25 jaar Troonredes, hoe is de toon?

Toon van de troonrede Als de economie goed draait, heeft de Troonrede er weinig aandacht voor. Maar o wee als het slecht gaat. Een staalkaart van de politieke stemming in 25 jaar Troonredes.

Koning Willem-Alexander leest, met aan zijn zijde koningin Maxima, de troonrede voor op Prinsjesdag aan leden van de Eerste en Tweede Kamer in de Ridderzaal, 17 september 2019.
Koning Willem-Alexander leest, met aan zijn zijde koningin Maxima, de troonrede voor op Prinsjesdag aan leden van de Eerste en Tweede Kamer in de Ridderzaal, 17 september 2019. Foto Sander Koning

Hoe staat Nederland ervoor en welke maatregelen kondigt het kabinet aan? Elk jaar geeft het kabinet in de Troonrede een inkijkje in hoe de regering tegen de rol van Nederland in de wereld aankijkt.

NRC nam de Troonredes van de afgelopen 25 jaar en categoriseerde elke zin op onderwerp en sentiment: is er een positieve, neutrale of negatieve boodschap? Vier opvallende conclusies.

Economie en overheidsfinanciën

Er moet wel een ramp zijn gebeurd, wil de staat van de Nederlandse economie niet de opening zijn van de Troonrede. De afgelopen tien jaar kwam dat maar drie keer voor, inderdaad na rampen zoals die met vlucht MH17. Alle andere keren begon de Troonrede met de economie.

Toch verdwijnt het onderwerp de afgelopen jaren wat naar de achtergrond. Bij economische onderwerpen geldt: hoe meer zorgen, hoe meer aandacht ervoor in de Troonrede is. In 2009, bij het begin van de economische crisis, werd er meer dan de helft van de Troonrede aan besteed. Toen had het kabinet ook de meeste zorgen: over de werkloosheid, het aantal faillissementen, de gestegen staatsschuld en de betaalbaarheid van het sociale stelsel. „De gevolgen zullen nog lang gevoeld worden”, waarschuwde het kabinet.

Lees ook: In de eerste troonrede van het kabinet zei de koning dat de regering kwetsbare groepen wilde helpen. Maar kwetsbare groepen werden sindsdien kwetsbaarder

De laatste tijd is de toon optimistischer: „We zien na moeilijke jaren weer een bloeiende economie en een gezonde schatkist”, stelde het kabinet in 2017 vast. Toen bestond, net als in 2018, nog maar een zesde van de Troonrede uit economische onderwerpen. Er zijn andere zorgen, zoals de toestand van de wereld.

Internationaal

Want als het kabinet zich structureel ergens zorgen over maakt, is het wel dreigingen van buitenaf. Nederland verdient weliswaar een flink deel van zijn geld in het buitenland, zo is praktisch elk jaar de analyse, maar dat „maakt ons land ook extra kwetsbaar in tijden van internationale crisis en stagnatie”. Al sinds de jaren 90 wordt in elke Troonrede gewezen op risico’s en dreigingen van buiten Nederland: eerst over de „dramatische gebeurtenissen in Afrika en in het voormalige Joegoslavië” (1995), later zijn de grootste zorgen over „de ontwikkeling van het armste werelddeel, Afrika” (2004) en de laatste jaren overheersen „de dreiging van het terrorisme en […] migratie” (2017).

De positieve noten gaan vaak over wat Nederland doet om die dreigingen aan te pakken. „Nederland heeft de wereld veel te bieden”, constateert het kabinet in 2009. Er wordt gewezen op militaire missies. Ook de ontwikkelingshulp, die heeft bijgedragen aan een „aanzienlijke” verbetering van de levensstandaard in ontwikkelingslanden (1999), wordt geroemd. Sinds het aantreden van Mark Rutte als premier, in 2010, gaat het over de „beproefde combinatie van hulp en handel” die „wederzijds voordeel biedt”.

Prinsjesdag 2014, koning Willem-Alexander nog zonder baard. Michael Kooren

Veiligheid

Ook structureel een punt van zorg: veiligheid. Daar is wel een opmerkelijke kentering te zien: in de jaren negentig ging het voornamelijk om criminaliteit. In eerste instantie werden die zorgen nog gevoed door stijgende criminaliteitscijfers; toen de statistieken beter waren, werd gewezen op zorgen in de samenleving: „Te veel mensen voelen zich onveilig.”

Tot het onderwerp in 2010 uit de Troonrede verdween. In de eerste redes geschreven door premier Rutte werd met geen woord gerept over veiligheid – terwijl de VVD toch voorstaat misdaad hard aan te pakken. In 2015 duikt het onderwerp weer op, maar in een ander jasje: het gaat nu niet meer over criminelen, maar over terroristen. „De dreiging van radicalisering en terroristische aanslagen in Europa zet de samenleving onder druk”, concludeert het kabinet in 2015, twee maanden voor de aanslagen in Parijs waarbij 129 doden vallen. „Het is cruciaal dat we ons tegen deze dreiging wapenen.” Vorig jaar verdwenen de terroristen uit de Troonrede, en was de harde toon tegen criminelen terug: „We berusten niet in verloedering, in criminele afrekeningen en in drugscriminaliteit die in sommige delen van ons land industriële vormen aanneemt.”

Klimaatverandering

„Nog steeds leidt meer economische groei tot een hogere CO2-emissie. Hierin mogen we niet berusten, omdat de gevolgen voor het klimaat te ernstig zijn.” Deze woorden komen niet uit de Troonrede van 2017, maar uit 1997. Toen waarschuwde het kabinet al jaar na jaar tegen de „zorgwekkende” stijging van de uitstoot van broeikasgassen, die Nederland voor „zware opgaven” stelt. Maar „de grenzen die het milieu stelt, laten ons geen keus.”

Daarna verstomt de aandacht voor het probleem. In 2004 is er één zinnetje over klimaatverandering in de Troonrede opgenomen, namelijk dat Nederland zich aan de internationale afspraken houdt. In 2010 verdwijnt klimaatverandering, en daarmee alle milieuproblemen, uit de Troonrede. De klimaatconferentie in Parijs is in 2015 pas weer aanleiding om er over te beginnen. Klimaatverandering is dan weer helemaal terug op de agenda.