Het parlement als marktplaats met handel in moties

Algemene Politieke Beschouwingen Tijdens de Algemene Beschouwingen probeert de Tweede Kamer het kabinet bij te sturen. Wat kwam er terecht van de moties van vorig jaar?

Premier Mark Rutte tijdens de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen in 2018.
Premier Mark Rutte tijdens de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen in 2018. Foto Remko de Waal

Wordt het de middenklasse? Maken politieke partijen dit jaar een nummer van de (te) grote veestapel in Nederland? Of voert verontwaardiging over salafistisch onderwijs de boventoon? Deze woensdag en donderdag houdt de Tweede Kamer de Algemene Politieke Beschouwingen, traditioneel een van de belangrijkste politieke momenten van het jaar. Fractievoorzitters zelf gaan met elkaar en met de regering in debat over de Miljoenennota en de plannen van het kabinet. Het is dé manier voor partijen om te tonen wat zij belangrijk vinden.

Rutte III krijgt zelfvertrouwen, maar durft weinig te beloven

Vorig jaar werd veel gesproken over de vraag hoeveel mensen er over vijftig of honderd jaar in Nederland wonen. En wat daarvan de gevolgen zouden zijn voor wonen, arbeidsmarkt en zorg. Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff (VVD) vroeg zich tijdens dat debat af of er „een kritische grens” is aan het „aantal Nederlanders dat hier kan wonen”. Kort daarvoor zei toenmalig fractievoorzitter van het CDA Sybrand Buma in NRC dat Nederland de gevolgen van bevolkingsprognoses, die het aantal inwoners in 2050 op 20 miljoen schatten, „niet of nauwelijks” kan dragen.

Dat zette de toon: ook andere politieke leiders onderschreven het belang van de kwestie. Om hun zorgen kracht bij te zetten, dienden de fractievoorzitters van de voltallige coalitie (VVD, CDA, D66, ChristenUnie), samen met SGP, PvdA en 50Plus een motie in, waarin ze het kabinet verzochten om een onderzoek naar de bevolkingsgroei. De motie werd met een ruime meerderheid van stemmen aangenomen.

Een jaar later zijn de resultaten van dat onderzoek er nog altijd niet. Maar het onderzoek zelf is wel in volle gang. Onder leiding van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) inventariseren onderzoekers momenteel welke ‘verkenningen’ naar bevolkingsgroei er al zijn (deel 1) om op basis daarvan te besluiten welke nieuwe berekeningen er gemaakt moeten worden om de ontwikkelingen van bijvoorbeeld het (afnemende) kindertal in kaart te brengen en de gevolgen van migratie (deel 2). Het eerste deel moet eind oktober verschijnen. Deel 2 wordt verwacht in de zomer van 2020.

„Een motie”, zegt Anne Bos, als onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, „is niets anders dan een uitspraak van de Tweede of Eerste Kamer.” Zo kan de Kamer de regering vragen om zich in te spannen of een oordeel te geven over gevoerd beleid. In het zwaarste geval kan een Kamerlid een motie van wantrouwen indienen tegen een bewindspersoon. Als daarvoor een meerderheid is in de Tweede Kamer, treedt de minister of staatssecretaris vrijwel altijd af, vaak nog voordat de motie in stemming is gebracht.

Statusverhogend

Moties hebben verschillend gewicht; of het kabinet gehoor geeft aan het verzoek, hangt af van hoe breed een motie wordt gedragen en hoeveel coalitiepartijen de motie ondersteunen. „Het kabinet kan ook zeggen: bedankt, maar we voeren haar niet uit”, zegt Bos. „Of de uitvoering verdwijnt in toezeggingen waar vervolgens niets van komt. Daarop kan een Kamerlid opnieuw een motie indienen, of bij meer onvrede: met een motie van afkeuring of wantrouwen komen.” Dat laatste komt maar weinig voor.

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vorig jaar werden in totaal 37 moties ingediend, waarvan er veertien door een meerderheid van de Tweede Kamer werd aangenomen. Acht daarvan zijn uitgevoerd. Naast het verzoek om het bevolkingsonderzoek deed de Kamer onder andere een oproep aan het kabinet om af te zien van de korting op de zogeheten leerbanen en om in 2018 25 miljoen euro extra te besteden aan de ondersteuning van kwetsbare mensen.

Vier aangenomen moties strandden in beloftes: zo verzocht de Kamer de regering vorig jaar om, volgens de nu al wettelijke verplichting, jeugdzorg te verlenen aan jongeren tot 23 jaar – in de praktijk stopt die vaak al als kinderen 18 worden. In antwoord daarop schrijft minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) in juli 2019 dat „verlengde jeugdhulp steeds vaker [wordt] ingezet” en dat „als extra inzet nodig is” de minister contact opneemt „met het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd”. Ergo: wettelijke naleving die geldt voor iedereen zit er nu niet in.

„Moties zijn een politiek instrument”, zegt onderzoeker Bos. „In de marktplaats die de Tweede Kamer ook is, wordt onderhandeld: steun jij mijn motie, dan steun ik de jouwe. Een aangenomen motie tijdens een beeldbepalend debat werkt ook statusverhogend voor Kamerleden.”

Van twee moties uit 2018 is niet te achterhalen of ze zijn uitgevoerd. Een daarvan ging over het „breder interpreteren van de bestaande mogelijkheden voor het uitreiken van een eremedaille”, zoals de eremedaille voor uitzonderlijke prestaties van de politie. De ander over het uitbrengen van belangrijke documenten in begrijpelijke taal. In enkele parlementaire stukken wordt in een voetnoot naar die laatste motie verwezen. Onduidelijk is of de opstellers van die documenten daarmee willen laten zien dat hun tekst omwille van deze motie begrijpelijker is gemaakt.