Recensie

Recensie Film

‘Vatersuche’ in een uithoek van het heelal

Sciencefiction In het intieme ruimtevaart-epos ‘Ad Astra’ van regisseur James Gray gaat astronaut Brad Pitt op zoek naar zijn vader. Ook als acteur stijgt hij in de film naar grote hoogten.

Op zoek naar zijn vader: Brad Pitt in ‘Ad Astra’.
Op zoek naar zijn vader: Brad Pitt in ‘Ad Astra’.

De invloeden op het imposante en toch intieme ruimtevaart-epos Ad Astra van regisseur James Gray zijn niet moeilijk aan te wijzen. In zijn mystieke verwondering over het heelal bevat de film elementen van Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey. Gray heeft goed gekeken naar Alien van Ridley Scott voor de actiescènes, horror zelfs, en alledaags, doorleefd realisme in de ruimte. Ook komen associaties boven met Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now, dat zelf gebaseerd is op de novelle Heart of Darkness van Joseph Conrad. Het verhaal van Ad Astra (‘Naar de sterren’) draait om de zoektocht naar een mythische figuur die tijdens zijn verre exploraties van het rechte pad is geraakt.

Zulke overduidelijke referenties hoeven niet bezwaarlijk te zijn. Als een filmmaker dan toch leent, waarom dan niet van de beste? Gray lijkt sinds zijn debuut met het misdaaddrama Little Odessa (1994) nauwelijks beïnvloed door de films van zijn eigen tijd, des te meer door klassiekers.

Gray voegt daarnaast genoeg persoonlijke elementen toe om zich van zijn inspiratiebronnen en rolmodellen te onderscheiden. De queeste, oftewel de heroïsche poging om een haast onmogelijke taak te volbrengen, was al in zijn vorige film zijn grote thema: het onderschatte The Lost City of Z. In die film stond eveneens een vaderfiguur centraal, die huis en haard achterlaat om een zelfopgelegde missie te volbrengen.

In The Lost City of Z was Gray ambivalent over die klassieke heldenrol. In Ad Astra pelt hij de mythe van de monomane ontdekkingsreiziger nog wat verder af. Hij ziet nog steeds de schoonheid en de aantrekkingskracht van de ambitie van de mens om zichzelf te overtreffen. Maar hij laat toch vooral de prijs zien die voor zo’n obsessieve zoektocht moet worden betaald.

Brad Pitt speelt astronaut Roy McBride. Hij is een man die het Amerikaanse ideaal van zelfredzaamheid tot het uiterste heeft doorgevoerd. Hij is mede zo op zichzelf aangewezen omdat zijn vader (Tommy Lee Jones), eveneens een fameus ruimtevaarder, bij een geheime missie is verdwenen toen Roy zestien was. Door zijn eenzelvigheid en geslotenheid is McBride zijn geliefde kwijtgeraakt. Dan krijgt hij te horen dat zijn vader mogelijk nog in leven is en vanuit ‘deep space’ verantwoordelijk zou kunnen zijn voor allerhande onheil dat de aarde bedreigt. McBride vertrekt op een epische ruimtereis voorbij Mars en Pluto om contact te leggen met zijn vader.

Ad Astra gaat over emotionele geslotenheid en isolement, maar is paradoxaal genoeg in emotioneel opzicht juist een heel directe en open film. Gray gaat net als in zijn eerdere werk de grote gevoelens bepaald niet uit de weg. Voor wie zich daaraan kan overgeven, en niet meteen begint te huiveren bij elk moment dat neigt naar melodrama en soms zelfs kitsch, is dat een weldadige ervaring. Helemaal zonder kleerscheuren komt Gray er niet mee weg. Zijn hang naar zoveel mogelijk helderheid en eenvoud leidt ertoe dat Ad Astra soms al te simplistisch nieuwe wegen inslaat.

Brad Pitt toont die emotionele directheid en openheid ook in zijn spel, zoals hij dat niet eerder in een film heeft aangedurfd. Elke pose, elke vorm van geldingsdrang, lijkt hij als acteur inmiddels te hebben afgelegd. Zijn filmster-charisma en cool is hij niet kwijt, maar als ruimtevaarder McBride is hij nog veel meer dan dat. Ad Astra zou wel eens lang kunnen voortleven als een sleutelfilm in Pitts rijke carrière.

Ad Astra heeft veel, zo niet alles in huis: een meeslepende vertelling, intiem maar groots acteerwerk, voortreffelijke spektakelscènes en imposant camerawerk van de Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema. Er is een redenering mogelijk dat de film als geheel net iets minder voorstelt dan de som van al die delen. Maar als de elementen zo voortreffelijk zijn als in Ad Astra, is die conclusie wat al te schrieperig.