Alles gedaan om de autogigant te redden, maar ook dat was niet genoeg

Staking bij GM Vakbond United Autoworkers riep op tot een massale staking bij autogigant General Motors. „De arbeiders zijn arm en wanhopig.”

Naar schatting 48.000 vakbondsleden hebben het werk neergelegd en staken bij autogigant General Motors.
Naar schatting 48.000 vakbondsleden hebben het werk neergelegd en staken bij autogigant General Motors. Foto Paul Sancya/AP

„Moet je zien”, zegt Gerry Hynde, en hij draait zijn polsen naar boven. Twee dikke bulten: beknelde zenuwen. Drie jaar geleden is hij geopereerd aan het carpaletunnelsyndroom, een aandoening die wordt veroorzaakt door repeterende beweging. Hynde last al 46 jaar lang leidingen aan elkaar voor de auto’s in de fabriek van General Motors (GM) in Hamtramck, Detroit. ‘Hier zijn wij niet verantwoordelijk voor’ zei de medische dienst tegen hem. „Maar, waar had ik het dan moeten oplopen? Ik heb nooit ergens anders gewerkt”, zegt Hynde. „Ik ben hier begonnen toen ik achttien was.”

Nu is hij bijna 65, een jaar voor zijn pensioen, en beent Hynde, grijs haar, staalblauwe ogen, zijn rondjes voor de gesloten poort van de autofabriek. Bij deze ingang aan de zuidzijde van het immense complex posten zo’n dertig stakers, bij alle andere ingangen patrouilleren soortgelijke kluitjes fabrieksarbeiders. Langsrijdende automobilisten betuigen toeterend hun steun, of steken een vuist uit het dak omhoog. Een enkeling schreeuwt: „Ga weer werken, klootzakken!”

Onderhandelaars van vakbond United Autoworkers (UAW) liepen zondagnacht zonder akkoord weg bij onderhandelingen met de directie en riepen daarop hun circa 48.000 leden bij de Amerikaanse autogigant op om het werk neer te leggen. Het bod van GM, om voor 7 miljard dollar te investeren in fabrieken in de VS, om 5.400 banen te scheppen en om lonen en arbeidsvoorwaarden te verbeteren, is te laag.

Overgeplaatst

Dertig stakers aan de poort, het klinkt niet veel, maar ze posten dag en nacht in ploegendiensten, hier en op zo’n vijftig GM-locaties in de VS. Er lopen ook stakers met protestborden (‘We built this city’) bij het hoofdkantoor in ‘Motor City’.

„Detroit is het hart van automotive USA”, zegt Ashley Scales, 32 jaar oud en acht jaar lopendebandwerker. Haar werkplek in Detroit is eerder dit jaar opgeheven, dus werd Scales overgeplaatst naar de fabriek in Flint, zo’n 90 kilometer naar het noorden. Daar schroeft ze nu, vaak tien uur per dag, haakjes aan de voorkant van auto’s waar de bumper aan wordt bevestigd. In Detroit maakte ze deel uit van de leiding van de vakbondsafdeling, zegt Scales. Door haar ontslag kon dat niet langer. „Ze hebben het leukste werk dat ik ooit deed afgepakt. En alleen maar omdat ze steeds verder op kosten willen besparen door vaste werknemers te ontslaan en er losse krachten voor in de plaats te zetten. Niemand kijkt naar de offers die wij brengen.”

Niemand kijkt naar de offers die we brengen

Ashley Scales lopendebandwerker

Offers – alle stakers beginnen erover, wat ze het bedrijf hebben gegeven en dat het kennelijk nooit genoeg is. Iedereen haalt de crisis van 2008 op, toen de belastingbetaler GM overeind moest houden. „En wij hebben in die jaren ook genoegen genomen met lagere vergoedingen voor werk en overwerk. Alles om het bedrijf te redden”, zegt Scales. GM heeft het afgelopen jaar zwaar bezuinigd – vier fabrieken gesloten, duizenden werknemers ontslagen – om een winst van ruim 8 miljard te boeken, 35 miljard over de laatste drie jaar. „Het is pure hebzucht”, zegt Hynde. Scales rept over de negentiende eeuw. „De arbeiders zijn arm, ze zijn moe en ze zijn wanhopig.”

GM’s bestuursvoorzitter ondertekende eerder nog een verklaring die afstand nam van het aandeelhouderskapitalisme
Foto Daniel Mears/AP

Ruïnes

De omgeving van de fabriek in Hamtramck bestaat uit kilometers verlaten industriële ruïnes. Het wegdek is een maanlandschap. De armoede in Detroit is tastbaar en berucht. De industrie, nog altijd prominent in de skyline van de stad, is afgekalfd sinds de late twintigste eeuw. En problemen bij grote autobedrijven als GM, dat onder meer Chevrolets en Buicks maakt, rimpelen altijd door naar de toeleveringsbedrijven in staten als Michigan, Ohio, Wisconsin, Indiana. Beloften van president Donald Trump dat hij de maakindustrie, de auto-industrie en de staalindustrie zal redden („Ik heb wél een toverstaf”, twittert hij met enige regelmaat), botsen op de realiteit van de 21e-eeuwse economie. GM is werk blijven verplaatsen naar lagelonenland Mexico, tot ongenoegen van Trump.

Kan druk van de president helpen bij de onderhandelingen? Ashley Scales zet haar protestbord even op de grond. „Banen terugbrengen is niet genoeg. GM creëert wel banen in de VS, het zijn alleen slechter betaalde banen dan die van mij. Ik verdien 30 dollar per uur, dat is heus niet slecht. Maar GM neemt nu alleen losse krachten aan en die krijgen nog maar de helft. Ze krijgen geen toeslagen, ze worden niet opgenomen in de sociale zekerheid. De enige manier waarop Trump iets wezenlijks teweeg zou kunnen brengen, is als hij de vakbonden steunt.” Maar dat doet hij niet. De GM-stakers vechten voor alle Amerikaanse arbeiders, zegt Scales. „Ze hebben living wages nodig, baantjes waar je je rekeningen van kunt betalen, waar je een huis van kunt kopen of huren, waarvan je je kinderen kunt onderhouden.”

GM creëert wel banen in de VS, het zijn alleen slechter betaalde banen dan die van mij

Ashley Scales

Voor de vakbond is de staking ook een manier om te laten zien dat ze nog een vuist kan maken. Ongeveer een derde van de arbeiders in de auto-industrie is lid van een vakbond. Bovendien, Michigan, waar Detroit ligt, is sinds 2013 een zogeheten right to work-staat, een lidmaatschap van een vakbond is niet langer verplicht om te werken in bepaalde sectoren. Het heeft ook niet geholpen dat autovakbond UAW wordt geteisterd door een corruptieschandaal – er is sprake van persoonlijke verrijking door vakbondsleden. Voormalige topmensen van GM mogen daar graag op wijzen: de bonden proberen de aandacht af te leiden van hun interne problemen door deze staking.

Ja, er zijn wat mensen weggegaan bij de bond, zegt Hynde. Niet verstandig vindt hij, voor die paar uurtjes die je per maand aan contributie betaalt. „Ik heb het niet over mezelf, ik ben bijna aan het eind van mijn loopbaan. Ik maak me meer zorgen voor jongere collega’s”, knikkend naar twee jongere mannen. „Zij moeten nog tien, elf jaar.”

Dan stopt een brandweerauto luid toeterend bij de poort, de brandweerlieden hebben dozen van Dunkin’ Donuts mee. De vuisten gaan de lucht in. De leider op deze locatie heeft de stakers net op het hart gedrukt om zich donderdag beslist te melden bij hun lokale afdeling. Dan krijgen ze hun stakingsvergoeding. Hoeveel is dat? „250 dollar per week”, zegt Ashley Scales. „Dat is ook een offer.”