Recensie

Recensie Film

Een kathedraal van Andrej Tarkovski in Eye Filmmuseum

Tentoonstelling De solotentoonstelling over regisseur en schrijver Andrej Tarkovski in filmmuseum Eye geeft alle ruimte voor mystieke ervaringen. Het werk van het Russische genie kan prima zonder uitleg. (●●●●●)

Beeld uit Tarkovski’s Stalker (1979).
Beeld uit Tarkovski’s Stalker (1979).

Ook met gesloten ogen werkt het: zacht gemurmel, verre muziek, een schelle kinderstem, een scheepshoorn. Komende maanden is de expositieruimte van het Amsterdamse Eye Filmmuseum de kathedraal van Andrej Tarkovski (1932-1986), het Russische genie voor wie films een soort iconen waren, portalen tot een transcendente realiteit.

Curator Jaap Guldemond heeft Tarkovski’s zeven speelfilms kaal gerangschikt, als enorme altaarstukken, twee- en drieluiken van shots die op elkaar rijmen. De drieluiken zijn gereserveerd voor Tarkovski’s bekendste films: Stalker (1979) en Andrej Roebljov (1966). Bij Roebljovs triptiek – over de monnik-schilder die zijn geloof verliest en hervindt in een panorama van Russische wreedheden – gloeien diens iconen als sintels tussen de monochrome kou van de zijpanelen: een executie, heidense naaktlopers met fakkels, Vladimir geplunderd door de Tartaren, de jonge Boris die als een stalinistische voorman fanatiek zijn kerkklok giet. Zo werkt de film Andrej Roebljov ook: na twee uur van grauw naar grimmig boren de iconen zich in de epiloog fullcolour in je netvlies, worden het toegangspoorten tot het Koninkrijk Gods, zoals ze bedoeld zijn.

Schoonheid in verval

Tarkovsky – The Exhibition toont brieven, scripts en familiefoto’s uit het Tarkovski-archief dat zoon Andrej Tarkovski jr. in Florence beheert. Het voorportaal biedt wat ruimte voor explicatie, met beelden van het wonderkind dat met zijn debuut De jeugd van Ivan (1962) de Gouden Leeuw van Venetië wint, het begin van zijn levenslange sm-spel met de Sovjetbureaucratie. In 1982 zien we Tarkovski genieten van de schoonheid van de Amalfi-kust. Fronsend, want: „Te mooi voor onze film. Te voor de hand liggend.” Hij zocht liever schoonheid in verval, groezeligheid, het alledaagse: een windvlaag tussen varens, distelpluizen in de ochtendmist, wuivend wier, een natte tegelvloer met vlokken alg.

Tarkovski tijdens het filmen van The sacrifice (1986).

Het kan prima zonder uitleg. Andrej Tarkovski was een geobsedeerde micromanager, een man van stellige oordelen: zijn dagboek is één en al verrukking, afgrijzen of uitroepteken. Maar paradoxaal genoeg gunde geen filmmaker kijkers meer ruimte om hun eigen film te zien.

Lees ook een portret van Andrej Tarkovski in zeven films

In zijn lucide filmboek Sculpting in Time – je kan elke willekeurige bladzijde openslaan voor een origineel, krachtig geformuleerd inzicht – zet Tarkovski zich af tegen montage, die de kijker via manipulatieve cuts dicteert wat te denken en te voelen. In de montage voelde hij zich eerder dienaar van de flow van zijn eigen hypnotiserende zooms en pans. Zijn films hadden al organisch hun vorm gevonden tijdens het schrijven, repeteren en opnemen, met talloze wijzigingen en bedenkingen die zijn omgeving vaak tot wanhoop dreven. Het mes zetten in zo’n levend organisme was vivisectie: Tarkovski’s cinema is er één van lange, trage, prachtige shots.

In de geest van de meester

Tarkovsky – The Exhibition laat die shots naast elkaar vloeien, zonder ze krampachtig thematisch of formeel te willen ordenen: een gelukkige keuze. Tarkovski zelf was mordicus tegen symbolische interpretatie. Als het in zijn films regent, regent het gewoon. Hij filmde geen proza dat iets uitlegt of vertelt, maar poëzie die je onbevangen tot je moet laten komen, op straffe van irritatie.

Beeld uit Tarkovski’s Nostalghia (1983).

Je kan een catalogus aanleggen van zijn motieven: Bruegel, kleurgebruik, de vier elementen, de hond als geleide naar ons spirituele thuis, regen, mist of sneeuw, liefst binnenshuis. Maar symbolische analyse – Tarkovski liet zich daar geheel tegen zijn principes soms toe verleiden – mist ‘het wonder’ dat Tarkovski volgens collega Krzysztof Kiéslowski zo uniek maakte. In film geldt: what you see is what you get. Een hond betekent gewoon een hond. Behalve bij Tarkovski, bij wie het woord zomaar vlees werd, en de wijn zomaar bloed.

Geen wonder zonder geloof, geen geloof zonder overgave. Daarvoor hoef je Tarkovski’s nogal obscurantistische, slavofiele idealisme beslist niet te delen: zijn Hongaarse leerling Béla Tarr gebruikt zijn technieken om een van God verlaten, cynische wereld te creëren. Maar mijn nekharen staan telkens weer overeind als de dood de zonovergoten tederheid van Ivans dromen binnensluipt, of als Kelvin in de epiloog van Solaris opnieuw door het ruit van zijn vaders datsja kijkt: ditmaal regent het binnen, niet buiten. Mystieke ervaringen; Tarkovsky – The Exhibition geeft er alle ruimte voor. In de geest van de meester.