Opinie

De kritiek op NRC

Frits Abrahams

De kritiek op de verslaggeving in NRC over ‘een revolver in de ambtswoning’ van Femke Halsema begrijp ik niet goed. Een lezer noemde het in een ingezonden brief ‘schokkend’ dat NRC daarmee achter De Telegraaf aanloopt.

Dat zou ik ook schokkend vinden als het waar was, maar ik denk er anders over – niet omdat het NRC betreft, want fouten moeten toegegeven en gecorrigeerd worden, en elke krant maakt fouten, elke columnist en elke lezer trouwens ook. Ik geloof alleen dat NRC hier geen fouten heeft gemaakt, op één onderdeel na – maar daarover later.

De twee verslaggevers van NRC, Hugo Logtenberg en Thijs Niemantsverdriet, deden wat ze moesten doen. Ze hadden ontdekt dat het wapen waarmee de zoon van burgemeester Halsema was betrapt, afkomstig was van de vader, Robert Oey, en in de ambtswoning lag. Ze vroegen de burgemeester om commentaar, maar die verwees naar Oey omdat „de burgemeester en haar partner niet één en dezelfde persoon zijn”. Dat bleek volledig te kloppen, toen de verslaggevers verhaal gingen halen bij Oey zelf.

Oey barstte los in een tirade, niet zozeer tegen zijn vrouw als persoon gericht, als wel tegen de invloed die haar ambt op zijn leven heeft. Vooruitlopend op een ruzie die ze daarover zouden kunnen hebben, riep hij uit: „Flikker op met je ambtswoning!” Vijf woorden die noodlottig dreigen te worden voor dit burgemeesterschap als Oey zich ernaar blijft gedragen.

Zelf heb ik thuis ook weleens zulke taal uitgeslagen, maar een columnist van de Achterpagina kan zich dat veroorloven, als hij de volgende dag maar een bloemetje meeneemt. Wanneer je partner toevallig burgemeester van een wereldstad is, wordt het een stuk lastiger. Vooral als je een onklaar gemaakte revolver mee naar huis neemt en zo slordig opbergt dat je zoon er op een verlaten woonboot de stoere jongen mee kan uithangen.

Dan loop je het risico dat de pers erachter komt, in dit geval De Telegraaf als eerste. In het huidige mediatijdperk is zulk nieuws niet meer tegen te houden, maar het was wel vervelend dat het gepaard ging met zware overdrijving. De ‘gewapende inbraak’ bleek niet meer dan uit de hand gelopen kwajongenswerk. En ‘de doofpot’ waarover De Telegraaf ook schreef, bleef tot dusver onvindbaar.

Oey moet weloverwogen besloten hebben de verslaggevers te woord te staan. Hij wist wat hij kon verwachten. „Hij bevestigt alle feiten”, schreven de verslaggevers, „en neemt alle tijd om vragen te beantwoorden”. Dat zijn toelichting op de lezer overkomt als een wrokkig betoog is zíjn probleem – en daarmee ook van zijn vrouw.

Hadden de verslaggevers Oeys woorden moeten censureren? Zou The New York Times dat doen als de vrouw van president Trump in een interview zou uitroepen: „Flikker op met dat Witte Huis”? Welnee, het zou wereldnieuws zijn, we zouden er allemaal, behalve Wilders en Baudet, van smullen en het zou herverkiezing van Trump heel wat onwaarschijnlijker maken.

Maandag bracht NRC een vervolg, gebaseerd op anonieme ‘goed ingevoerde bronnen’, waarin gerept werd van twijfels op het stadhuis over ‘het gebrek aan bestuurlijke ervaring’ bij Halsema. Dat was mij te suggestief. Bij zo’n constatering horen namen en rugnummers, anders blijven het geruchten – en daar zijn sommige andere kranten beter in.