Karkas moet schoon zijn als het de koeling ingaat

Economie & recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal Europees recht.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Zeven pluimveeslachthuizen kregen eind 2015 samen enkele tientallen boetes (van 2.500 euro per stuk), nadat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) had vastgesteld dat ze het niet zo nauw hadden genomen met Europese voorschriften voor voedselveiligheid en hygiëne. Zo waren sommige kippenkarkassen nog verontreinigd door fecaliën, kropinhoud en gal vlak voor ze de koeling ingingen. De slachthuizen pikten de boetes niet; de NVWA zou de hygiënevoorschriften te ver hebben opgerekt. Ook vonden zij dat verontreiniging op karkassen nog verwijderd kon worden tijdens koelen of versnijden en verpakken. Ten slotte stelden zij dat de NWVA-inspecteurs geen karkassen van de slachtlijnen hadden mogen halen en zich hadden moeten beperken tot visueel onderzoek van de buitenzijde. Ze gingen in beroep, waarna de rechtbank Rotterdam de kwestie voorlegde aan het Hof van Justitie van de Europese Unie: was de NVWA inderdaad te streng geweest?

Beslist niet, oordeelde het Hof vorige week. Het haalde de bezwaren van de slachterijen volledig onderuit. Van oprekken van de voorschriften was geen sprake geweest. Zowel uit context als doel van de Europese verordening valt volgens het Hof af te leiden dat de slachthuizen verplicht zijn „elke verontreiniging te voorkomen”. Alle potentiële bronnen van verontreiniging in het spijsverteringsstelsel vallen daaronder, „van de bek tot de anale opening”. Verder mag er geen enkele zichtbare verontreiniging meer zijn als de karkassen de koeling ingaan. Ten slotte besliste het Hof dat het noodzakelijk kan zijn een pluimveekarkas met het oog op het onderzoek van het vetweefsel van de slachtlijn te halen om een voor de menselijke gezondheid schadelijke ziekte als vogelgriep op te sporen. Kortom, geen enkele reden de boetes te schrappen.

Uitspraak: ECLI:EU:C:2019:720