Roetdeeltjes in de lucht belanden in placenta

Luchtvervuiling Bij moeders die in een vuile omgeving wonen, zien onderzoekers roetdeeltjes in de placenta. „Die deeltjes horen daar natuurlijk niet.”

Placentacellen met roetdeeltjes, zichtbaar als witte puntjes en aangegeven met pijlen. De rode kleur is bindweefsel.
Placentacellen met roetdeeltjes, zichtbaar als witte puntjes en aangegeven met pijlen. De rode kleur is bindweefsel. Foto Universiteit Hasselt

Ultrafijne roetdeeltjes uit de omgeving waarin zwangere vrouwen leven, zijn terug te vinden in de placenta van hun baby’s direct na de geboorte. Dat blijkt uit een studie in België. Of dit ultrafijnstof ook terechtkomt in het babylijfje is nog niet duidelijk, schrijven onderzoekers van de Universiteit Hasselt deze week in het wetenschappelijke blad Nature Communications.

Ultrafijne roetdeeltjes komen vrij bij het verbranden van kolen, hout, stookolie of dieselolie. Ze zijn meestal kleiner dan een tienduizendste millimeter (100 nanometer). Andere vormen van fijnstof kunnen tot honderd keer zo groot zijn.

Uit eerdere studies blijkt dat er een verband is tussen de mate van luchtvervuiling in de leefomgeving van zwangere vrouwen en het risico op vroeggeboorte of een te laag gewicht. Of de luchtvervuiling hier ook echt de oorzaak van is, en hoe dit de ontwikkeling van de foetus zou kunnen verstoren, is nog niet duidelijk. Het fijnstof zou direct het ongeboren kind kunnen binnendringen, of indirect schade kunnen aanrichten, bijvoorbeeld door ontstekingen in de baarmoeder.

De placenta vormt een barrière die de bloedbanen van moeder en kind strikt gescheiden houdt. Zo weert dat orgaan veel ongewenste stoffen die van moeder naar kind kunnen gaan, maar bijvoorbeeld niet alcohol en nicotine.

De onderzoekers gebruikten de gegevens van vrouwen uit de Belgische Environage-studie, die sinds 2010 kinderen volgt die geboren worden in het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. De luchtvervuiling waaraan de zwangeren waren blootgesteld bepaalden ze op basis van hun woonadres met gegevens van satellieten en meetstations.

Europese normen

Ze selecteerden tien vrouwen die woonden in een omgeving met weinig roetdeeltjes (minder dan 0,96 microgram per m3 lucht), en tien vrouwen die juist een hoge blootstelling hadden (meer dan 1,7 microgram per m3). De luchtkwaliteit in België is vergelijkbaar met die in Nederland en valt binnen de Europese normen. Die is 25 microgram per m3 voor de fijne fractie van fijnstof (PM2,5) – ruwweg 10 procent daarvan is roet.

Zodra de vrouwen waren bevallen, namen de onderzoekers stukjes uit de placenta. Daarin telden ze de roetdeeltjes.

In de placenta’s van vrouwen die in een omgeving met meer luchtvervuiling woonden, telden de onderzoekers meer roetdeeltjes dan in die uit de schonere omgeving. Ultrafijne roetdeeltjes kunnen dus wel degelijk de placentabarrière oversteken, concluderen ze. Of de roet ook in de foetus terechtkomt, is nog niet aangetoond.

„Bij proefdieren lijkt een zeer kleine fractie van het ingeademde ultrafijne stof in foetussen terecht te komen”, zegt Flemming Cassee, inhalatietoxicoloog bij het RIVM in Bilthoven. „Het is nog niet bekend of roetdeeltjes nadelige effecten hebben op organen.”

Longontstekingen

Het lichaam kan ingeademde ultrafijnstof niet makkelijk opruimen. Het kan in de bloedbaan terechtkomen en leiden tot longontstekingen en hart- en vaatziekten. Bij proefdieren zijn ook effecten op het zenuwstelsel gevonden.

„Er is nog geen reden voor ongerustheid”, zegt Cassee. „De lucht is de afgelopen veertig jaar niet zo schoon geweest als nu. Maar de roetdeeltjes horen daar natuurlijk niet. Het is dus nodig om te onderzoeken of dit de ontwikkeling van ongeboren baby’s benadeelt.”

Vorig jaar constateerden onderzoekers van het Erasmus MC in Rotterdam een verband tussen een hogere blootstelling aan fijnstof in de baarmoeder en een dunnere hersenschors bij die kinderen als ze tussen 6 en 10 jaar oud waren. Dat zagen ze vooral in hersengebieden die belangrijk zijn voor de impulscontrole. Die bleek ook minder goed bij deze kinderen.