NS is nog altijd niet klaar met de oorlog

NS in WOII De rol van de Nederlandse Spoorwegen in de oorlog staat blijvend in de belangstelling. In het Spoorwegmuseum werd dinsdag een boek gepresenteerd en een tentoonstelling geopend.

De NS-directie liet al in mei 1940 weten dat er sprake zou zijn van „loyale samenwerking met de Duitsche autoriteiten”
De NS-directie liet al in mei 1940 weten dat er sprake zou zijn van „loyale samenwerking met de Duitsche autoriteiten” Foto uit het boek De Nederlandse Spoorwegen in oorlogstijd

De Nederlandse Spoorwegen hebben zich tijdens de Tweede Wereldoorlog niet anders gedragen dan andere grote bedrijven in Nederland. Alles was er op gericht om de gewone bedrijfsvoering zo goed mogelijk voort te zetten, ondanks de Duitse bezetting. Ze wilden baas blijven in eigen huis, of de illusie koesteren dat ze dat waren. Alleen, voegt voormalig NIOD-onderzoeker David Barnouw eraan toe, het is wel iets anders of je tandenborstels maakt voor de Wehrmacht of Joden vervoert naar een concentratiekamp.

De sleutelrol bij de Jodenvervolging verklaart de blijvende belangstelling voor de rol van NS in de oorlog. Met een symposium in het Utrechtse Spoorwegmuseum werden dinsdag twee nieuwe initiatieven gepresenteerd. Samen met spoorhistoricus Guus Veenendaal en Dirk Mulder, tot voor kort directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, schreef Barnouw het boek De Nederlandse Spoorwegen in oorlogstijd 1939-1945. Rijden voor Vaderland en Vijand. NS had geen bemoeienis met het boek, anders dan een voorwoord van topman Roger van Boxtel.

Tegelijk opende het Spoorwegmuseum een permanente presentatie over NS in de oorlogstijd. Eén wand in een loods toont hoge kasten met circa 300 objecten, variërend van een gasmasker voor NS-personeel tot Duitse propaganda tegen de staking. Een scherm dat ingenieus langs de objecten kan worden gemanoeuvreerd biedt nadere informatie, die ook op een aparte website te vinden is. De wat cryptische titel Kinderen van Versteeg verwijst naar het codebericht ‘De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol’. Dat bericht bevestigde voor de NS-directie de authenticiteit van de oproep van de Nederlandse regering in Londen om op 17 september 1944, precies 75 jaar geleden, te gaan staken.

Trots op de Spoorwegstaking is overvleugeld door schaamte over de Jodentransporten

Staking en transport zijn de twee grote en ethisch tegengestelde thema’s als het gaat om de Spoorwegen in oorlogstijd. De Spoorwegstaking was de derde grote staking in Nederland, na de Februaristaking in 1941 en de april-mei staking in 1943. De regering-Gerbrandy hoopte met de staking het Duitse militaire vervoer te beletten en de geallieerde opmars te steunen. Die opmars duurde langer dan verwacht, de staking duurde bijna acht maanden. Het militaire nut was beperkt, maar het Duitse onvermogen de staking te beëindigen was psychologisch belangrijk.

Vier pfennig per persoon per kilometer

Veel ingrijpender was het vervoer van Joden uit heel Nederland naar Kamp Westerbork in Drenthe, en vandaar naar de grens bij Nieuweschans, op weg naar kampen in het oosten. Het merendeel van de ruim 100.000 vermoorde joden, Sinti en Roma is weggevoerd met Nederlandse treinen, door Nederlands spoorwegpersoneel. De NS-directie liet al op 20 mei 1940 aan de 35.000 werknemers weten dat er sprake zou zijn van „loyale samenwerking met de Duitsche autoriteiten”. Voor president-directeur Willem Hupkes waren de Jodentransporten een opdracht zoals andere opdrachten van de bezetter. In de directienotulen is er niets over terug te vinden. De kosten werden door NS gedeclareerd: vier pfennig per persoon per kilometer, halve prijs bij groepen van meer dan vierhonderd.

Interviews met de drie auteurs tijdens het symposium maakten duidelijk hoe het beeld voor NS is gekanteld. Tijdens de wederopbouw draaide alles om het heroïsche verzet van de Spoorwegstaking. De eerste barsten in dat beeld werden geslagen door A.C.J. Rüter, die in de jaren vijftig een door NS betaalde studie deed. Barnouw: „Toen ze bij NS doorkregen dat Rüter niet alleen over staken schreef maar ook over rijden, waren de rapen gaar.” NS slaagde erin om publicatie van het boek zes jaar lang te traineren, tot 1960. De echte doorbraak kwam pas in 1995, met de tentoonstelling Rijden of staken in het Spoorwegmuseum. Dat was nog tijdelijk, in 2013 volgde de permanente presentatie Beladen treinen. In 2005 bood NS-topman Aad Veenman excuses aan. Trots op de staking is overvleugeld door schuld en schaamte over de transporten, concludeerde interviewer Ad van Liempt.

Lees ook: Vragen blijven na toezegging NS compensatie slachtoffers WOII

NS is nog niet klaar met de oorlog. Waardering is er voor de financiële steun voor herinneringsplekken, en de samenwerking met onder meer het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam. Deze zomer nam het bedrijf het advies over van de commissie-Cohen, die bij wijze van ‘moreel gebaar’ - geen compensatie maar een tegemoetkoming – individuele uitkeringen bepleitte voor overlevenden. Cohen riep ook op tot „diepgaand historisch onderzoek”. Op de vraag van oud-CIDI-directeur Ronny Naftaniel of dit boek daarin voorziet, gaven de auteurs grif toe dat het geen wetenschappelijk werk is. Niemand is nu bezig met dat diepgaande onderzoek, zo bleek. Mulder: „Er is nog veel te onderzoeken, vooral ook over de transporten richting Westerbork. Maar het beeld zal niet veranderen.”