Opinie

Vergeving is zo’n moeilijk onderwerp

Marjoleine de Vos

Vergeving is voor mij heel belangrijk, zegt koningin Elizabeth in de serie The Crown. Ze vindt het haar christenplicht om te vergeven en de serie laat haar daarover spreken met de Amerikaanse dominee Billy Graham. Die zegt dat als God iedereen kan vergeven, wij dat ook moeten kunnen. Elizabeth werpt nogal verstandig tegen dat wij maar gewoon mensen zijn, geen goden, en dan matigt Graham zijn hooggestemdheid ook wat en raadt haar aan om, als ze niet in staat is tot vergeving, te bidden voor de persoon die ze niet kan vergeven.

Dat lijkt een goed idee: vraag God te vergeven.

De persoon die Elizabeth niet kan vergeven, is haar oom. Hij heeft tijdens de oorlog nazisympathieën gehad, heeft wellicht verraderlijke dingen gedaan of geprobeerd te doen en zoekt nu weer een positie. Het lijkt duidelijk dat christelijke vergeving hier in groot conflict komt met politieke en sociale wenselijkheid, maar ook verder leek het me niet zo moeilijk: het is niet aan koningin Elizabeth om haar oom te vergeven voor de schade die hij met zijn steun aan de nazi’s anderen heeft berokkend. Je kunt iemand niet vergeven voor wat hij een ánder heeft aangedaan.

Probleem opgelost.

Maar toch blijft zoiets zeuren. Zoals altijd als het om vergeving gaat – dat is zo’n moeilijk onderwerp. Wat is het eigenlijk? Iemand niet langer iets nadragen, is dat vergeven? Misschien wel.

Meestal, als je over vergeving denkt, begin je meteen te denken vanuit degene die vergeving zou kunnen schenken. Het ‘slachtoffer’. Zelden komt er direct een gedachtestroom op gang waarin je nadenkt over wat je zou moeten doen om vergeven te worden, over waarvóór je vergeven zou willen worden.

Toch heeft menigeen denk ik wel ergens in zichzelf iets verstopt waar hij of zij mee worstelt en dat niet gaat over wat ons aangedaan is, maar over wat we zelf verkeerd hebben gedaan, of een ander hebben aangedaan.

Hier komt direct de psychiater of de psycholoog in zicht: worstelingen moeten therapeutisch bestreden worden. Maar therapeuten zijn er eerder om aangedane kwetsuren te repareren, iemand ervan te verzekeren dat hem of haar onrecht is aangedaan – ze zijn er niet om je eens de les te lezen, laat staan om je te vergeven.

Daar gaan ze niet over. Dat moet je zelf doen.

In deze krant werd niet zo lang geleden predikant Joost Röselaers geïnterviewd, een remonstrant vol remonstrantse twijfels – precies wat die denominatie zo sympathiek maakt en er tegelijk voor zorgt dat die vrij klein is. Mensen horen liever van de kansel hoe het moet. Röselaers dacht dat bij sommige problemen een predikant behulpzamer zou zijn dan een psychiater en ja, dat denk ik ook. Er bestaan morele vragen. Ook voor degenen die niet zo goed weten wat ze moeten denken bij ‘God’.

Veel wijze mensen raden ons aan toch niet zulke hoge eisen aan onszelf te stellen, onszelf te aanvaarden, met onze fouten. En dat is goed natuurlijk. Geef maar toe dat je ook gewoon fouten maakt.

Alleen is dat niet het probleem. Het lijkt dan alsof het alleen maar om je zogenaamde ‘zelfbeeld’ gaat, alsof het toegeven van fouten zoiets is als toegeven dat die foto waar je lelijk op staat, óók de waarheid is. Buiten beeld blijft dan toch degene aan wie je iets misdaan hebt.

En dus is de vraag: mag je jezelf wel vergeven als een ander dat niet heeft gedaan? Of moet je dan maar bidden dat er een God is die je zal willen vergeven?

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.