Rutte III krijgt zelfvertrouwen, maar durft weinig te beloven

Prinsjesdag Het kabinet komt op stoom. Maar de onderlinge samenwerking is broos, blijkt uit de kwestie van het investeringsfonds.

Ministers in de Ridderzaal, tijdens de troonrede van koning Willem-Alexander.
Ministers in de Ridderzaal, tijdens de troonrede van koning Willem-Alexander. Frank van Beek/ANP

Rutte III zou het einde van de kabinetsperiode niet halen. Een jaar geleden leek dat zo goed als zeker. Hoe anders is het nu. Over de afschaffing van de dividendbelasting heeft niemand het nog, de crises over de klimaatplannen en het kinderpardon heeft het kabinet overleefd. Daar komt nog bij dat Forum voor Democratie, de partij die in het voorjaar nog een enorme bedreiging leek, uit elkaar is gevallen door ruzies. Thierry Baudet daalt in de peilingen.

Het kabinet krijgt voorzichtig steeds meer zelfvertrouwen. Het is gelukt om afspraken te maken over de pensioenen en het klimaat. En toch: op de eerste rijen in de Ridderzaal zagen de ministers er dinsdag niet heel ontspannen uit. In de Troonrede hield koning Willem-Alexander dinsdagmiddag tal van slagen om de arm. Het kabinet trekt drie miljard euro uit voor lastenverlichtingen, maar de koning zei ook: „Geen enkel leven voegt zich naar de mediaan van een statistisch model.” Er zijn gebeurtenissen in mensenlevens die bepalender zijn dan „een koopkrachtcijfer, een macro-economisch groeipercentage of een belastingmaatregel”.

Coalitie staat sterker

Rutte III beseft dat een oude belofte moet worden waargemaakt. Met nog een jaar te gaan voor de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021, zouden mensen eindelijk écht moeten voelen dat het beter gaat met de economie. Of dat dit keer wel lukt? Vorig jaar beloofde het kabinet precies hetzelfde.

De komende dagen, in de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer, zal de ene na de andere oppositiepartij daarover beginnen – en betogen dat die belofte niks waard is. Toch staat het kabinet veel sterker dan vorig jaar. Toen zette de oppositie Rutte III neer als het kabinet van de grote bedrijven. Dat kan niet meer. Nu neemt het kabinet allerlei maatregelen die in het nadeel van bedrijven zijn: een CO2-heffing, een verhoging van de bankenbelasting, de winstbelasting wordt minder verlaagd dan beloofd.

De grootste verandering is te zien bij de VVD. Die ‘ondernemerspartij’ spreekt bedrijven nu aan op hun verantwoordelijkheid. Anders moeten ze, zei fractievoorzitter Klaas Dijkhoff begin deze week in NRC, maar meer betalen. Ook het CDA, dat de afschaffing van de dividendbelasting vorig jaar net zo fel verdedigde als de VVD, ziet het nu heel anders. CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma had het zondag bij Buitenhof over de „kilte van de markt”. Heerma wil de marktwerking terugdringen. „Markt en overheid moeten ten dienste staan van de samenleving.”

Oppositie kent eigen problemen

Voor de oppositiepartijen is het nu veel moeilijker om samen één zwakke plek bij Rutte III te vinden. Ook hebben ze bijna allemaal zo hun eigen problemen. De SP en de PVV deden het uitzonderlijk slecht bij de Provinciale Statenverkiezingen en de Europese verkiezingen, eerder dit jaar. Forum voor Democratie zit met afsplitsers in de Eerste Kamer, de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer. GroenLinks is mentaal verzwakt uit de verkiezingen gekomen door het onverwachte succes van de PvdA.

Lees ook: De oppositie worstelt met Rutte III – en zichzelf

De regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zien het allemaal gebeuren, maar weten dat ze geen reden hebben om er triomfantelijk over te doen. In de Eerste Kamer is Rutte III dit voorjaar de meerderheid kwijtgeraakt. Daar zal het kabinet dus moeten samenwerken. Al zal dat vermoedelijk niet zo ingewikkeld zijn als het vorig jaar leek, toen GroenLinks nog op forse winst stond in de peilingen en dacht de sleutelpositie in handen te hebben. Ook de PvdA en Forum voor Democratie hebben genoeg zetels in de Eerste Kamer om Rutte III aan een meerderheid te helpen.

Behalve de verloren meerderheid in de Eerste Kamer en de krappe meerderheid in de Tweede Kamer (76 zetels), heeft de coalitie andere zorgen. D66 staat al jarenlang op fors verlies in de peilingen en is daardoor de zwakke pijler van Rutte III. In die partij zal de komende tijd zo goed als zeker een stevige discussie over het leiderschap gaan spelen. Mogelijke kandidaten als Rob Jetten, Sigrid Kaag en Kajsa Ollongren zullen zich willen laten gelden. Dat kan leiden tot onrust in de coalitie.

CDA-leiderschap ter discussie

Bij het CDA speelt de leiderschapsdiscussie ook. Die partij heeft twee mogelijke kandidaat-lijsttrekkers die populair zijn: minister van Financiën Wopke Hoekstra en vicepremier Hugo de Jonge. Intussen raakt de opvolgingskwestie bij de VVD wat op de achtergrond, nu Mark Rutte niet naar Brussel is vertrokken. Voorlopig blijft hij nog gewoon premier, de dividendkwestie lijkt hij van zich te hebben afgeschud. En wie heeft het nog over zijn houdbaarheidsdatum?

Lees ook: Hoekstra en De Jonge voeren campagne per speech

Hoe moeizaam de onderlinge samenwerking in de coalitie kan zijn, bleek deze week. In interviews zei minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) deze week dat híj de bedenker was van het enorme investeringsfonds waar het kabinet mee wil komen. Hij zou collega Hoekstra hebben uitgenodigd op zijn ministerie om hem te overtuigen van het nut van zo’n fonds. In de coalitie was er grote irritatie over. Wiebes sprak niet alleen voor zijn beurt, al vóór Prinsjesdag, hij zou niet eens de bedenker zijn geweest.

En zo gaat Rutte III het nieuwe politieke seizoen in: met meer zelfvertrouwen dan een jaar geleden, maar ook met het besef dat het broos is.