassen en fraude, vieren zijn zege in de eerste stemronde.
Aanhangers van Karoui, die vastzit op verdenking van witwassen en fraude, vieren zijn zege in de eerste stemronde. Foto EPA

De Tunesische kiezers hebben zich massaal afgewend van de gevestigde politieke partijen. In de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van zondag kregen twee buitenstaanders de meeste stemmen: mediamagnaat Nabil Karoui, die op het moment in de cel zit op verdenking van belastingfraude, en de partijloze conservatieve jurist Kais Saied.

Toen dinsdagochtend vroeg tweederde deel van de stemmen was geteld, bleek dat Saied de andere 25 kandidaten verrassend was voorgebleven met 18,9 procent van de stemmen, gevolgd door Karoui met 15,5 procent. In deze uitslag werden geen grote veranderingen meer verwacht. Beiden nemen het nu in een tweede ronde op 13 oktober tegen elkaar op. De opkomst in de nog jonge Tunesische democratie was matig: 45 procent. Dat was beduidend minder dan de 64 procent bij de vorige presidentsverkiezingen van 2014.

Tunesische Berlusconi

Zondagavond al claimde het team van Karoui zijn overwinning. Per brief vanuit de gevangenis, voorgelezen door zijn vrouw, stelde Karoui dat de resultaten laten zien dat „het Tunesische volk kiest voor verandering”. Volgens de omstreden tycoon, ook wel de Tunesische Berlusconi genoemd, zeggen Tunesiërs „nee tegen onrecht, armoede en marginalisering en ja tegen een eerlijke staat”. Karoui’s vrouw verwacht dat haar man deze week nog vrijkomt. Een rechtbank bepaalde dat Karoui mocht meedoen, maar geen campagne vanuit zijn cel mocht voeren. Zijn gevangenschap geeft hem in de ogen van veel Tunesiërs de status van martelaar.

Mocht Karoui in de tweede ronde winnen, dan dreigt er een constitutionele crisis, zeker als hij ook veroordeeld zou worden. Niet in de laatste plaats omdat door onenigheid in het parlement er nog altijd niet voldoende rechters zijn benoemd in het nieuwe constitutioneel hof.

Concurrent Saied, zelf overigens gespecialiseerd in constitutioneel recht, zei op de Tunesische radio dat „mijn overwinning een grote verantwoordelijkheid met zich mee brengt om frustratie te veranderen in hoop”. Hij sprak over een „revolutie” in het Noord-Afrikaanse land.

Acht jaar na de ‘Arabische Lente’, toen Tunesië democratisch werd, rekenden de kiezers hard af met meer gevestigde partijen zoals het islamitische Ennahda en meer seculiere partijen.

Zowel Karoui als Saied profileert zich als anti-establishmentkandidaat die werkloosheid, een van de grootste problemen in het land, wil aanpakken. Vooral de populariteit van Saied is opvallend – de partijloze hoogleraar had relatief weinig geld om campagne te voeren.

Dit was anders voor Karoui, die het publiek als directeur van de populaire tv-zender Nessma makkelijk kon bereiken. Nadat zijn 21-jarige zoon was verongelukt richtte hij een stichting op die ziekenhuisrekeningen van arme dorpelingen betaalt, dekens uitdeelt en huizen renoveert. Karoui wordt in achtergestelde gebieden gezien als de man die opkomt voor het volk.

De presidentsverkiezingen waren vervroegd door de dood in juli van het zittende staatshoofd, de 93-jarige Caid Essebsi. Ondanks zijn hoge leeftijd speelde hij de laatste jaren op kritieke momenten een sleutelrol bij de verdediging van de democratie in Tunesië.