Slob: schoolbestuur Haga Lyceum moet definitief weg

Onderwijs De Onderwijsinspectie was in juli al zeer kritisch over de islamitische middelbare school. Nu moet het bestuur van het Haga aftreden.

Het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.
Het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Het schoolbestuur van het Cornelius Haga Lyceum moet definitief weg. Dat heeft minister Arie Slob (Voortgezet onderwijs, ChristenUnie) maandag bekendgemaakt nadat hij in juli hiertoe al het voornemen had uitgesproken. Dit betekent dat de islamitische middelbare school in Amsterdam binnen vier weken een nieuw bestuur moet hebben aangesteld, aldus de minister in een Kamerbrief. Doet het Haga dit niet, dan verliest de school haar rijksfinanciering.

De Inspectie van het Onderwijs publiceerde op 11 juli een zeer kritisch rapport over het Haga. De bestuurders zouden zich schuldig maken aan wanbeheer, zelfverrijking en belangenverstrengeling. Ook zou het burgerschapsonderwijs niet in orde zijn. Diezelfde dag maakte minister Slob bekend voornemens te zijn de school een aanwijzing te geven, waarmee hij het bestuur nog de kans gaf een zienswijze in te dienen.

De door het Haga ingediende zienswijze heeft de minister echter niet op andere gedachten gebracht. Slob zegt maandag „grote zorgen” te houden over de schoolomgeving van de leerlingen. Omdat alle kinderen in Nederland „goed onderwijs in een veilige omgeving” verdienen, draagt de minister het bestuur op terug te treden. Die nieuwe leiding moet „de onderwijskwaliteit, het bestuurlijk handelen en de financiën op orde brengen”, aldus Slob. Binnen twee weken wil de minister een voorstel voor een nieuw bestuur binnen hebben.

Haga vecht aanwijzing aan

Schooldirecteur Soner Atasoy reageert verontwaardigd aan de telefoon. „Moet ik dit nu echt via de media horen?”, zegt hij vanuit de auto. „We hebben niet eens een brief ontvangen.” De school zal de aanwijzing aanvechten, zegt hij. Atasoy is naar eigen zeggen niet van plan terug te treden. Mogelijk wil hij met „eigen middelen” verder als de rijksfinanciering wordt ingetrokken.

De schooldirecteur is er verbolgen over dat de zienswijze die Haga indiende – drie ordners – volgens Slob geen nieuwe feiten heeft opgeleverd. „Dat is een leugen”, aldus Atasoy. „Er zijn minimaal tien nieuwe feiten, maar hij staat gewoon onder zo’n politieke druk dat hij geen andere keuze kon maken.” Atasoy heeft in de zienswijze onder meer voorgesteld een extra, niet-islamitisch bestuurslid van buiten de school op te nemen in het algemeen bestuur. Ook wil hij een adviescommissie aanstellen van „ongeveer drie externe deskundigen” op het gebied van onderwijs. Die commissie zou dan „dwingend advies” kunnen geven aan de Haga-leiding.

Daarnaast heeft Atasoy de goedkeuring van het jaarverslag door de boekhouder van de school opgestuurd naar de minister. Daarin schreef de accountant – in weerwil van het oordeel van de Onderwijsinspectie – dat de uitgaven van de school rechtmatig en in overeenstemming met „de relevante wet- en regelgeving” zijn geweest. Slob schrijft maandag in de Kamerbrief dat de Onderwijsinspectie het dossier van het Haga heeft gevorderd bij de boekhouder en dat dit momenteel onderzocht wordt.

Gemeente: ‘een logische stap’

De gemeente Amsterdam, die al jaren haar zorgen uit over het bestuur van het Haga, is blij met Slobs aanwijzing. Begin maart werd bekend dat de AIVD de gemeente kort daarvoor waarschuwde voor onder meer banden tussen Atasoy en een Tsjetsjeense terroristische organisatie. Wethouder Marjolein Moorman (Onderwijs, PvdA) noemt de aanwijzing van Slob „een logische stap in het belang van goed onderwijs”.

De wethouder zegt met het nieuwe bestuur in gesprek te willen „over de toekomst en de huisvesting van de school”. Als de Haga-leiding Slobs aanwijzing niet opvolgt en de rijksfinanciering wordt stopgezet, zal de gemeente het schoolgebouw in Amsterdam Nieuw-West echter terugvorderen en de kinderen onderbrengen op een andere school, aldus Moorman. Maar „dit zouden we zeer onwenselijk vinden”, aldus de wethouder.