Een exclusievere Champions League – dat doemscenario is voorlopig afgewend

Europees voetbal Dinsdag begint de Champions League. Een radicaal nieuwe opzet van het toernooi is in de maak, maar leidde tot een revolte. Over het grootkapitaal tegen de rest van Europa – met Ajax in het middelpunt.

Ajax, dat vorig seizoen begon in de tweede kwalificatievoorronde tegen Sturm Graz (foto) en tot de halve finale reikte, wil ook in de toekomst een eerlijke kans om mee te doen aan de Champions League.
Ajax, dat vorig seizoen begon in de tweede kwalificatievoorronde tegen Sturm Graz (foto) en tot de halve finale reikte, wil ook in de toekomst een eerlijke kans om mee te doen aan de Champions League. Foto Stanley Gontha/ANP

In Genève is het woord aan Edwin van der Sar. Het is dinsdag 10 september en de directeur van Ajax zit naast zijn medebestuursleden van de European Club Association, met wie hij twee dagen lang heeft vergaderd over de toekomst van de belangrijkste toernooien van Europa. „Als clubs nemen we veel risico door te investeren in spelers en het betalen van salarissen”, zegt Van der Sar, vicevoorzitter van de ECA. „Je wil ook beloond worden, voor het drama, het voetbal, de spanning die je brengt op het veld.”

Beloond worden – dat betekent voor hem dat clubs als Ajax een eerlijke kans krijgen om mee te doen aan de Champions League. Te zien was waar dat afgelopen seizoen toe leidde: halve finale Champions League. Iets wat mogelijk nooit meer zou lukken als het meest prestigieuze clubtoernooi ter wereld vanaf 2024 een nog exclusiever feestje voor de rijkste clubs van Europa wordt.

Naast hem zit juist een vertegenwoordiger van die eliteclubs: de Italiaan Andrea Agnelli. Afstammeling van de Fiat-dynastie, topman van Juventus en voorzitter van de ECA, de invloedrijke organisatie van clubs die Europees spelen. Agnelli staat bekend als een man van vergezichten, een strateeg die de wereld over vliegt op zoek naar kansen en verdienmodellen om het voetbal te verrijken. Letterlijk.

Gegarandeerde plek

Zo’n concept hoopte Agnelli ook in Genève te presenteren. In plaats daarvan oogt hij getergd. Op vragen van journalisten antwoordt hij geïrriteerd. De Italiaan heeft een gevoelige politieke dreun geïncasseerd. Zijn plan voor een radicaal andere opzet van de Champions League moet terug naar de tekentafel, bij gebrek aan steun van clubs, bonden en competities.

In de door Agnelli beoogde hervormingen, per ingang van 2024, zou de Champions League een grotendeels besloten competitie worden, met een promotie-degradatie-regeling. Met vier poules van acht teams, die elk veertien groepswedstrijden spelen. De eerste zes in de poule verzekeren zich van een nieuw Champions League-seizoen, de laatste twee degraderen.

24 van de 32 clubs hebben zo een gegarandeerde plek het seizoen erop, ongeacht hun prestaties in de nationale competitie. Vier van de laatste acht plekken worden opgevuld met de halvefinalisten uit de Europa League, die van 48 naar 32 deelnemers zou worden teruggebracht.

Slechts vier clubs kunnen zich in dit systeem via het kampioenschap in eigen land voor de Champions League kwalificeren, wat de oorspronkelijke route naar het toernooi was. Ter verduidelijking: Europa telt jaarlijks 55 nationale kampioenen.

Het idee, zo redeneren Agnelli en zijn medestanders: meer Champions League-wedstrijden, meer inkomsten en door het besloten karakter meer zekerheden voor deelnemende clubs. In wezen was dat ook de kern van de Super League, de afgesplitste elitecompetitie die de topclubs al jaren als pressiemiddel hanteren om hun zinnen bij de UEFA door te drukken.

Vooralsnog is dat niet gelukt. De hervormingsplannen hebben de voorbije maanden tot een revolte geleid. De economische en sportieve positie van de Europese topclubs wordt in deze opzet verder versterkt, is het verwijt van tegenstanders.

De UEFA, die beslist of het plan doorgaat en er aanvankelijk achter stond, annuleerde een vergadering die een dag na de ECA-meeting stond gepland. Zonder draagvlak was verder praten zinloos.

Brandbrief

Ook vanuit Nederland kwam weerstand. Nadat de plannen in mei konden worden ingezien, wisten de KNVB en eredivisieclubs meteen dat de Champions League voor Nederlandse topclubs weleens onbereikbaar zou kunnen worden. Na extra bijeenkomsten met vertegenwoordigers van Ajax, PSV, Feyenoord, AZ en Vitesse stuurde de KNVB half juli een brandbrief naar de secretaris-generaal van de UEFA.

In de brief schrijven de KNVB en Eredivisie CV (de koepelorganisatie van eredivisieclubs) dat de plannen voor verdere „sportieve disbalans” in het Europese landschap zullen zorgen. „Dit voorstel is een grote stap naar een zogenoemd gesloten model”, luidt de waarschuwing.

Een gesloten model betekent dat bijvoorbeeld Feyenoord niet meer tegen Real Madrid kan spelen, omdat dit door het nieuwe format feitelijk onmogelijk is. Wederom staat het grootkapitaal recht tegenover de rest van Europa.

In dit krachtenveld neemt Ajax een interessante en tegelijkertijd lastige positie in. Ajax is een club uit een ‘kleine’ competitie met niettemin grote internationale historie en ambitie. Enerzijds is Ajax, met het hernieuwde aanzien in Europa, de aangewezen kandidaat om op te komen voor de algehele belangen van de Nederlandse competitie. Anderzijds is Ajax ook de grootste en misschien wel enige kanshebber uit Nederland die wel kan toetreden tot die (semi-)gesloten Champions League.

De brandbrief aan de UEFA was dan ook niet ondertekend door Ajax. Er is slechts gecommuniceerd dat Ajax is geconsulteerd, niet dat de club tégen de hervormingsplannen is. Een politieke zet. Zo heeft Ajax voorkomen dat het wordt afgestraft, mochten Agnelli en zijn volgelingen straks alsnog hun zin krijgen.

Het verzet tegen de plannen komt voor een belangrijk deel ook van de organisaties achter de nationale competities. Niet alleen vanuit de eredivisie, ook van de Engelse Premier League en Spaanse La Liga. Zij worden gesteund door de European Leagues, een organisatie die 36 competities in 29 landen vertegenwoordigt. Zij vreest dat binnenlandse competities aan aantrekkelijkheid verliezen als de route naar Europees topvoetbal verloren gaat.

„Wij zijn zeer verontrust”, zegt Jacco Swart, directeur van de European Leagues. „Als clubs zich niet kunnen kwalificeren voor de Europese topcompetities, wordt het principe van keep the dream alive min of meer de nek om gedraaid.”

De plannen hebben volgens hem grote impact op de clubs die in de Champions League spelen. Behoren ze eenmaal tot de gelukkige clubs, dan worden ze zo dominant dat ze in eigen land niet meer in te halen zijn. Is de Bundesliga nog wel leuk als Bayern München almaar kampioen wordt? Is de Ligue 1 nog aantrekkelijk als PSG immer de titel pakt?

Mocht Ajax in de Champions League spelen, dan voorziet Swart nog een ander ongewenst scenario. Daarin zou Ajax vooral belang hebben bij handhaving in de Champions League, en minder bij een eredivisietitel, omdat die toch geen plaatsingsbewijs oplevert. „Je zou dan de situatie kunnen krijgen dat Ajax met het beloftenelftal in de eerste divisie speelt, met een ander elftal in de eredivisie en met een topteam in de Champions League.”

Alternatief concept

AZ-directeur Robert Eenhoorn, wiens club is aangesloten bij de ECA, vindt de plannen „verschrikkelijk slecht”. De nationale competitie wordt van „ondergeschikt belang”, zegt hij. „Nu bepaalt de ranglijst of je aan een Europees toernooi mag meedoen. Als je dat weghaalt, devalueer je de competities in alle landen enorm.”

Eenhoorn: „Als je de elite nog meer privileges geeft, en nog meer geld laat verdienen, dan versnel je het proces dat de grote clubs zich afzonderen. Nu is het systeem zo: als je je zaakjes heel goed op orde hebt, kun je een keer stunten. Op het moment dat je die kans wegneemt, dan haal je ook de droom van heel veel clubs weg. En daarmee de motivatie. Vervolgens worden ze steeds minder interessant voor sponsoren, fans en externe partijen.”

Het doemscenario is voorlopig afgewend. Mede omdat er binnen de ECA meer wordt geluisterd naar de middelgrote en kleinere clubs. Gevolg is dat vertegenwoordigers van acht voetbalbonden nu aan een alternatief concept werken voor de Europese clubtoernooien vanaf 2024.