Brieven

Brieven

Oey (2)

Aandacht, maar niet zo

Toen ik zaterdag de krant bekeek trof de kop me als een… eh... pistoolschot: Een revolver in de ambtswoning. Een heldenverhaal uit de Tweede Wereldoorlog? Geheime wapentransporten in roerig Amsterdam? Of was het een nieuwsluw weekend, viel me in, nadat ik de twee pagina’s had gelezen over de herkomst en de opbergplaats van het onklaar gemaakte wapen. Vooropgesteld: deze affairette en de nasleep, inmiddels breed opgepikt door politiek en media, verdient aandacht, al was het alleen al door de positie van de moeder van de verdachte. Maar is NRC niet doorgeslagen met het vaak gênante interview met Robert Oey?

Oey (3)

Steun je partner

Oeys vrouw is burgemeester, maar hij wil niet ‘de man van de burgemeester’ zijn, maar Robert Oey, filmmaker. Dat wringt, want hij is het natuurlijk allebei.

Klopt het wel, dat je zo’n interview geeft als je De Telegraaf verwijt dat ze je privacy schenden? Oey spreekt openhartig over intieme momenten binnen het gezin. Maar ik wil niet weten dat ze op vakantie waren in Kenia en dat ze allemaal moesten huilen toen De Telegraaf de sensatiezoekende onthullingen deed en ook niet dat hij gedachten uit die hij nog niet tegen zijn vrouw heeft uitgesproken. Ik wil niet weten dat ze kennelijk soms gilt. Laat dat lekker achter gesloten deuren. Burgemeester van Amsterdam zijn lijkt mij een zware opgave: kan dat zonder partner die accepteert wat dat voor hem/haar betekent? Dat autonomie opgeven een groot offer is, begrijp ik, maar de steun van een partner die privé en publiekelijk schouder aan schouder met je staat kun je toch goed gebruiken, dunkt me. Maar ja, dat argument laat zich ook omdraaien: als je van je man houdt, zou je dan niet voor lief moeten nemen dat de realiteit is dat hij autonoom wil zijn en blijven?

Oey (4)

Bagatelliseer wapen niet

Iedereen doet kennelijk nogal lacherig over die neprevolver. ‘Het wapen is weliswaar echt maar lange tijd geleden al onklaar gemaakt, etc.’ Onbegrijpelijk dat niemand de casus heeft voorgelegd dat een agent, getriggerd door de alarmcentrale dat er inbrekers zouden zijn gesignaleerd waarvan één met een vuurwapen, in een al of niet onoplettende seconde zijn dienstwapen zou hebben kunnen afvuren op ‘de zoon van’. Dan was het een heel andere discussie geworden.

Oey (5)

Naïef, nou en?

Wat prachtig dat wij als lezers getuige mogen zijn van het mooie gesprek tussen Robert Oey en NRC. De integere vragen, de openhartige, enigszins rebelse antwoorden en de vervolgvragen die op nóg dwarsere en onbevangen antwoorden (noem het naïef, so what!) konden rekenen. De lezer werd een blik gegund in de pluriforme relatie van het koppel Oey-Halsema. Wat een rijkdom voor kinderen om in zo’n mengvorm van normen, waarden en kwaliteiten te worden voorgeleefd.

Salafistisch onderwijs

Denk aan kinderrechten

In de discussie over salafistenscholen lijkt het enkel over de rechten van volwassenen te gaan. Nederland is echter al sinds 1995 gehouden het Verdrag inzake de Rechten van het Kind ten uitvoer te brengen. Dat verdrag schrijft in artikel 29 de pedagogische onderwijsdoelen voor. Deze zijn tweeledig: de ontwikkeling van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind. En de voorbereiding van het kind op een verantwoord leven in een vrije samenleving. Dat laatste wordt toegespitst op diverse waarden, zoals respect voor mensenrechten en nationale waarden, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten, vriendschap tussen godsdienstige groepen en eerbied voor het milieu. Het tweede lid bepaalt dat de onderwijsvrijheid van volwassenen zich binnen deze waarden dient te bewegen. Nu is het moment om artikel 23 van de Grondwet eindelijk eens met artikel 29 van het Kinderrechtenverdrag in overeenstemming te brengen.

Jeugdinrichting

Inleving van Grunberg

„Wat deze kinderen me hebben geleerd is om een betere strijder te worden. En zo niet nu, wanneer dan?”, zo eindigt de reeks verslagen uit de jeugdinrichting door Arnon Grunberg (14/9). De slotregel doet denken aan de joodse wijsgeer Hillel: „Als ik niet voor mijzelf ben, wie dan wel?/ Als ik enkel voor mijzelf ben, wie ben ik?/ En zo niet nu, wanneer dan?” Een aangrijpende reportage. Geschreven met zowel groot observerend vermogen als diepe inleving.