De medewerkers van de eenmalige glossy Pinda*

Foto Harold Pereira

De Pinda*: een Indische glossy voor iedereen

Lifestyle Woensdag wordt Pinda* gepresenteerd, een tijdschrift over de Nederlands-Indische lifestyle. Een minderheidsgroep die haar cultuur dreigt kwijt te raken, juist omdat ze zo voorbeeldig integreert, zegt filmproducent San Fu Maltha.

Een gids voor de Nederlands-Indische lifestyle, bedenker Ricci Scheldwacht had allang het idee van de Indische glossy Pinda* die woensdag wordt gepresenteerd in Den Haag. De titel van het blad is een geuzennaam, een knipoog naar het scheldwoord voor Indische Nederlanders en Chinezen. San Fu Maltha, zoon van een Chinees-Indische moeder en een Nederlandse vader, schreef er een column over in het tijdschrift. Maar hij is ook adviseur van de redactie en van het bestuur, gerund door Boen Tan en Martijn Jacobus. Zij zitten ook in de Indische Heerenclub, een groep professionals afkomstig uit de wereld van media, kunst en film met roots in Nederlands-Indië. San Fu Maltha: „In de Heerenclub was die Indische glossy een van de projecten waar veel over gesproken werd. Maar het kwam maar niet van de grond. Toen ben ik op een zeker moment met Ricci gaan zitten en zijn er nog wat mensen bijgekomen, onder anderen de daadkrachtige journalist en bladenmaker Simone Jacobus, van Joods-Indische afkomst.”

Een lange voorgeschiedenis, dus?

„Ricci zegt zelf dat hij er al dertien jaar mee bezig is. Ik ben er sinds drie à vier jaar echt intensief bij betrokken. Onder verantwoording van het bestuur van de stichting Indomedia is er aan fondsenwerving gedaan. Tevergeefs, tot we vorig jaar subsidie kregen van het ministerie van VWS.

Dat was in het kader van de zogeheten Collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland.

„Wilt u het woord ‘collectief’ niet noemen? Ik vind het niet erg om van die regeling gebruik te maken maar daarmee ben ik het nog niet eens met die benaming. Ik vind het een schande om het ‘collectieve erkenning’ te noemen. Je kan geen 75 jaar vrijheid vieren zonder de individuele drama’s in de Indische gemeenschap te erkennen.

Is het doel van de stichting Indomedia alleen die eenmalige glossy?

„Nee, er valt ook te denken aan een Nederlands-Indische omroep. Maar er zijn verschillende mogelijkheden. Als de voortekenen niet bedriegen zou de Pinda best succesvol kunnen worden omdat de voorverkoop goed loopt. Er zijn al circa drieduizend exemplaren voorverkocht. Dat is een behoorlijk aantal voor een blad dat er nog niet is. Het ligt dadelijk in een oplage van 30.000 exemplaren in alle kiosken in het land. Ik denk dat als het blad een succes is, het raar zou zijn niet met een vervolg te komen. Als je meer dan 15.000 exemplaren verkoopt dan heb je een enorm succesvol magazine. Ik zou het dan vreemd vinden om niet door te gaan. Er valt nog veel meer te vertellen.

Waarom is midden in het internettijdperk gekozen voor een glossy?

„Ja, waarom is de Linda., waar ons magazine op is geïnspireerd, een glossy en niet alleen een website? Het gaat erom dat het een lifestyle-ding is. Een belevenis met een bewaarfactor. Maar natuurlijk heeft de Pinda* ook een website waar mensen tegen betaling het blad kunnen lezen. En daar staan ook nog twee extra pagina’s op die niet in de papieren editie zitten. De Pinda* is niet alleen bedoeld voor mensen met een Nederlands-Indische achtergrond.

Lees ook: Een huis voor Indische heimwee en creativiteit

Vandaar dat ergens voorin het artikel ‘Indo voor dummies’ staat?

„Het is voor alle Nederlanders geschreven maar natuurlijk vormt die groep van circa anderhalf miljoen mensen die een Nederlands-Indische achtergrond hebben daarvan een belangrijk onderdeel. Maar deze groep is daar niet dagelijks mee bezig. De schaduwkant van hun over het algemeen zo voorbeeldige integratie is dat zij hun cultuur dreigen kwijt te raken, omdat die te weinig wordt overgedragen. De glossy maakt duidelijk wat dat erfgoed is. Het gaat zowel om geschiedenis als erfgoed en cultuur. En uitleg van bijvoorbeeld Indonesische woorden die we gebruiken. Er zijn mensen van de vierde generatie die eigenlijk alleen maar het woord rijsttafel, of ketjap en sambal herkennen als iets wat ermee te maken heeft. Maar wat die waterfles daar doet op de wc bij oma, weten ze ook niet.

„Voor mensen die goed in de Nederlands-Indische cultuur thuis zijn, is het een soort van bevestiging van het eigen erfgoed. Maar het is geen tempodoeloeblad. Het gaat niet om met weemoed terugkijken naar het verleden. Het is een blad waarin zowel het serieuze als het lichtvoetige aan bod komt, net als het blad waarop de naam geïnspireerd is, de Linda.

Is juist de legendarische verdeeldheid in die Indisch-Nederlandse gemeenschap ook niet kenmerkend?

Helaas is die gemeenschap gesegregeerd, ja. En ze lijken bij tijd en wijle meer aandacht en tijd te besteden aan het bevechten van elkaar dan aan het vechten voor het gemeenschappelijke doel, namelijk dat er meer aandacht en tijd komt voor deze groep. Het is grappig dat deze grootste minderheidsgroep van Nederland in de hele diversiteitsdiscussie afwezig was en is.

„Nederlands-Indië was een gesegregeerde samenleving. Er is nu in Indonesië de film Aarde der mensen uit, naar de roman van Pramoedya Ananta Toer. Vanuit Indonesische blik wordt die verscheurde wereld van de kolonie prachtig in beeld gebracht. Ik ben aan het bekijken of het mogelijk is hem in Nederland uit te brengen. Die film is misschien ook een wake up call voor mensen in de Nederlands-Indische gemeenschap, om te zien hoe deze tussenlaag in de kolonie wordt geportretteerd.”

In de Pinda* pleit u voor diversiteit.

Ja. Zonder diversiteit geen innovatie. De boze witte man wil in een cocon leven waarin alles blijft zoals het vroeger was. Ze realiseren zich niet wat hun geluksgevoel betekende voor niet-witte mensen, die er toen ook al woonden.