Opinie

‘Cocksucker Blues’: illegale klassieker

Peter de Bruijn Bij het overlijden van fotograaf en regisseur Robert Frank denkt Peter de Bruijn terug aan de film die Frank over The Rolling Stones maakte. ‘Cocksucker Blues’ toont wat een gevaarlijke band de Stones waren – en daar waren ze zelf destijds niet blij mee.

Peter de Bruijn

Vorige week brachten The Rolling Stones een verklaring naar buiten, waarin ze hun medeleven uitspraken bij het overlijden van de beroemde fotograaf en filmmaker Robert Frank. „Hij was een uniek kunstenaar, die met zijn stijl buiten alle gebaande paden trad.”

Dat persbericht is opmerkelijk, omdat de relaties tussen Frank en de band niet altijd zo harmonieus zijn geweest. Robert Frank volgde de Stones tijdens hun Amerikaanse tournee in 1972, kort na het verschijnen van het album Exile on Main Street; volgens velen nog altijd hun beste plaat. Frank had de hoes gemaakt voor dat album. Maar als regisseur van de beruchte documentaire Cocksucker Blues was hij vooral geïnteresseerd in de wereld achter de schermen.

Daar speelden zich interessante taferelen af: woeste seksfeesten in het privévliegtuig van de band, stevig gebruik van cocaïne en heroïne, eindeloos wachten en rondhangen in kleedkamers en hotelkamers, wezenloze bezoekjes van beroemdheden als Andy Warhol en Truman Capote.

Frank vernoemde zijn film naar een scabreus nummer van de Stones, waarmee ze platenmaatschappij Decca op de kast wilden jagen. De band gold in die tijd nog als de burgerschrik van Amerika. Daar waren ook goede redenen voor, zo laat Frank zien, al zijn het vooral de roadies die zich misdragen; in ieder geval zo lang de camera in de buurt is. Verheffend zijn al die taferelen niet, maar wat waren de Stones een opwindende, uitdagende en gevaarlijke band in die tijd. Frank filmde alles rauw, pseudo-amateuristisch, zonder opsmuk: voortdurend is het geratel van de goedkope camera te horen; punk avant la lettre. Het geluid is hemeltergend; geluidsman Daniel Seymour staat niettemin vermeld als co-regisseur van de film.

De excessen achter de schermen droegen niet weinig bij aan de mythevorming rond de Stones. Journalist Robert Greenfield beschreef dezelfde liederlijkheid in zijn boek uit 1974 over dezelfde tournee: A Journey Through America with The Rolling Stones. Daar hebben de Stones nooit bezwaar tegen aangetekend. Maar om zulke taferelen terug te zien op celluloid in de bioscoop is toch nog iets anders. Mick Jagger verbood het uitbrengen van de film, die de Stones zelf hadden gefinancierd. „Robert, de film is geweldig. Maar als we dit uitbrengen worden we nooit meer toegelaten tot de VS”, liet hij de regisseur destijds weten.

Frank stapte vervolgens naar de rechtbank in New York om de film alsnog te kunnen vertonen. Hij was immers de geestelijk vader van de film, al hadden de Stones ervoor betaald. De rechter bepaalde in een tamelijk uniek vonnis dat de film maximaal vier keer per jaar publiekelijk vertoond mocht worden, maar alleen in aanwezigheid van de maker zelf. Zulks geschiedde nog in 2015 op het documentaire-festival IDFA, dat toen een retrospectief wijdde aan het werk van Frank. Onder Stones-fans gaan al decennia illegale kopieën rond en ook online is de film tegenwoordig niet meer moeilijk te vinden. Hoogste tijd om Cocksucker Blues eindelijk officieel vrij te geven en uit te brengen in een mooie editie. De film verdient dat.

Peter de Bruijn is filmrecensent.