Een Gouden Eeuw duurt soms zeven jaar

Ewoud Sanders

Woordhoek

Sinds wanneer kennen we de aanduiding Gouden Eeuw? En wat werd er in welke periode mee bedoeld? Daarover zijn de afgelopen dagen in de media verschillende beweringen gedaan. Dit vanzelfsprekend omdat het Amsterdam Museum heeft besloten het etiket niet langer te gebruiken.

De uitdrukking gulden of gouden eeuw was al in gebruik voordat de Gouden Eeuw goed en wel op gang was gekomen. We komen deze woordcombinatie vanaf circa 1600 tegen in proza en poëzie. Vondel gebruikte de zegswijze een paar keer in zijn gedichten, in 1613 met Zilveren Eeuw („Toen zich den gulden Eeuwe het onderste boven wende / Den Silv’ren Eeuwe quam”).

Het gaat hier om verwijzingen naar de gouden eeuw uit de Romeinse mythologie: het tijdperk van Saturnus waarin het altijd zomer was, mensen niet hoefden te werken, ze volop te eten hadden en volkomen vrij waren.

Dit overdrachtelijke gebruik van gulden of gouden eeuw, met als betekenis ‘tijdperk van bloei en welvaart’, is altijd blijven bestaan. Het wordt internationaal gebruikt: de Engelsen hebben het over the Golden Age, de Fransen over le siècle of l’âge d’or, de Duitsers over das Goldene Zeitalter, enzovoorts. Die benaming wordt ook geplakt op periodes die veel korter zijn dan honderd jaar. Zo duurde de ‘Gouden eeuw van de hiphop’ volgens het gelijknamige artikel in Wikipedia zo’n zeven jaar: van 1986 tot circa 1993.

De afgelopen week hebben we onder meer kunnen lezen dat Gouden Eeuw als benaming voor de zeventiende eeuw in 1884 is gemunt door Conrad Busken Huet. Dat is niet juist. Al zeker vanaf 1841 wordt de zeventiende eeuw bij herhaling „de gouden eeuw van Nederland”, „Neêrlands Gouden Eeuw” of „onze Gouden Eeuw” genoemd. Toen P.L. Muller in 1896 de driedelige studie Onze Gouden Eeuw schreef, begon hij met de zin: „Onze gouden eeuw, behoef ik aan iemand te zeggen wat ik daaronder versta? Is er één beschaafd Nederlander, die niet weet, dat die woorden alleen kunnen gelden van [sic] dat tijdvak onzer geschiedenis, dat besloten ligt tusschen het vertrek van Leicester in 1587 en den vrede van Utrecht in 1713?”

Het Amsterdam Museum, dat zeer nadrukkelijk streeft naar „inclusiviteit”, wil de aanduiding Gouden Eeuw niet langer hanteren omdat die vooral positieve associaties zou oproepen „zoals voorspoed, vrede, weelde en onschuld”, terwijl in de zeventiende eeuw ook „armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel” voorkwamen.

Maar die zaken zijn er altijd geweest – ook nu nog. De vlaggen waarmee de geschiedschrijving wordt gemarkeerd dekken zelden de hele lading. Zo gebeurden er tijdens de Verlichting of de Eeuw van de Rede ook veel duistere en onredelijke dingen. En gedurende de Romantiek ging het er zeker niet voor iedereen romantisch aan toe. Dergelijke etiketten geven slechts de essentie van een bepaalde periode weer; dit maakt het makkelijker om historische tijdperken te onthouden en van elkaar te onderscheiden.

Het etiket Gouden Eeuw dat op de zeventiende eeuw is geplakt, dekt goed de lading, namelijk dat Nederland tijdelijk een wereldmacht was en een ‘tijdperk van bloei en welvaart’ doormaakte. Volgens mij kun je ook alle schaduwkanten daarvan heel genuanceerd en ‘inclusief’ in beeld brengen zonder dat je dit etiket hoeft te verwijderen. Schrappen creëert mijns inziens eerder een rookgordijn dan helderheid.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders