Rambo zal nooit ontsnappen aan zijn Vietnamtrauma’s

Achtergrond filmpersonage Rambo De populariteit van Rambo in de jaren 80 was te verklaren door de tijdgeest: zijn filmpersonage stond symbool voor Amerika, voor wraak bij onrecht. Toch doet het gelijkstellen van Rambo aan onnadenkend machismo hem tekort.

Sylvester Stallone in 2019 als John Rambo in ‘Rambo: Last Blood’.
Sylvester Stallone in 2019 als John Rambo in ‘Rambo: Last Blood’.

In 1985 was Amerika in de greep van ‘Rambo-manie’. Er waren stickers met ‘Rambo, Amerika’s nieuwste wapen’, T-shirts met de opgepompte Rambo en 150 dollar kostende replica’s van zijn bekendste wapentuig: een lang gekarteld mes en een kruisboog. Aanleiding voor deze Rambo-manie was de release van de tweede Rambo-film, Rambo: First Blood, Part II. Inclusief de nieuwe film Rambo: Last Blood kwamen er vijf Rambofilms uit, maar Part II bracht tot nu toe het meest op aan de kassa.

Die populariteit is vooral te verklaren door de toenmalige tijdgeest. Amerika zat middenin het Reagan-tijdperk (1981-1989). Het was de tijd van ‘Reaganomics’ en de hoogtijdagen van de Koude Oorlog: de toenmalige Amerikaanse president noemde de Sovjet-Unie een „evil empire”. Voormalig acteur Reagan begon zijn tweede termijn in 1985, het jaar van First Blood, Part II en de gijzeling van 39 Amerikanen in Libanon. Toen die na 17 zenuwslopende dagen tot een goed einde kwam, zei de president in een persconferentie: „Na het zien van Rambo gisteravond, weet ik wat ik volgende keer moet doen als het weer gebeurt.” Sylvester Stallone, de acteur die gestalte geeft aan de getroebleerde Vietnamveteraan John Rambo, bezocht het Witte Huis, Reagan zelf werd ‘Ronbo’ genoemd.

Opgepompte machoman

In het Reagan-tijdperk stond de naam Rambo symbool voor een opgepompte machoman die zonder veel woorden te wisselen op zeer gewelddadige wijze wraak neemt als hem onrecht wordt aangedaan. Rambo wás Amerika, in Rambo III (1988) bevrijdde hij eigenhandig het door stereotiepe Russen bezette Afghanistan. Jongeren scandeerden in 1985 bij het zien van First Blood, Part II enthousiast „USA, USA!” in de bioscoop als Rambo een bataljon vijanden decimeerde. Naarmate de reeks vorderde vielen er ook steeds meer slachtoffers, door blote hand, pijl en boog of enorme explosies. In First Blood (1982) doodt John Rambo slechts één persoon, in de voorlaatste Rambo (2008) is dat aantal opgelopen tot 254. Ook in de nieuwste film Rambo: Last Blood vallen weer veel slachtoffers, al zijn het er veel minder dan in 2008. Wel sterven ze op gruwelijke wijze.

Toch doet het gelijkstellen van Rambo aan onnadenkend machismo en bloedige wraakoefeningen hem tekort. Vooral de eerste twee films uit de reeks zijn complexer en meer ambigu dan de latere delen waarin het meer draait om het laten zien van een efficiënte moordmachine die op sadistische wijze zijn vijand doodt.

Opgejaagd wild

Het personage Rambo werd in 1972 geïntroduceerd in het boek First Blood van David Morrell. John Rambo is een gedecoreerde Vietnamveteraan die symbool staat voor de kille ontvangst die soldaten bij terugkeer uit Vietnam in de VS wachtte. Zij werden niet als helden onthaald, ze hadden verloren. In First Blood (1982) wordt hij aangehouden voor landloperij. Dat hij een veteraan is, een Groene Baret, maakt absoluut geen indruk op de sheriff en zijn mannen. Rambo wordt slecht behandeld en als zijn keel met een wapenstok wordt afgeklemd krijgt hij een flashback naar een Vietcong-gevangenis.

In paniek ontsnapt hij, waarna hij als wild opgejaagd wordt. Om te overleven verdedigt Rambo zich met de guerrilla-tactieken die hem aangeleerd zijn. Veelzeggend is het antwoord van zijn mentor kolonel Sam Trautman, die de sheriff te hulp schiet: „God didn’t make Rambo, I made him!

Sylvester Stallone kroop in 1982 voor het eerst in de huid van de getroebleerde Vietnamveteraan John Rambo in ‘First Blood’.

Het boek eindigt symbolisch als Sam Rambo doodschiet: Uncle Sam (Amerika) geeft geen zier om de Vietnamveteraan. Frankenstein doodt het monster dat hij eigenhandig creëerde. Een variatie op dat einde werd gefilmd, maar een testpubliek wilde liever dat Rambo bleef leven. En zo geschiedde: Rambo is niet meer weg te denken uit de populaire cultuur.

Ook de tweede film, Rambo: First Blood, Part II, is vrij kritisch over de Amerikaanse militaire bureaucratie. Zo wordt Rambo verraden door pennenlikker Murdock en achtergelaten in Vietnam, waar hij op missie is om Amerikaanse krijgsgevangenen te bevrijden en mee terug te nemen naar Amerika. Eerder vraagt Rambo aan Trautman „Do we get to win this time?” Een verwijzing naar de dolkstootlegende die stelt dat de Vietnamoorlog niet verloren is op het slagveld, maar door onjuiste beslissingen over het strategische verloop van de oorlog door veilig achter hun bureau zittende militaire machthebbers in Washington.

Mentaal een wrak

In Rambo: Last Blood nemen foto’s van Rambo als jonge rekruut een prominente plaats in. Zijn achtergrond als Vietnamveteraan met PTSS speelt een cruciale rol, we zien hem allerlei medicijnen slikken. Zijn hele leven is gekleurd door de oorlog, waaraan hij niet kan ontsnappen. Achterdocht overheerst en hij is overtuigd van het idee dat zijn medemens een kwaadaardige inborst heeft. Mentaal is hij een wrak. De slotbeelden ná de aftiteling laten hem zien als moderne cowboy. Hij is te gewelddadig geweest om nog in de beschaafde wereld te kunnen leven, dus is hij gedoemd eeuwig over de prairie te zwerven.

Dat doet hij nadat hij heeft afgerekend met nietsontziende Mexicaanse schurken die meisjes ontvoeren en tot prostitutie dwingen, onder wie de deels door hem opgevoede Gabrielle – die hij als zijn dochter beschouwt. De wrekende Rambo voert hier opnieuw oorlog met alle guerrilla-methodes uit zijn Vietnamtijd. In één scène zet hij daarbij een cassettebandje aan met een liedje van The Doors, muziek uit de tijd dat hij in Vietnam diende. Aan die traumatische oorlog is zelfs vijftig jaar later niet te ontsnappen. Als Rambo al een held is, dan een tragische, meelijwekkende held.