Opinie

In de Troonrede kun je niet wonen

Lotfi El Hamidi

Maandagochtend liep ik dominee Dick Couvée van de Pauluskerk in Rotterdam tegen het lijf. Samen met een aantal daklozen deelde hij op het stationsplein koffie en broodjes uit aan voorbijgangers. Een bed en een schemerlamp moesten de aandacht trekken voor de tweede editie van de zogenoemde ‘Daklozendag’. „De eerste was in 2016, de situatie is sindsdien verslechterd”, zegt Couvée. De groep mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats is in tien jaar tijd meer dan verdubbeld, van 18.000 naar 39.000. Rotterdam alleen al telt vierduizend dak- en thuislozen, en elke nacht slapen er meer dan honderd van hen op straat.

Het schrijnende straatbeeld van de jaren tachtig en negentig, toen veel drugsverslaafden op straat leefden en rond het beruchte Perron Nul aan de achterzijde van het station samenschoolden, is nu ondenkbaar. Maar dat betekent niet dat het goed gaat met de stad, vertelt Couvée. „Mensen hebben bij het woord dakloze nog steeds het beeld van de achter de speed aanhollende junk voor ogen. Maar de dakloze van nu ziet er niet meer zo uit. Het zijn vaak mensen die door omstandigheden buiten de boot zijn gevallen.”

De dominee heeft niet het idee dat de overheid oog heeft voor deze kwetsbare groep. Vorig jaar kwam het woord armoede in de Troonrede één keer voor, en dat was in de context van Caribisch Nederland. Dit jaar kwam het woord armoede helemaal niet meer aan bod. De enige zin die enigszins aan de armoedekwestie raakte: „Samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties is een groot offensief gestart om problematische schulden in gezinnen te voorkomen of terug te dringen.”

„Er wordt vooral gekeken naar economische groei”, zegt Don Ceder, fractievoorzitter van de ChristenUnie in Amsterdam. „Maar de vraag is of die groei de afgelopen jaren wel gelijkmatig is verdeeld onder de inwoners van dit land. Ik heb de indruk dat dat niet het geval is.” Ceder, die zich onder meer bezighoudt met de schuldenproblematiek, ziet dat de onderkant de afgelopen jaren niet van de economische groei meeprofiteert. „Terwijl het aantal daklozen en het aantal voedselbankklanten is gestegen.”

„Geen enkel leven voegt zich naar de mediaan van een statistisch model”, las de koning voor uit zijn Troonrede. Ook Ceder wil dat er op een andere manier naar welvaart gekeken wordt in plaats van het blindstaren op koopkrachtcijfers. „Als de meest kwetsbare groepen er niet op vooruit zijn gegaan op het hoogtepunt van de economische groei, dan moet de regering zich afvragen of ze misschien niet scherpere keuzes hadden moeten maken”, stelt Ceder. „Want het lijkt me niet realistisch dat die groepen bij een volgende recessie er beter vanaf zullen komen.”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.