Tennet wordt steeds minder Nederlands

Verkoop staatsdeelneming Tennet Netbeheerder Tennet is een Nederlands staatsbedrijf, maar werkt grotendeels in Duitsland. De staat vindt de risico’s te groot.

Illustratie Stella Smienk

De staat doet een stap terug bij een van zijn grootste staatsbedrijven. Tennet, de beheerder van het hoogspanningsnet in Nederland en een groot deel van Duitsland, is nu nog volledig in handen van de Nederlandse staat. Vrijdag kondigde minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) aan dat dat waarschijnlijk niet zo blijft. Het kabinet overweegt het netwerkbedrijf, met een jaaromzet van 4,2 miljard euro, geheel of deels te verkopen aan een private of publieke partij. Er „vinden onder meer gesprekken met de Duitse overheid plaats”.

1 Waarom overweegt het kabinet een verkoop?

Vanwege de financiële risico’s van het volledige eigendom van het staatsbedrijf. De Nederlandse netbeheerder is in de twintig jaar van zijn bestaan veel groter geworden, en veel Duitser. Rond de eeuwwisseling was Tennet simpelweg de beheerder van alleen het hoogspanningsnet in eigen land, met een half miljard aan bezittingen op de balans. Maar vooral door de aankoop van de Duitse netbeheerder Transpower in 2010, en door grote investeringen om met name Duitse windmolenparken op zee aan te sluiten op het elektriciteitsnet, dijde Tennet flink uit. Inmiddels heeft het bedrijf voor 21 miljard aan bezittingen.

Van de jaaromzet van Tennet wordt driekwart in Duitsland behaald. Van de vier Duitse netbeheerders heeft Tennet het grootste werkterrein. Het gebied waarvoor het Nederlandse staatsbedrijf indirect verantwoordelijk is, strekt zich uit van de Deense grens tot Beieren.

Volgens een evaluatie uit 2013 was die Duitse uitbreiding nuttig: de elektriciteitsmarkt tussen de buurlanden is bijvoorbeeld beter geïntegreerd geraakt. Maar nu begint het voor de Nederlandse staat toch te knellen. In Duitsland, maar ook in Nederland, moet de netbeheerder steeds grotere investeringen doen, met name voor schone energie. Begin 2018 voorzag Tennet nog dat het de komende tien jaar voor 28 miljard euro aan investeringen moest doen; inmiddels is die prognose al opgelopen tot 35 miljard.

Het is geld dat bijvoorbeeld nodig is voor gele ‘stekkerdozen’ op zee, zo groot als olieplatforms, om windparken aan te sluiten. In Duitsland bouwt Tennet de noord-zuidverbinding Südlink, die de stroom van de windmolens in het noorden beter moet afvoeren naar de industrie in het Roergebied en Beieren. En in Nederland moet het hoogspanningsnet in het noorden nodig worden versterkt om wind- en zonneparken te kunnen blijven bouwen.

Van de investeringsportefeuille van 35 miljard is 23 miljard bestemd voor Duitsland. Uiteindelijk betaalt de Duitse belastingbetaler daarvoor via de nettarieven, maar het geld moet wel worden voorgefinancierd. Om geld te blijven aantrekken op de kapitaalmarkt heeft Tennet miljarden aan eigen vermogen nodig uit de Nederlandse staatskas. Daar wilde het kabinet in het voorjaar van 2018 niet zomaar ja tegen zeggen. Hoekstra kondigde toen een toekomstvisie voor de staatsdeelneming aan, waarbij onder meer „de mogelijke gevolgen voor de belastingbetaler” aan bod zou komen.

2 Wat gebeurt er als Tennet in handen van de Nederlandse staat blijft?

Alles bij het oude houden is de minst aantrekkelijke optie, suggereren Hoekstra en minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) in hun brief van vrijdag. Uit hun brief blijkt dat de benodigde kapitaalinjectie voor Tennet groter is dan eerder bekend werd gemaakt. Het gaat om 4,75 miljard euro tot en met 2028. Bijna de helft van dat bedrag, 2 miljard euro, zou al in 2022 gestort moeten worden. In juli, bij de presentatie van de halfjaarcijfers, zei Tennet alleen dat het 2 à 3 miljard euro nodig had in de komende vijf jaar.

Er is bovendien een kans, schrijven de ministers, dat dat bedrag oploopt tot 6,75 miljard euro als de winst van Tennet tegenvalt. Zij zien meerdere risico’s, zoals wanneer al die nieuwe hoogspanningslijnen en –kabels op land en zee niet op tijd af komen. Ook hanteert de Duitse toezichthouder sinds 2016 strengere regels voor het toegestane rendement van zijn nutsbedrijven. Door de historisch lage rentes is het denkbaar dat de Bundesnetzagentur nog strenger wordt. De verhouding tussen winst en vreemd vermogen van Tennet nam sinds 2015 al af van 19,7 naar 13,7 procent. Volgens het ministerie van Financiën dreigt een lagere kredietbeoordeling voor het staatsbedrijf als dat percentage nog verder daalt.

3 Wie kan Tennet kopen?

Hoekstra noemt twee opties: Tennet geheel of deels aan een private partij verkopen, of „een vorm van samenwerking” met de Duitse staat. Wat het best is, is niet te zeggen: netbeheerders in Europa hebben alle mogelijke typen eigenaars. Er zijn slechts vier volledige staatsbedrijven. Andere netbeheerders zijn (deels) private ondernemingen, met energiebedrijven, pensioenfondsen of private equity als aandeelhouders. Zelfs binnen Duitsland zijn er grote verschillen. „Het lijkt voor de hand te liggen voor de Nederlandse overheid om de Duitse overheid erbij te betrekken”, aldus hoogleraar regulering van energiemarkten Machiel Mulder. „De Nederlandse filosofie is van oudsher dat een netwerkbedrijf niet in private handen komt.”

Financiën wil niet verder speculeren over de opties, maar twee meegestuurde rapporten (beide geschreven in opdracht van het ministerie) neigen ook naar verkoop van een deel van de aandelen aan de Duitse staat. Adviesbureau PwC adviseerde vorig jaar om bij verkoop het grensoverschrijdende karakter van Tennet te behouden, omdat dat strategisch interessanter is. Vorige maand kwam daar een rapport van E-Bridge bij over de Nederlands-Duitse samenwerking binnen Tennet. Dat noemt twee opties: óf de Duitse staat wordt aandeelhouder, of de Duitse publieke investeringsbank KfW.

Financieel directeur Otto Jager van Tennet zei in juli in het Financieele Dagblad nog dat hij graag een Duitse partij als aandeelhouder binnenhaalt, maar zelfs een beursgang niet uitsluit. Over dat laatste was Hoekstra vrijdag in antwoord op Kamervragen van Henk Nijboer (PvdA) kort: dat ligt „niet voor de hand”.