Uitbesteden van je persoonlijke essay

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: rijke tieners die gecoacht worden om toegelaten te worden tot topuniversiteiten.
Illustratie Eliane Gerrits

Deze zomer ontmoet ik Igor, een zeventienjarige middelbare scholier uit New York. Een bleke jongen met een grote bos zwart haar en vol heimwee. Zijn steenrijke ouders hebben een stage voor hem geregeld op de universiteit. Die ervaring moet hem helpen volgend jaar binnen te komen als student.

Igor zit op een peperdure privéschool die min of meer garant staat voor toelating op een topuniversiteit. Maar de druk die op hem ligt, is moeilijk voor te stellen. De verwachtingen zijn torenhoog. Falen is geen optie. Iedereen rekent op succes.

Elke dag begeleidt de coach van zijn school hem bij de voorbereiding voor de aanmelding. Zijn vader belt hem ’s avonds voor biologielessen en zijn moeder controleert om de haverklap of hij al zijn afspraken wel nakomt. Hij is voortdurend aan de telefoon met een bureau dat hem helpt zijn motivatiebrief te schrijven. Braaf noteert hij de suggesties in zijn schriftje: „Ik ben een geboren wetenschapper” en „Ik vind niets fijner dan het oplossen van complexe situaties.”

Igor voelt zich overdonderd door wat er allemaal op hem afkomt. Hij komt nauwelijks buiten en ziet er met de dag bleker uit. Op een dag waarop de mussen van de daken vallen, neem ik hem mee naar het zwembad. Daar laat hij zijn ijsje voor wat het is en laat hij zich in het water zakken. De rest van de middag zit hij stil op de bodem van het zwembad en komt alleen boven om adem te halen. Ik moet denken aan Dustin Hoffman in de film The Graduate.

Een cruciale factor in de aanmelding voor Amerikaanse universiteiten, is het persoonlijke essay. Maar ook dát kun je uitbesteden. Om niet met dom plagiaat door de mand te vallen, betaal je dan een ervaren kracht om ‘jouw’ originele tekst te schrijven. Het is een miljoenenbusiness, zowel qua dollars als essays. Er zijn websites waar je uit meer dan zevenhonderd schrijvers kunt kiezen. Een auteur beweert bijna vierduizend essays geschreven te hebben.

Maar wie zijn die schrijvers? The New York Times liet onlangs een van hen aan het woord. Mary is een studente in Kenia. Ze komt uit een arm gezin. Toen haar moeder overleed, moest zij ook voor haar jongere broertje en zusje zorgen. Ze was blij dat ze de lucratieve business van ‘academic writing’ ontdekte. Wel met bezwaard gemoed, want het blijft toch bedrog. Ze verdient zo’n vier dollar per pagina, een fractie van wat de bedrijven aanrekenen. Ze schrijft over alles, van euthanasie tot ruimtereizen. Soms is het een hele uitdaging. Want hoe schrijf je over parkeerproblemen bij Arizona State University als je nog nooit Kenia uit bent geweest? Haar oplossing was simpel: ga gewoon lopen.

Aan het einde van het artikel wordt haar gevraagd wat ze van westerse universiteiten vindt. „Ik zou niet zeggen dat die studenten beter zijn”, zegt ze. „Wij hebben ook gestudeerd. Wij hebben ook de opdrachten gedaan.” Ja, letterlijk. Hoewel, „ook”?

Soms droomt ze ervan dat ze zich zelf aanmeldt bij zo’n met klimop begroeide tempel van de wetenschap.

Igor of Mary? Als ik in de toelatingscommissie zat, zou ik het wel weten.

Reacties naar pdejong@ias.edu